Het ziekenhuis wist niet dat Rabin er aan kwam

TEL AVIV, 8 NOV. “Het zijn geen echte kogels”, schreeuwde de moordenaar van de Israelische premier Yitzhak Rabin toen hij zaterdagavond na een vredesbijeenkomst in Tel Aviv op anderhalve meter afstand van Rabin begon te schieten. Dat vertelde Rabins chauffeur, Menachem Damati, gisteren in een vraaggesprek met de Israelische televisie.

“Ik stond met open deur klaar om weg te rijden”, zei Damati. “Ik zag premier Rabin naar beneden komen, met zijn vrouw drie meter achter hem aan. Toen hij op de laatste tree was, zag ik plotseling iemand aan mijn rechterkant die begon te schieten. 'Het zijn geen echte kogels, het is een grap', riep de moordenaar, en ik geloofde dat, ik wilde dat geloven.

Ik deed wat me geleerd is. Ik vloog aan het stuur. Een veiligheidsagent duwde de premier met geweld de auto in en ik begon te rijden. Na 20 meter vroeg ik Rabin: 'Bent u gewond?' En hij antwoordde: 'Ja, ja'. Ik zei tot mezelf: het is dus echt. Ik vroeg: waar heeft u pijn? En hij zei: 'In mijn rug'. Toen zei hij: 'Niet zo erg, niet zo erg', alsof hij zich over ons zorgen maakte. Maar op hetzelfde moment viel zijn hoofd naar beneden, en ik begreep dat het erger was dan ik had gedacht. De veiligheidsagent, die ook gewond was, riep: 'Rijden, rijden!'

Ik moest stoppen bij een wegversperring, en het lukte me om een politieagent mee te krijgen om ons snel naar het ziekenhuis te leiden. Bij het ziekenhuis wist niemand dat we eraan kwamen. Er wachtte niemand op ons.

Ik schreeuwde naar de gewonde veiligheidsagent dat hij snel een brancard moest halen. Ik bleef alleen bij Rabin. De veiligheidsagent en ik hebben met zijn tweeën Rabin op de brancard gelegd en hem naar de eerste hulp gebracht.

De artsen daar gingen met een emorme snelheid aan het werk. Ik wilde geloven dat het niet erg was. Behandel hem, riep ik. Ik kon maar niet bevatten hoe ernstig zijn toestand was.''