Nieuwe tegenslag Major in 'Irak-gate'

ROTTERDAM, 8 NOV. De Britse regering heeft in 1992 opzettelijk informatie achtergehouden die relevant was voor de verdediging van vier zakenlieden die destijds zijn veroordeeld voor illegale wapenhandel met Irak.

Dat is de conclusie van het Londense Hooggerechtshof, dat de veroordeling van de vier zakenmannen gisteren in hoger beroep heeft verworpen. Het oordeel van de rechtbank is een nieuwe tegenslag voor de regering van Major, die al jaren door 'Irak-gate' wordt achtervolgd.

Het Hooggerechtshof heeft ook bewijzen dat de Britse regering tijdens de berechting van de vier zakenmannen zware druk op hen heeft uitgeoefend om te zwijgen over de rol die de Britse regering zelf heeft gespeeld in het schenden van het wapenembargo tegen Irak.

De toenmalige minister van handel, Peter Lilley, en de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Kenneth Baker, tekenden een zogeheten immuniteits-certificaat ten behoeve van het algemeen belang, ook wel 'muilkorf-bevel' genoemd.

Daarmee werden gegevens achtergehouden, die relevant waren voor de rechtzaak, maar die onwelkom waren omdat ze wezen op de betrokkenheid van de Britse regering bij de affaire.

In juli van dit jaar werd in hoger beroep bepaald dat de vier zakenmannen voor hun verdediging toegang moesten krijgen tot de achtergehouden officiële documenten.

Het Hooggerechtshof verklaarde de veroordeling van de vier zakenmannen gisteren nietig omdat hen in 1992 relevant bewijsmateriaal was onthouden voor hun verdediging.

Het Hooggerechtshof acht nu bewezen dat de zakenmannen, die werden veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen en een boete, onder zware druk zijn gezet om schuld te bekennen en hun mond te houden over de contacten die zij hadden gehad met regeringsinstanties.

Een van hen, de directeur van het bedrijf in militaire techniek, Ordtec, een goede bekende van de Britse inlichtingendienst M16, werd verteld dat als hij uit de school zou klappen, zijn bescherming tegen Iraakse of andere terreurbewegingen niet langer gegarandeerd zou zijn.

De zakenmannen zijn tegen hun veroordeling in beroep gegaan nadat tijdens een andere rechtzaak wel naar buiten kwam dat de Britse regering op de hoogte was van de wapenhandel met Irak. Het Hooggerechtshof acht nu bewezen dat de Britse regering sinds 1988 soepelere regels voor wapenhandel met Irak is gaan hanteren.

Uit het onderzoek van het zogeheten Scott-tribunaal, dat 'Irak-gate' onderzoekt, kwam eerder al naar voren dat versoepeling van de regels nooit is besproken in het Britse parlement.