Burgemeesters van Den Haag en Utrecht treden op tegen CD-leden

DEN HAAG, 8 NOV. De burgemeesters van Den Haag en Utrecht zijn gisteren tijdens de begrotingsbehandeling in hun gemeenteraden opgetreden tegen de Centrum-democraten.

In Den Haag ontnam burgemeester Havermans het CD-raadslid W. Schuurmans het woord nadat zij B en W “zakkenvullers” had genoemd. Eerder had GroenLinks de burgemeester verzocht Schuurmans alleen nog toegang te verschaffen tot de negende etage van het gemeentehuis, waar het kantoor van de CD is gevestigd. Aanleiding hiervoor was dat een ambtenaar CD-leider Janmaat afgelopen week in de fractiekamer van GroenLinks had gesignaleerd. Die kamer bevindt zich op de derde verdieping.

In Utrecht snoerde burgemeester Opstelten de Centrum-democraat M. de Regt de mond wegens racistische uitlatingen. Opstelten greep in nadat raadsleden hun ongenoegen al kenbaar hadden gemaakt door op tafel te roffelen en “schande” te roepen. De burgemeester gaf opdracht de woorden van het CD-raadslid uit de notulen te schrappen.

Eerder op de dag zag burgemeester Peper van Rotterdam zich genoodzaakt de raadsvergadering te schorsen na een incident tussen het PvdA-raadslid Woei-A-Tsoi en CD-fractievoorzitter W. van Ginneke. De PvdA'er had samen met twintig andere raadsleden de zaal verlaten uit protest tegen de redevoering van Van Ginneke, waarin deze tekeerging tegen buitenlanders. Toen Woei-A-Tsoi weer binnenkwam, sloeg hij Van Ginneke enkele papieren uit zijn hand.

Leden van het parlement, gemeenteraad en Provinciale Staten kunnen op grond van hun parlementaire onschendbaarheid niet worden vervolgd voor wat zij ter vergadering zeggen. Om die reden heeft D66 zich uitgesproken voor opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van volksvertegenwoordigers die racistische uitlatingen doen.

Het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR) heeft onderzocht welke juridische mogelijkheden er zijn om politici aan te pakken die in het parlement racistische uitlatingen doen. In dit onderzoek bepleit het LBR mensen die door de rechter wegens racistische uitingen zijn veroordeeld, als bijkomende straf uit het passief kiesrecht te zetten. Het artikel dat racisme strafbaar stelt (137 c van het Wetboek van strafrecht) zou met deze mogelijkheid kunnen worden uitgebreid.

Volgens onderzoekster M. Wijman vinden de meeste burgemeesters dat zij aan hun huidige bevoegdheden genoeg hebben om tegen extreem-rechts op te treden.