Geplande verbouwing Van Abbemuseum opnieuw vertraagd

Niet bekend

Het gemeentebestuur en de meerderheid van de raad hadden in 1992 al gekozen voor de nieuwbouw naar het ontwerp van Cahen. Die nieuwbouw, die ruim 27 miljoen gulden gaat kosten, had eigenlijk al vorig jaar moeten beginnen. Maar de tegenstanders begonnen, overigens pas een jaar na de besluitvorming in de raad, een aantal bezwaarprocedures. Zolang daarin geen oordeel is geveld mag er geen bouwvergunning worden afgegeven, tenzij de rechter opheffing van de schorsende werking geeft.

Een eerste verzoek tot opheffing wees de Bossche rechtbankpresident in april jl. af. De rechtbankpresident zei niet te willen beslissen omdat op dat moment nog de uitspraak moest komen van staatssecretaris Nuis (cultuur). Die besliste op 14 juli dat het Van Abbe niet in aanmerking komt voor plaatsing op de rijksmonumentenlijst.

Opvallend was overigens dat de gemeente bij de behandeling afgelopen week van het tweede verzoek meende dat de beslissing van de staatssecretaris eigenlijk geen rol speelde hij het eerder door B en W genomen besluit het Van Abbe niet op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Dit omdat, zoals advocaat mr. F. A. van Kemenade aanvoerde, “een lokaal bestuur bevoegd is een vergunning tot verbouwing af te geven ongeacht een al of niet aanwezige monumentenstatus.” In de kwestie speelt de Raad voor het cultuurbeheer, het adviesorgaan voor de cultuurminister, een bijzondere rol. Aan minister d'Ancona adviseerde de Raad in 1993 het bestaande gebouw niet op de monumentenlijst te plaatsen. Pas later meende de raad dat het werk van Kropholler geweld zou worden aangedaan door Cahens nieuwbouw. Terugkomen op het eerdere advies achtte de raad niet consistent, maar in een brief van 11 november 1994 aan staatssecretaris Nuis van OCW spreekt de raad wel haar grote bezorgdheid uit over de nieuwbouwplannen. Voor de Bezwaarschriftencommissie Cultuur van het departement was deze brief aanleiding om Nuis per brief van 14 juni in overweging te geven zich nog eens over de zaak te beraden. Maar Nuis besloot op 14 juli toch tot niet-plaatsing met als argument dat “in de ontstaansgeschiedenis de vormgeving van het gebouw niet een doel op zich was, maar het middel om de kunst te tonen.”

Opmerkelijk is dat Nuis twee dagen voor het advies van de Bezwaarschriftencommissie in een brief aan de Eindhovense wethouder W. van Zon (evenals hij lid van D'66) 'goede hoop' zei te hebben dat de Bezwaarschriftencommissie komt tot 'een voor jullie gunstige uitspraak'.