In Den Haag is film al vijfhonderd jaar oud

500 jaar film. Van 9 tot en met 22 november in het Theater aan het Spui in Den Haag. Op 11 en 12 november de conferentie in het Haags Filmhuis. Inl. 070-3459900.

AMSTERDAM, 8 NOV. In een uithoek van het jaar dat de bioscoop 100 jaar bestaat en de filmwereld dat uitbundig viert, komt het Haags Filmhuis met een verbluffend overbod: 500 jaar film. Vanaf morgen zijn drie voorstellingen te zien in het Theater aan het Spui in Den Haag, zaterdag begint een tweedaagse conferentie. Daar zal ook Anne Hollander spreken, de Amerikaanse kunsthistorica die het Filmhuis inspireerde tot deze wel heel wijde blik op de filmkunst.

Door het beeld nadrukkelijk centraal te stellen, is het perspectief verruimd, zegt organisator R. Hagen over zijn jubileumbijdrage. “De geschiedenis van de film begint niet pas op het moment dat de eerste camera loopt. Denk er maar eens over na hoe het komt dat film zo snel, binnen enkele decennia na de uitvinding al, volwassen kon worden. Het antwoord vind je in de schilderkunst. Een deel van de grammatica van de cinema lag daar al klaar. Kadrering, belichting, mise-en-scene - allemaal zaken die in de schilderkunst in de loop der eeuwen zijn vervolmaakt.”

In de voorstelling Moving Pictures laat Hagen, zelf regisseur, zien welke invloed de schilderkunst heeft uitgeoefend op de woordenschat van de film. Op vier muren worden dia's van schilderijen afgewisseld met filmfragmenten. Het vroegste schilderij is er een van Hugo van der Goes, die werkte in de tweede helft van de vijftiende eeuw: vandaar de 500 jaar. Staand te midden van deze projecties moet de toeschouwer overtuigd raken van de gemeenschappelijke wortels van film en schilderkunst.

Tijdens de conferentie zal met name de Amerikaanse kunsthistorica Anne Hollander daar nog eens de nadruk op leggen. Haar bekendste boek, dat ook Moving Pictures heet, is een onstuimige zoektocht naar de oorsprong van het filmbeeld. Zij verwijst vooral naar de Noordeuropese schilders van de zeventiende eeuw. Naar het licht van Vermeer en Rembrandt.

Volgens Hagen kun je vanuit die redenering ook de oorzaak voor het matige succes van de Nederlandse speelfilm zoeken. “De speelfilm is overgenomen door het verhaal. Het picturale, waar Nederlanders van oudsher goed in zijn geweest, is verdrongen door de vertelling, waarin Nederland geen traditie heeft. Nederland heeft nog altijd een grotere naam op het gebied van documentaires dan op het gebied van de speelfilm.”

Op de conferentie zal ook worden gediscussieerd over de toekomst van de film in concurrentie met nieuwe, of in elk geval jongere media. Hagen is ervan overtuigd dat film in elk geval nog zal bestaan over 50 jaar, maar kan zich voorstellen dat de nu honderdjarige bioscoop dan ter ziele zal zijn. “Film zou wel eens als massamedium kunnen verdwijnen.” Op zaterdagavond zal de Keulse hoogleraar Siegfried Zielinski over de toekomst van de cinema spreken.