Goed examen bevordert migrant tot staatsburger

DEN HAAG, 8 NOV. Heeft Nederland een president of een koningin? “Koningin natuurlijk.” De Marokkaan I. Faker (52 jaar en sinds 1970 in Nederland) vindt het een onbenullige vraag. “En ze heet Beatrix”, zegt hij nog voordat vraag 2 van het examen wordt gesteld. “Moeilijker vragen!”, gebiedt hij. We stellen vraag 18: welke belastingen moet u aan de gemeente betalen? Een zucht: “Oei, weet ik niet. Andere vraag.”

Buitenlanders die de Nederlandse nationaliteit willen aanvragen, moeten binnenkort een 'inburgeringstoets' afleggen. Slagen ze, dan mogen ze Nederlands staatsburger worden. Scoren ze onvoldoende, dan weigert de overheid hun de Nederlandse nationaliteit. Dat betekent: aanhoudend gedoe met verblijfsvergunningen, visa, geen Nederlands paspoort.

De Tweede Kamer ging vorige week akkoord met één landelijke toets bij naturalisatie. Tot dan toe ontbraken landelijke eisen. De overheid stelde alleen dat de migrant geen strafblad mocht hebben en vijf jaar in Nederland moest wonen. Voor het overige verschilden de criteria per gemeente. In sommige steden vroegen ambtenaren naar zaken die in het nieuws waren, in andere gingen ze in op het staatsbestel. Vorig jaar vroegen 51.705 buitenlanders de Nederlandse nationaliteit aan; 36.000 verzoeken werden ingewilligd.

J. Elghadouani uit Den Haag overweegt de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. De Marokkaan (28) woont sinds zes jaar in Nederland. Hij beantwoordt de vragen van de inburgeringstoets aarzelend - niet omdat hij twijfelt, maar omdat hij achter elke vraag een valstrik vermoedt. “Natuurlijk mag een bedrijf niet alleen mannen werven voor een baantje”, antwoordt hij op een vraag over gelijke rechten voor mannen en vrouwen.

Een islamitische slager in de Haagse Schilderswijk denkt daar anders over. “Maar ik wil ook geen Nederlander worden”, zegt hij. Volgens de slager mag iedereen stemmen, ook zijn dochtertje van twaalf. Op de vraag waarvoor een gemeente moet zorgen (één punt voor twee voorbeelden) reageert de man kortaf. “De gemeente doet helemaal niks.”

Meningen doen er niet toe in de nieuwe, geheime inburgeringstoets - het gaat om de argumentatie. De overheid rekent niemand af op de politieke correctheid van de antwoorden. Via de toets moet worden vastgesteld of de buitenlander zich kan redden in het 'sociale verkeer'.

In het eerste deel van het examen test de overheid de spreekvaardigheid van de migrant. Daartoe moet hij bijvoorbeeld vertellen waar hij woont. Antwoordt de migrant dat hij dertig jaar oud is, dan heeft hij de vraag niet begrepen en scoort hij nul punten. Wel mogen uitspraken als 'hij hep' en 'groter als mij' voorkomen, zo staat in de instructie voor de afnemer van de toets.

Pagina 2: Niets over sport, media en Pia Dijkstra

Het tweede deel - sociale kennis - beoogt te testen of de buitenlander weet waar hij zijn recht kan halen en aan welke plichten hij als Nederlands staatburger moet voldoen.

“Koddig en een beetje betuttelend”, oordeelt prof.dr. H.L. Wesseling over de nieuwe inburgeringstoets. Wesseling is historicus en publiceerde onder meer over de identiteit van het Nederlandse volk. “De overheid heeft gekozen voor veel vragen over staatsinrichting en sociale ordening. Ze benadrukt sterk het feit dat Nederland een democratie is en dat mensen hier gelijk worden behandeld. Het is alsof de overheid met deze toets de nieuwe Nederlander een boodschap, een overtuiging probeert bij te brengen.”

Wesseling meent dat de nieuwe inburgeringstoets als normatieve test wel voldoet, maar niet als middel om te controleren of de migrant is geïntegreerd in de Nederlandse cultuur. “Er staat weinig over wat de Nederlander bezighoudt. Niets over sport, media, spelletjes en Pia Dijkstra. Een daar houdt de gemiddelde Nederlander zich meer mee bezig dan met rioolbelasting.” De vragen over de lokale overheid vindt Wesseling lastig, de vragen over het Nederlandse staatsbestel bij tijd en wijle onduidelijk. “Ik zou niet graag de autochtonen de kost geven die deze toets niet halen.”

