Hof: 'Soldaten sind Mörder' màg

KARLSRUHE, 8 NOV. Het citaat “Soldaten sind Mörder” van Kurt Tucholsky is als uiting van algemeen protest tegen militarisme in Duitsland toegestaan, zolang met het citaat niet expliciet een specifieke soldaat wordt bedoeld of de Duitse Bundeswehr als instituut.

In het eerste geval valt het citaat onder de vrijheid van meninigsuiting, in het tweede geval is het een belediging. Tot dat oordeel kwam het Duitse Constitutionele Hof gisteren in een tweede uitspraak over het omstreden citaat.

In september vorig jaar had het Hof in een arrest bepaald dat het gebruik van het citaat is beschermd door het grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting. Meteen na de uitspraak ontstond groot politiek tumult in Bonn, zowel in de regeringspartij als in de oppositionele SPD.

Komt de Bundeswehr, die, anders dan de vroegere Reichswehr, in de jaren vijftig uitdrukkelijk werd opgericht als democratische strijdmacht van “burgers in uniform”, door dit arrest in feite niet “buiten de rechtsorde” te staan, vroeg Heiner Geissler, vice-fractieleider van de CDU in de Bondsdag, zich toen af. “Het is een schandaal, dit heeft de Bundeswehr niet verdiend”, zei minister van defensie Volker Rühe (CDU). “Een klap in het gezicht voor onze soldaten”, aldus SPD-Bondsdagspecialist Manfred Opel. “Onaanvaardbaar, de gevolgen van dit arrest zijn onafzienbaar voor de plaats van de Bundeswehr, en van onze soldaten in de samenleving”, vond minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel (FDP).

Het Hof verdedigde zich destijds in mondelinge toelichtingen door er op te wijzen dat met het citaat onmogelijk soldaten van de Bundeswehr bedoeld konden zijn. Want de tekst is afkomstig van de schrijver en pamflettist Kurt Tucholsky, die in 1935 zelfmoord pleegde en de gewraakte zin “Soldaten zijn moordenaars” op 4 augustus 1931 schreef, namelijk in een stuk in zijn weekblad Weltbühne.

Ook nu het Hof zijn oordeel heeft gepreciseerd heerst vooral in de coalitiepartijen CDU/CSU ontevredenheid. De eer van de Bundeswehr zou nu weliswaar erkend worden door het Hof als een waarde die beschermd moet worden, maar de uitspraak zou toch nog niet eenduidig genoeg zijn. Fraktieleider Wolfgang Schäuble liet weten dat zijn fractie de mogelijkheden onderzoekt van een wet waarin de Soldaten-Ehre expliciet wordt beschermd.

Tucholsky zelf raakte destijds overigens ook met de gewraakte zin in de problemen. In de toenmalige republiek van Weimar (1919-'33) leidde de zin tot een proces tegen Tucholsky, waarin hij met een verwijzing naar de ook toen gegarandeerde vrijheid van meningsuiting werd vrijgesproken.