Beginnetje

Het feestelijkste moment van een verliefdheid is als het nog helemaal geen naam mag hebben: als het nog niets is behalve een oogmerk.

Het doet denken aan de ochtend van een kinderverjaardag, wanneer alles nog mogelijk is. De zon is al op, je ligt nog in bed, en elke stem, elk geluid in huis lijkt deel uit te maken van de gezellige voorbereidingen. Nog geen cadeautje is tegengevallen of heeft, hoe mooi ook, de zekerheid gebracht dat je iets anders niet zult krijgen. Misschien wordt dit wel de mooiste van alle verjaardagen. Gekust en gekroond van vroeg tot laat. Helemaal onaangebroken ligt de dag klaar. Straks begint hij. Ging de tijd maar wat sneller.

Maar zelfs het wachten is in dit stadium nog een vreugde.

Deze toestand heeft nog een ander belangrijk voordeel: als het allemaal niet doorgaat - mamma komt binnen, verbaast zich dat je al wakker bent, en dan blijkt dat je je een dag hebt vergist - dan is het helemaal niet zo erg. Je had immers nog niets geïnvesteerd, niets gezegd. Je was nog niet eens je bed uit!

Dat precaire stadium, waarin de gelieven nog niet weten of dit een levenslange passie wordt, een kortstondig avontuur of niets van dat al, is uit zijn eigen aard vergankelijk. Het kan vervliegen zonder sporen na te laten als er verder niks gebeurt. Als er wel iets gebeurt zijn er allerlei mogelijkheden, die gemeen hebben dat zij wel sporen na zullen laten. Een reguliere verliefdheid heeft veel charmes, maar ook een geschiedenis, en geschiedenis betekent altijd op- en neergang. De anticipatie niet, die is alleen zichzelf, alleen positief.

Misschien bestaat het geheim van een echte Don Juan wel uit het feit dat voor hem het leven een aaneenrijging is van zulke momenten. Een leven van blijde verwachting, zo nu en dan een beetje vervulling, en de volgende ochtend weer verder verheugen.

Substantie krijgt het echter nooit, en daarom is Don Juan niet de geschiedenis in gegaan als lid van een groots liefdespaar, maar als opschepper en zondaar. Terwijl hij toch meer heeft gedaan om kleur en vreugde in het leven van velen te brengen dan menige trouwe echtgenoot.

In het concurrerende ochtendblad werden onlangs twee dames - een die beroepshalve roddelt, en een die beroepshalve koppelt - gevraagd naar hun lievelings-liefdesparen. De eerste dame hield ervan als liefdes tragisch eindigden, de ander als het paar nog lang en gelukkig leefde: geheel volgens verwachting dus.

Maar de vraag naar de mooiste liefdes heeft mij zelf aan het denken gezet. Sindsdien overkomt het mij dat ik, lopend naar de supermarkt, denk: Geneviève en Arthur, of toch maar Geneviève en Lancelot? En mogen Tristan en Isolde, die aan hetzelfde hof verkeerden, dan nog wel meedoen?

Het blijkt niet gemakkelijk om goede paren te vinden. Ook de geïnterviewde dames ondervonden dat; veel van hun voorbeelden waren niet zozeer paren als wel grote liefdes van één persoon voor een ander. Want of Batseba wel zo dol op David was lijkt mij allerminst zeker. En of die nette jongen van de Dame met de Camelia's haar liefde echt met gelijke munt terugbetaalde - het valt te betwijfelen. De grandeur lag helemaal aan haar kant, zoals zij aan de zijne lag in het geval van Swann met zijn domme Odile, en van Humbert Humbert met Lolita.

Nee, de echt indrukwekkende liefde is maar al te vaak eenzijdig. Is zij dat niet, dan zijn er andere obstakels of tegenslagen nodig om haar een beetje status mee te geven. Met als extreemste voorbeeld Othello en Desdemona, die elkaar vurig liefhebben en toch in ellende moeten sterven wegens het gestook van die etter Iago. Maar ook Tristan en Isolde eindigden tragisch, met Orfeus en Euridyce liep het verkeerd af, en zelfs Liz Taylor en Richard Burton moesten steeds maar scheiden.

Zij allemaal moeten vaak met weemoed hebben teruggedacht aan het veilige beginnetje, toen op basis van drie blikken en anderhalf woord het grote verheugen begon. Toen had de tijd niet sneller moeten gaan, hij had juist stil moeten staan.