Juppé werpt persoonlijke ballast af

PARIJS, 8 NOV. Jacques Chirac blijft verrassen. Bij herhaling ontkende hij de laatste weken dat een verfrissing van zijn ministersploeg nodig was. Een dag vertraagd door de dood van Yitzhak Rabin sloeg hij toch toe op een verloren dinsdagmorgen om elf uur: 'Het ontslagaanbod van de regering-Juppé is aanvaard'. Een nieuwe regering is inmiddels aangetreden. Onder leiding van de zelfde Juppé, maar met een nieuwe opdracht.

Juppé II is niet alleen kleiner, slagvaardiger en iets breder van politieke samenstelling, maar ook duidelijker. Persoonlijke ballast is afgeworpen. Dertien bewindslieden zijn teruggezonden naar de parlementaire woestijn. Zij konden het nog niet, of zij waren overcompleet. Portefeuilles voor 'solidariteit tussen de generaties', 'de sociale dialoog' en 'burgerschap' zijn niet handig als groot onderhoud van de Franse staat aan de orde is.

Dat is het belangrijkste verschil tussen de oude en de nieuwe ploeg: de leden van Juppé II weten wat hun te doen staat. De eerste opstelling van 41 dames en heren was een blijmoedige en door de praktijk als naïef afgestrafte poging allerlei ideeën en ideaaltjes te dienen. De partijgenoten die de verslagen presidentskandidaat Balladur hadden gesteund mochten niet meedoen, maar overigens moesten zo veel mogelijk substromingen en lobbies uit Chiracs neo-gaullistische bedding een plekje krijgen.

Zeker drie bewindspersonen bemoeiden zich met 'de stad', en dus met de banlieues, de snel opstandiger wordende immigranten-wijken. Zij waren niet allemaal even ervaren of politiek getalenteerd, en buitelden over elkaar heen. Zoals de verschillende bewindslieden in de sfeer van sociale zekerheid en gezondheidszorg met enige regelmaat de verkeerde toon bij de verkeerd getimede mededeling kozen. Het is niet verstandig aan de vooravond van een inspraakronde vast mee te delen met hoeveel procent de eigen bijdrage omhoog of de ziekenhuisbudgetten omlaag gaan. Pijnlijk genoeg zijn het vooral de minder ervaren dames die terug naar de kleedkamer zijn gezonden. In mei presenteerde Juppé zijn 'jupettes' als teken van vernieuwing. Acht van de twaalf bewindsvrouwen zijn gisteren gelost.

De ongehoord snelle mislukking van Juppé's eerste regering is, los van alle politiek amateurisme, vooral toe te schrijven aan de onuitvoerbaarheid van haar opdracht. Chirac won de verkiezingen door de kiezers links, rechts en in het midden de hemel te beloven. In zijn loffelijke poging als president zijn hele programma uit te voeren moesten zijn ministers keer op keer vastlopen. Zij konden er niet in slagen èn de werkloosheid met nieuwe prikkels en belastingverlaging aan te pakken èn een nieuwe 'zelfstandigheids-uitkering' voor bejaarden in te stellen èn nieuwe huisvesting voor armen en zwervers uit de grond te stampen en toch het financieringstekort snel te reduceren.

Of Chirac cynisch op die botsing tussen beloftes en werkelijkheid heeft zitten wachten, of dat hij werkelijk had gehoopt door alle deuren tegelijk voorwaarts te kunnen vluchten, dat weet alleen hij zelf. Naarmate de maanden verstreken en Chirac zich met zijn souvereine kernproeven en Schengen-gedrag in het buitenland verder had ontpopt als onberekenbare factor, des te zuiniger volgden de financiële markten zijn beleid.

Het ontslaan van minister van de ultra-liberale financiën Alain Madelin, 25 augustus, was een poging van Juppé de regie terug in handen te krijgen. Het werkte als een boemerang. De (Angelskasisch georiënteerde) markten zagen Frankrijk verder terugzakken in een droom-economie, drijvend op protectie en overheidsbemoeienis. Het beeld is overdreven, maar simplificatie is het voorrecht van de markt. Via de frank en de beurs kwam Juppé verder onder druk te staan om economische prestaties te leveren, terwijl het miljoenen-sterke overheidspersoneel pal stond tegen iedere aantasting van zijn bijzondere voorrechten en salaris-automatismen.

Bijna twee weken geleden, terwijl premier Kok en minister Van Mierlo anti-chambreerden, informeerde Chirac de natie dat hij het sociale deel van zijn programma twee jaar had opgeborgen. Vanaf toen zou het terugdringen van de tekorten de prioriteit zijn die alle andere achter zich liet. Het mocht geen koerswijziging heten, een 'reshuffle' was niet aan de orde, maar sindsdien was het een kwestie van tijd. De verkiezingen zijn nu echt voorbij.

Chirac zou zichzelf te veel schuld hebben toegeschoven als hij Juppé nu al uit de strijd had gehaald. Daarvoor zit de president te dicht op het dagelijks bestuur. Een eenvoudioge ministerswissel zou te weinig nadruk hebben gelegd op het begin van de tweede ronde. Daarom een tweede regering-Juppé. Grote schoonmaak aan de uitgedijde ministerstafel is vooral symbolisch belangrijk: wij halen de broekriem aan, aardige bijzaken kunnen wij ons even niet veroorloven, doet u, geachte burger mee? Want daar vallen de echte klappen de komende weken. De dokter en het ziekenhuis worden duurder en minder toeschietelijk, de belasting wordt hervormd, maar gaat zelden omlaag. En de weer oplopende werkloosheid daalt pas als de rente serieus daalt. En, zelden onderstreept in Parijs, zelfs de Franse economie fleurt alleen op als de wereldhandel bloeit.

Een krachtige ministeriële knokploeg geeft Juppé meer greep op de regering-in-actie. Maar hij hield al op alle ministeries een scherp toezicht. Het binnen zes maanden mislukken van Juppé I is, ondanks alle mede-verantwoordelijkheid van een president die te veel fronten wil behagen, vooral de zeperd van Alain Juppé. “De beste van zijn generatie”, in de woorden van Juppé's mentor Chirac, staat voor het zwaarste slecht-nieuws-gesprek uit zijn carrière: uitleggen aan alle Fransen dat de wereld hard en dichtbij is, en dat Frankrijk niet kan achterblijven met het rationaliseren van zijn economie en de manier waarop de overheid met de burgers omgaat.

Het verhaal is kennelijk zo moeilijk te verkopen dat Chirac en Juppé schijnen te hebben besloten dat het parlement maar niet moet worden lastiggevallen met de ingrijpende sociale en fiscale maatregelen die voor de deur staan. Dat is de dubbele Rietberger die Juppé nog wacht. De regering die met vliegende haast de Grondwet liet aanpassen om de Assemblée Nationale van een herfst- en lente-Kamer te veranderen in een negen maanden per jaar vergaderende volksvertegenwoordiging, schakelt de parlementaire democratie vervolgens uit bij de eerste fundamentele hervorming die zich aandient. De nog resterende tegenkrachten lopen straks op straat achter een spandoek.