In de kantine van het Studiehuis, een centrum voor volwassenenonderwijs in Leiden, klontert een groepje Nederlanders samen. Hier volgen ze onder meer de cursus 'Nederlands als moedertaal', bedoeld voor volwassenen die niet meer dan lagere school en hooguit enkele jaren lbo hebben gevolgd. Vanochtend maken enkelen van hen op ons verzoek de nieuwe inburgeringstoets. Mag het Nederlandse volk zijn eigen parlement kiezen? Nee, antwoordt een vrouw. Een klasgenoot noteert onder het kopje 'politieke partijen in Nederland' de KVP. De zaken waarvoor een gemeente moet zorgen lopen uiteen: orde, netheid, huisvesting, bestrating, verlichting en “dat de cafés op tijd sluiten”. Twee vrouwen menen dat de leeftijd waarop een Nederlander mag stemmen op 21 jaar ligt.

Daarentegen worden andere vragen feilloos beantwoord. Zo weet iedereen de juiste omschrijving van het minimumloon te geven, is iedereen op de hoogte van de gezondheidszorg in Nederland en worden de juiste verzekeringen genoemd. Coördinator L. van Boven van het Studiehuis in Leiden heeft de toets desgevraagd ook gemaakt. Zij vindt hem makkelijker dan hij op het eerste gezicht lijkt. “Maar ik mis vragen over politie, justitie en rechtspraak”, zegt ze. “Moeten migranten niet weten waar ze aangifte moeten doen als hun fiets is gestolen of dat ze in Nederland recht hebben op een pro deo advocaat?”

Het landelijk studie- en ontwikkelingscentrum voor de volwasseneneducatie (SVE) heeft in opdracht van het ministerie van justitie de nieuwe inburgeringstoets ontwikkeld. Daarna werd de test uitgebreid getoetst bij autochtonen met basisschool of lbo, aldus een van de makers, J. Neuvel. Als minder dan tachtig procent een vraag goed had, schrapte het centrum deze vraag. Dat criterium deed vragen over secularisatie en gelijkberechtiging van mannen en vrouwen sneuvelen. De vraag of een man en een vrouw met precies dezelfde baan evenveel moeten verdienen, werd door te weinig autochtonen goed beantwoord.

Directeur M. de Laat van de afdeling onderwijs voor anderstaligen in Den Haag vindt dat de toets 'ontzettend weinig' test. Haar leerlingen hebben weinig moeite met het deel 'spreekvaardigheid' van de toets. Het sociale-kennisdeel gaat aanzienlijk moeilijker, onder meer omdat daar enkele onbekende woorden in voorkomen. De uit Sri Lanka gevluchtte Tamil P. Rathnavelyutham kan niet zeggen of stemmen geheim is, want het begrip geheim is hem onbekend. De Iraanse vluchteling Z. Mohgaddam weet niet wat stemmen is.

“De inburgeringstoets kent veel moeilijke woorden”, zegt prof. dr. N. Bleichrodt van de Vrij Universiteit in Amsterdam. “Daardoor wordt het hele examen een test van de taalvaardigheid.” Eerder deed Bleichrodt onderzoek naar psychologische testen voor allochtone sollicitanten. De nieuwe inburgeringstoets hinkt volgens hem op twee gedachten. Zo zouden in het deel bedoeld om de spreekvaardigheid te controleren, politieke vragen staan. “Vindt u dat een migrant verplicht Nederlands moet leren, vraagt men. Daar hebben we in Nederland jarenlang discussie over gehad en dat moet een migrant nu even oplepelen. Natuurlijk wordt die man zenuwachtig van zo'n vraag.”

Het deel met sociale kennis test volgens Bleichrodt vooral kennis, feitjes. “Het zegt weinig over gedrag en de mate van integratie in de Nederlandse samenleving.” Het zogenoemde situationeel interview zou dat beter aangeven, meent Bleichrodt. Daarbij legt men een situatie voor, waaruit de ondervraagde zich moet redden. “Wat zou u doen als uw werkgever zegt dat u morgen niet meer hoeft terug te komen?”

K. Ülkü is onlangs Nederlands staatsburger geworden onder de oude voorwaarden. Maar het is onzeker of ze opnieuw de Nederlandse nationaliteit zou krijgen onder de nieuwe voorwaarden. Op de meeste vragen geeft ze weliswaar vlot antwoord, maar daaruit blijkt dat ze de vraag niet heeft begrepen. Waar moet iemand naar toe voor een uitkering? “Echt waar, het is hier heel makkelijk uitkering krijgen.”