Kabelkijkers raken weg kwijt in 'woud' van televisiezenders

DEN HAAG, 8 NOV. Nederlandse kabelkijkers zijn zo zoetjesaan verzadigd geraakt door het grote aanbod aan televisiezenders. Ondanks de uitbreiding van de laatste jaren is de tevredenheid van de kabelabonnee afgenomen.

Dat blijkt uit grootschalig marktonderzoek van de vereniging van kabelexploitanten Vecai. Directeur ir. Kick Donkersloot maakte gisteren op het Kabelcongres in Den Haag de resultaten ervan bekend. De studie wijst uit dat ruim 60 procent van de kabelabonnees content is met de gemiddeld negentien tv-stations die landelijk via de kabel worden verspreid. Drie jaar eerder, toen het landelijke aanbod gemiddeld vijftien stations bedroeg, toonde nog 70 procent van de kijkers zich tevreden.

“Bovendien”, constateerde Donkersloot, “is het voor een substantiële groep abonnees allemaal te veel aan het worden.” De groep die liever mìnder tv-zenders ontvangt is in drie jaar ruimschoots verdubbeld, tot ruim 16 procent. “Het lijkt erop dat de grenzen van de groei in zicht komen”, aldus de Vecai-directeur.

Bij nadere beschouwing van de commerciële stations blijkt precies hetzelfde verschijnsel. In 1992, toen het commerciële station RTL4 het rijk nog alleen had, stelde 40 procent van de kabelabonnees extra zenders van dit type op prijs. Donkersloot: “Het lijkt erop dat RTL5, SBS6 en Veronica deze behoefte meer dan vervuld hebben. Nu wijst ruim veertig procent van de kabelabonnees nog meer van hetzelfde pertinent af. Tegelijkertijd is de groep die er wèl voorstander van is juist gehalveerd.”

Het aantal zenders dat met enige regelmaat wordt bekeken is de laatste jaren overigens wel toegenomen; van 6 tot 7,5, aldus de Vecai-statistici. De meeste interesse gaat uit naar de publieke zenders Nederland 1, 2 en 3 en de commerciëlen RTL4, RTL5 en Veronica.

Opmerkelijk hoog scoren de 'thematische zenders' Eurosport en Discovery Channel. Bijna 50 procent van de kabelabonnees die deze netten kunnen ontvangen kijkt er wel eens naar. Dat is meer dan waarop de Duitse en Britse zenders kunnen bogen. Directeur P.F. Kenninck van Nethold Benelux (exploitant van onder meer de betaal-kanalen Filmnet en Supersport) voorspelde op het Kabelcongres een grootse toekomst voor zenders die zich heel specifiek op één genre programma's richten.

Tot de zenders met de geringste populariteit blijken de Franstalige te behoren. Donkersloot: “Wanneer we dit vergelijken met de penetratie van deze zenders, dan realiseert TV5 het absolute dieptepunt: dit programma wordt door 77 procent van de huishoudens ontvangen, terwijl slechts 7 procent van die huishoudens er regelmatig naar kijkt.” Voor het Italiaanse Rai Uno lopen de kijkers evenmin warm. In de rangorde van zenders die ze overbodig vinden, wist Donkersloot, staan de Italiaanse en Franse bovenaan. “Als het aan de kabelabonnee lag, zou deze programma's geen lang leven meer beschoren zijn.”

Een volmaakt andere houding neemt de abonnee overigens aan tegenover het radio-aanbod via de kabel. Hier wordt niet geklaagd over te veel zenders. De doorsnee kabelabonnee kent Radio 1 tot en met 5 en de regionale zender. Ook weet hij dat Sky Radio en Radio 10 Gold via de kabel te ontvangen zijn, en een enkeling kent zelfs Radio 538, Noordzee, Love Radio en de Voice of America. De meeste kabelabonnees blijken evenwel van driekwart van de aangeboden radiozenders niet eens op de hoogte. Eén op de vijf heeft zijn radio sowieso niet aan de kabel gekoppeld.

Pag.19: Helft kabelabonnees heeft voorkeur voor basispakket van tien zenders

Volgens het Vecai-onderzoek heeft de ingetreden verzadiging tegenover het televisie-aanbod ertoe geleid dat 40 procent van de 'kabelhuishoudens' geen extra zenders meer wenst. Een substantiële groep abonnees, twintig procent, vindt nu al dat het abonnement meer kost dan het in feite waard is.

