Doors of Perception (2)

De ster van de tweede avond van Doors of Perception in Amsterdam was de prettig gestoorde Belgische kunstenaar Michaël Samyn. Op dit internationale congres voor de voorhoede van de nieuwe media, vertelde hij in ietwat moeizaam Engels een opgewekt verhaal over het gebruik van het computernetwerk Internet voor zijn kunstzinnige werk: “In mijn omgeving vond niemand het leuk wat ik maakte.” Via Internet maakte hij kennis met zijn Amerikaanse collega Jeff, die soortgelijke ervaringen had. “Dus gingen we elkaars werk maar leuk vinden.” De twee gingen samenwerken en ontwikkelden een hechte vriendschap - “het enige wat eigenlijk van belang is voor het thema van deze conferentie”. Overigens hebben ze elkaar nooit ontmoet.

De samenwerking bestond eruit dat Michaël een grafisch werkstuk publiceerde op het World Wide Web, het deel van Internet dat zich leent voor afbeeldingen, en dat Jeff daar met een eigen werk op reageerde. Daarin nam hij dan een verwijzing op, naar Michaëls grafiek. Terwijl Samyn gisteravond sprak, zond Jeff vanuit de Verenigde Staten via Internet afbeeldingen naar het torenhoge projectiescherm, zoals een plaatje van een bloem en de tekst: 'I'll be right there! No.. I guess I already am'.

De spreekbeurt van Michaël Samyn was een vrije oefening na de pauze. De overige sprekers bleven dichter bij het eigenlijke onderwerp van de avond, het inzetten van informatietechnologie in 'education'. De in Japan wonende Amerikaan Stephen Suloway vertoonde beelden van de CD-ROM 'Cosmology of Kyoto', een spel dat zich afspeelt in het antieke Kyoto in de achtste eeuw. De speler komt daarbij dingen over de Japanse geschiedenis en cultuur te weten. Verder moet hij een zekere goedheid aan de dag leggen, bijvoorbeeld tegenover bedelaars, om ten slotte het Nirvana te bereiken. Suloway zag voor zijn CD een rol in 'het verzet tegen het wereldbeeld van Hollywood en in het behoud van de culturele diversiteit in het MTV-tijdperk'. Maar hij gaf toe dat het succes in dit opzicht afhangt van het succes op de markt.

De Nederlands-Amerikaanse producer Coco Conn leert kinderen creatief omgaan met computers. Bijvoorbeeld het maken van driedimensionale videoprodukties, waarbij behalve met beeldschermen en camera's ook wordt gewerkt met klei en verfkwast. Ze heeft kinderen op Internet een virtuele stad (www.cityspace.org) helpen bouwen die verbonden is met een andere virtuele stad. De kunstenares Jill Scott presenteerde een project waarbij ze elektronische technieken combineert met haar belangstelling voor de rol van vrouwen in de maatschappij. Op CD-ROM kan de toeschouwer bijvoorbeeld fictieve vrouwen uit verschillende tijdperken leren kennen, hun bezittingen bestuderen en ze zelfs met elkaar laten praten.

Aan goede bedoelingen geen gebrek. Of de wereld er beter van wordt, moeten we afwachten. Ontnuchterend waren de 'beginnersfouten' van de sprekers, die er toch hun beroep van hebben gemaakt een publiek bezig te houden. De teksten werden voorgelezen en waren soms gesteld in een pseudo-intellectuele boekentaal die om te lezen al vervelend is: 'The crisis of consciousness that is disrupting our ecologies...' Te vaak en te lang bleef de blik van de spreker op het papier gericht, of op het scherm van het notebook. En het ergste van alles was, dat er voortdurend video werd vertoond terwijl de spreker doorpraatte. Multimediaal, zeker, maar noch video, noch lezing was op die manier goed te volgen. Die gekke Belg, die geen boodschap had aan het verbeteren van de wereld of aan het bereiken van een groot publiek, deed het in dat opzicht veel beter. (Een uitgebreidere, 'interactieve' versie van dit artikel staat op de Webpagina's van NRC Handelsblad: http://www.nrc.nl.)