Duisenberg wil tekort van één procent

AMSTERDAM/BONN, 8 NOV. De landen die deelnemen aan de economische en monetaire unie (EMU) zullen na toetreding tot die muntunie moeten streven naar een structureel begrotingstekort van 1 procent van het bruto binnenlands produkt. Dit heeft president W. Duisenberg van de Nederlandsche bank gisteren gezegd in een toespraak in Frankfurt. Door zo'n klein structureel tekort na te streven, zouden de deelnemende landen aan de muntunie ook bij een conjuncturele terugval het tekort onder de drie procent kunnen houden. Die drie procent is het huidige maximum-tekort dat kandidaat-landen voor de EMU mogen hebben om te worden toegelaten.

Duisenberg stelt ook voor de procedure die in werking treedt bij buitensporige begrotingstekorten boven de drie procent sneller toe te passen. De procedure houdt in dat landen met een tekort van boven de drie procent worden gestraft met financiële sancties die oplopen naarmate het tekort langer aanhoudt. Duisenberg denkt aan een halfjaarlijkse toetsing van de begrotingsontwikkeling in een deelnemend land dat de drie procent overschrijdt, in plaats van de huidige jaarlijkse toetsing, zodat ook de financiële sancties sneller oplopen. Al deze extra eisen en bepalingen moeten volgens Duisenberg worden vastgelegd in een 'herenakkoord' tussen de EMU-deelnemers. Voor wijzigingen in het Verdrag van Maastricht, waarin de financiële criteria voor de EMU zijn vastgelegd, voelt hij niets.

Ook de Duitse christen-democratische minister van financiën Theo Waigel stelde gisteren in het Duitse parlement voor de structurele begrotingstekorten van de deelnemende landen aan de muntunie te beperken tot 1 procent. Uitzonderingen zijn alleen toelaatbaar met instemming van de partners en onder extreme omstandigheden, zoals bij natuurrampen. Landen met een te hoge staatsschuld - waaronder Nederland - zouden zelfs nog lagere tekorten moeten nastreven. Waigel pleitte ook voor de oprichting van een 'Europese Stabiliteitsraad', die de begrotingspolitiek van de deelnemers aan de muntunie moet coördineren.

Waigels plannen maken deel uit van zijn in september gelanceerde idee voor een Stabiliteitspact, dat de deelnemende lidstaten na het in werking treden van de EMU zouden moeten sluiten. Per 1 januari 1999 gaat de zogeheten 'derde fase' van de muntunie van start, waarbij de munten van de deelnemende landen aan elkaar worden gekoppeld onder één Europese Centrale Bank.

Waigels voorstel voor hardere garanties voor een strakke begrotingsdiscipline in de muntunie komt op een moment van groeiende onrust in Duitsland over het inruilen van de harde D-mark voor een gemeenschappelijke Europese munt. De sociaal-democratische oppositiepartij SPD liet de afgelopen weken doorschemeren de muntunie tot thema te willen maken van de Bondsdagverkiezingen van begin 1998. Waigel riposteerde gisteren door te stellen dat de SPD “niet langer de partij is van grote Europeanen als Willy Brandt en Helmut Schmidt”.