Het slechte en het goede

Eerst het slechte nieuws van de afgelopen tv-week: het zou mij verbazen als we Gerard Reve binnen afzienbare tijd nog eens op het scherm te zien krijgen. En bij de VARA lijkt me dat überhaupt ondenkbaar. Er voltrok zich afgelopen vrijdagavond iets onherroepelijks, een definitieve scheiding van geesten. Het werd overschaduwd door de andere jubileumprogramma's van de VARA, maar het is gezien en het zal niet onopgemerkt blijven: tussen de arbeidersomroep en de nationale volksschrijver zal het nooit meer goedkomen.

Het gebeurde in het jubileumprogramma Over de rooie. Gerard Reve vormde samen met Erica Terpstra en Hans Ouwerkerk een forum dat het hoofd moest bieden aan 250 'opgewonden' jongeren, die staande achter hekken vragen mochten afvuren. Jonge knarren contra oude knarren - zoiets. De bedenkers bij de VARA moeten zich verkneukeld hebben: de grappig-humeurige Reve tegen die spontane jongeren!

Het werd een kleine catastrofe die zich al na vijf minuten begon af te tekenen. Reve zat er misplaatster te wezen dan een krokodil op een hooizolder. Naast hem de eeuwig kwakende Erica Terpstra, de staatssecretaris bij wie het woord vlees is geworden, en het vlees woord. Het ging over banen, opleidingen en toekomstperspectieven terwijl Reve's gezicht zienderogen betrok. Hèm werd niets gevraagd.

Op zeker moment zei hij een beetje droevig: “Zo'n bijeenkomst doet mij denken aan bijeenkomsten uit mijn jeugd. Dat geloei.” Het zou, wat hem betrof, wel wat cultureler mogen. Reve vergat dat 'cultuur' een woord is waar ze bij de VARA al geruime tijd érg van schrikken. Hoon was dan ook zijn deel. Reve probeerde nog een gedicht over zijn moeder voor te lezen, maar zijn stem kon niet boven het geschreeuw uitkomen. “U moet zoiets niet organiseren met een staande meute”, beet Reve presentator Kees Driehuis toe. Toen stapte hij woedend op, terwijl er uit het publiek naar hem geschreeuwd werd: “Ouwe lullen moeten weg.”

Deze avond zal de VARA nog op een paar verzengende alinea's in het oeuvre van Gerard Reve komen te staan. Maar hij moet ook zichzelf het een en ander verwijten: had hij soms verwacht dat de VARA hem zou inviteren voor een avondje tekstanalyse met 250 in literatuur geïnteresseerde jongeren? Was er ook goed nieuws? Jazeker. Alleen al het feit dat Veronica met haar aanstotelijke programmering veel minder kijkers trekt dan verwacht, stemt tot blijdschap. Maar er is méér. Bij de NCRV loopt momenteel in het programma Dokument (Nederland 1, maandagavond) onder de titel 'Veroordeeld' een serie over het gevangenisleven die tot het beste gerekend moet worden dat dit jaar op documentaire-gebied te zien was.

Filmer Roel van Dalen wist het vertrouwen te winnen van de autoriteiten en de langgestrafte gedetineerden van de gevangenis 'Overmaze' in Maastricht. De gevangenen lieten hem toe in hun dagelijks leven, hij mocht hun onderlinge strijd filmen, hun conflicten met de leiding, hun manieren om met hun drugsverslaving door te gaan.

De film maakt en passant duidelijk dat de autoriteiten de drugsoorlog ook in de gevangenissen verloren hebben. De gevangenen zitten onder het oog van de camera openlijk te chinezen in hun cel. Het leidt tot onbedoeld ironische scènes. De gevangenen houden angstvallig de bewakers in de gaten (“Dalijk komen ze!”) maar ze hebben er geen bezwaar tegen volledig herkenbaar gefilmd te worden bij hun verboden handelingen.

“Ik kan zoveel meenemen als ik wil”, zegt een gevangene. Een gevangenisfunctionaris constateert in een discussie met collega's: “Dit is gedoogbeleid. Buiten is de strijd verloren, hier kun je het ook niet meer winnen.” Het regime controleert en straft wel, maar het wil geen heksenjacht ontketenen. Als gevangene kun je je in 'Overmaze' laten plaatsen op een 'drugsvrije' afdeling: treffender kan het echec van de drugsbestrijding niet benoemd worden.

Maar wie denkt dat het gevangenisbestaan een luilekker leven is, wordt dank zij deze serie (zes afleveringen waarvan er nog twee volgen) snel op andere gedachten gebracht. De sociale spanningen tussen de gevangenen zijn groot. Er vindt verbroedering plaats, maar ook uitstoting, zoals van Jim, de zwarte gevangene die zich afzet tegen de junks en als een verrader wordt beschouwd.

Het regime mag dan de drugsoorlog hebben verloren, het slaat hard toe als gevangenen zich misdragen. We zien een gevangene na agressief gedrag voor vijf dagen in een troosteloze isoleercel belanden. Een vrouw die drie kwartier te laat van haar verlof terugkeert, moet drie dagen in haar cel blijven.

Wanhopig proberen de gevangenen de sleur van hun bestaan te verbreken. Van Dalen laat zien hoe twee gevangenen in het huwelijk treden: de man en vrouw kenden elkaar alleen van oogcontact uit de verte en van brieven. Huwelijken worden van hogerhand ontraden, maar kunnen niet worden verboden. Een functionaris vertelt dat ze nog maar één huwelijk heeft zien slagen. Ook het huwelijk tussen Patrick en Karima mislukt snel: zij wordt overgeplaatst en laat niets meer van zich horen. Patrick voelt zich verraden, want ten slotte blijkt dat ze wèl schrijft naar een andere gevangene.

Die aflevering rond hun huwelijkssluiting was van een aangrijpende schoonheid. Karima in haar witte bruidsjurk, onhandig balancerend op haar hoge hakken, terwijl ze zegt: “Het kan ermee door - voor een boef.”