Donkersloot interpreteerde een en ander als bevestiging van de koers van veel kabelbedrijven in de richting van een basispakket zenders, dat de abonnee kan aanvullen met zelfgekozen programma's tegen extra betaling. “Een basispakket, bestaande uit tien zenders voor 70 procent van de huidige abonnementsprijs, spreekt niet minder dan de helft van de kabelabonnees aan. Het gaat hierbij om Nederlandse, Belgische, Duitse en Engelse programma's met een algemeen karakter.”

De conclusie uit het marktonderzoek dat de doorsnee kabelabonnee geen behoefte heeft aan meer algemene programmering sluit opmerkelijk goed aan bij de behoefte van veel Vecai-leden het 'algemene aanbod' in te perken en de capaciteit van hun netten via commerciële initiatieven rendabeler te benutten. Diverse exploitanten bieden al diensten aan als betalen-per-programma, abonnee-tv, alarmeringssystemen en Internet- toegang. Over enkele jaren komt daar ongetwijfeld telefonie bij.

Gesteld voor de keuze uit extra zenders met thematische programmering, blijkt overigens een forse groep kabelabonnees helemaal niet geïnteresseerd. Verreweg de meeste abonnees die wèl belangstelling tonen, kiezen voor een station dat alleen speelfilms biedt, gevolgd door natuurfilms en sport. Slechts een op de drie wil in principe extra betalen voor zo'n speelfilmzender, voor andere genres is die bereidheid nog veel minder.

Wat de toekomst van de zogeheten nieuwe diensten betreft, past enige terughoudendheid. Minder dan de helft van de kabelabonnees ziet voordelen in abonnee-televisie - al jaren bekend via een station als Filmnet, waarop pakweg 3 procent van de huishoudens een abonnement heeft. De animo is vooral groot onder minder welvarende huishoudens, aldus Donkersloot.

Het concept van pay per view (betalen per programma) blijkt juist in hogere welstandsklassen aan te slaan. “Ook jongeren en alleenstaanden zien meer in dit concept, wellicht omdat dit het profijtbeginsel huldigt”, filosofeerde Donkersloot. “Pay per view lijkt dezelfde groepen aan te spreken als het basispakket, al zijn ze minder groot. Gemiddeld één op de vijf kabelabonnees is er sterk in geïnteresseerd.”

Minder televisie-achtige elektronische kabeldiensten kunnen zich - los van uitvoering of prijsstelling - op zeer uiteenlopende belangstelling verheugen. Diensten die inspelen op een gevoel van (on)veiligheid, zoals bejaardenalarmering en brand/inbraakalarm, gooien hoge ogen. Meer dan de helft van de kabelabonnees blijkt zelfs niet een beetje geïnteresseerd in diensten als Internet-toegang, thuiswinkelen, teleleren, telewerken of spelletjes.

Abonnees, registreerde de Vecai, blijven de voordelen van de kabel onveranderd hoog waarderen. Hun oordeel is daarbij echter niet gebaseerd op al die onvermoede nieuwe diensten, maar op de tv-ontvangstmogelijkheden, de kwaliteit van het signaal en het ontbreken van antennes op daken.

Kritischer zijn de abonnees de laatste drie jaar wel geworden, en niet alleen wegens de zendervloed. De afhankelijkheid van één exploitant en het gebrek aan inspraak in het aanbod roepen steeds meer onvrede op. Inmiddels zou ruim de helft van de abonnees het toejuichen als ze uit meer dan een aanbieder konden kiezen.

Voor de kabelexploitanten is een dergelijke ontwikkeling bedreigend. Gezamenlijk vormen ze juist door hun hoge penetratiegraad - circa 95 procent van de Nederlanders heeft een kabelaansluiting - een goed alternatief voor het landelijke netwerk van PTT Telecom. Om de concurrentie met dit bedrijf aan te binden zijn behoud van een goede dekking en contact met een zo groot mogelijk klantenbestand belangrijke voorwaarden.

Donkersloot wees tegen die achtergrond op de naderende concurrentie van schotelantennes. Weliswaar heeft pas 2 procent van de Nederlandse huishoudens een dergelijke ontvanger, maar nog eens 7 procent overweegt aanschaf ervan. Van hen denkt tweederde over opzegging van het kabelabonnement.