100 JAAR; 10: Fietsendieven

Tegen het slot van Fietsendieven (Ladri di biciclette, 1948) zoekt een kinderhand naar de hand van zijn vader, die zojuist van zijn voetstuk gevallen is. Ten einde raad is die van z'n fiets beroofde vader zelf een dief geworden, ontmaskerd, aangehouden en weer vrijgelaten. In dat gebaar zit de morele wanhoop van het kind, maar ook zijn begrip en troost, omdat hij nu inziet dat het niet altijd mogelijk is je waardigheid te handhaven.

Het rijmt op een ander dubbelzinnig handgebaar in een neorealistische film, eveneens geregisseerd door Vittorio de Sica (1901-1974). De aan lager wal geraakte professor in Umberto D. (1951) heeft geen geld meer om eten voor zijn hondje te kopen. Hij staat aan de zijkant van het Pantheon en steekt aarzelend z'n hand uit om te bedelen bij een voorbijganger. Dan bedenkt hij zich, draait de handpalm naar boven en kijkt naar de lucht of het misschien gaat regenen.

Hoewel de neorealistische films, die tot stand kwamen in de voor de politieke geschiedenis van Italië cruciale naoorlogse jaren, door christen-democratische politici als Andreotti en Scalfaro aangevallen zijn op hun weinig flatteuze beeld van de toenmalige samenleving, valt achteraf juist op dat het geen linkse pamfletten zijn, maar hommages aan de slachtoffers van morele verwarring.

Vooral ook uit de vorm, die de niet-doelmatige grilligheid van het leven zelf voor het eerst in de filmgeschiedenis wist te verbeelden - en daarmee de grondslag zou leggen voor nouvelle vague en cinéma vérité - spreekt het open karakter van het neorealisme. Tot dan toe wilden films de toeschouwer altijd ergens heen manoeuvreren, volgens klassieke dramatische wetten. In Fietsendieven onderbreekt het jongetje een achtervolging omdat hij een plasje moet doen, en de dramatische handeling blijft op hem wachten. Maar ondanks het gebruik van niet-professionele acteurs en authentieke locaties waren de neorealistische films geen documentaires. De Sica werkte twee jaar aan Fietsendieven met een stuk of tien scenaristen, voordat hij het toeval goed onder controle had. Meer dan zijn achteraf voor groter regisseurs versleten collega's Roberto Rossellini en Luchino Visconti maakte hij bijna een halve eeuw geleden films die nog recht overeind staan, omdat ze ideologische schema's vermijden. Niets menselijks is zijn helden vreemd en daarom versteenden ze niet tot monumentale retoriek.