Werken bij Fokker is geen leuke jongensdroom meer

Een jongensdroom die is uitgekomen. Met dat gevoel zijn de meeste werknemers ooit bij Fokker in dienst getreden. Want wat is er mooier dan vliegtuigen bouwen? De afgelopen jaren heeft Fokker echter veel van zijn attractie verloren. De negatieve publiciteit, het vertrek van duizenden collega's, de terreur van de kostprijzen - voor de achterblijvers is het werk er niet leuker op geworden.

AMSTERDAM, 7 NOV. Op feestjes praat hij “uit principe” niet meer over Fokker. “Ik zit de hele dag al in de ellende, ik wil 's avonds wel eens over leuke dingen praten. Als mensen naar Fokker vragen, zeg ik: lees de krant maar.” Gerard d'Achard van Enschut, produktiemedewerker bij de Fokker-vestiging in Papendrecht, is niet de enige werknemer die door de buitenwereld onder vuur wordt genomen. “Sommige vrienden zeggen: 'Goh, zit je nog steeds bij Fokker?' Anderen beginnen te praten over een bodemloze put. Dat is vervelend”, zegt zijn collega Ad Oomen, bedrijfskundige op Schiphol-Oost.

Voor de werknemers van Fokker duurt het allemaal te lang. Al sinds begin jaren tachtig is het onrustig rond hun werkgever. De effecten van de ene reorganisatie zijn nog niet weggeëbd of de volgende sanering staat al voor de deur. Elke keer dat Fokker in Den Haag aanklopt laait de maatschappelijke discussie over de noodzaak van overheidssteun weer op. “Er moet snel rust komen binnen Fokker”, zegt d'Achard van Enschut. “Dan kunnen we weer eens aan de produktie gaan denken.” De onrust komt de kwaliteit niet ten goede, stelt hij, al merkt de klant daar niets van. “Ik zie steeds meer afgekeurde produkten in de afvalbak liggen.”

De overname in 1992 door het Duitse Dasa (onderdeel van Daimler-Benz), die voor de broodnodige rust had moeten zorgen, heeft de druk op de Fokker-werknemers alleen maar vergroot. De berichtgeving in de media geeft hen naar eigen zeggen het gevoel dat Fokker al ten dode is opgeschreven. “Ik ben erg teleurgesteld in de media en de publieke opinie. Als Fokker een order misloopt, komt het op de voorpagina. Halen we een order binnen, dan staat het bericht ergens achterin”, klaagt een produktiemedewerker op Schiphol-Oost die anoniem wil blijven.

Deze maanden is de onrust weer opgelaaid door de problemen bij Dasa en de miljoenenverliezen bij Fokker zelf. Fokker denkt 2,3 miljard gulden nodig te hebben om er weer bovenop te krabbelen, op te brengen door de Nederlandse Staat en Dasa. Tegelijkertijd probeert Fokker intern de kostenhuishouding op orde te krijgen. Daarbij zullen zowel de toeleveranciers als de werknemers offers moeten brengen. Binnenkort zal de overheid aan tafel gaan zitten met Dasa om te onderhandelen over een reddingspakket.

De onzekerheid rond Fokker krijgt steeds meer weerslag op de werknemers, zeggen d'Achard van Enschut en Oomen, beiden lid van een ondernemingsraad binnen Fokker. Als OR-lid heeft d'Achard van Enschut in de vestiging Drechtsteden dat proces van nabij meegemaakt. Lange tijd was onduidelijk of Ypenburg of Drechtsteden, waar Fokker onder meer rompen, cockpits en vleugels maakt, de poort moest sluiten. “Wij mochten uiteindelijk open blijven, maar die onzekerheid is de sfeer niet ten goede gekomen. De motivatie is verdwenen, dat durf ik keihard te zeggen.”

Het wantrouwen ten opzichte van de Fokker-leiding groeit, constateert ook vakbondsbestuurder Hans Huis in 't Veld van de VHP Metalektro. Enige tijd geleden is er door de afdeling personeelszaken een enquête gehouden, waarin een vraag voorkwam over de kwaliteit van het management.

Pagina 19: Fokker

“Het antwoord was vernietigend”, aldus Huis in 't Veld. Recente voorstellen van Fokker om de arbeidskosten met tien procent terug te brengen, stuitten bij de achterban op zoveel verzet dat de bonden besloten het overleg hierover met Fokker op te schorten. “We hebben Fokker gevraagd eerst zelf aan het personeel duidelijk te maken wat het nut van deze besparingen is”, aldus Huis in 't Veld.

Bij veel werknemers leeft het idee dat de Fokker-leiding te veel belang hecht aan het zo snel mogelijk reduceren van personeelskosten, zonder na te denken over de gevolgen voor de bedrijfsvoering. Sinds 1990 is het werknemersbestand teruggebracht van 14.000 naar bijna 8.800 eind 1994. Na afronding van de laatste grote reorganisatie, die vorig jaar is ingezet, zullen er nog eens 1.700 werknemers verdwijnen. “Er zijn veel te veel goede mensen weggestuurd”, vindt Tjakke Schuringa, projectmanager op het hoofdkantoor van Fokker. “Ook vrijwillig gaat er veel hooggekwalificeerd personeel weg. Fokker reageert daar vanuit management-oogpunt vreselijk slecht op: men kijkt vooral naar de getallen, niet meer naar de kwaliteit. Sommige mensen zouden ze gewoon niet mogen laten gaan.”

Veel werknemers zetten vraagtekens bij de recente reductie, omdat Fokker het werk nu bijna niet aankan. De orderstroom is namelijk weer op gang gekomen en de produktieafdelingen draaien op volle toeren - dankzij de lange werkdagen van het vaste personeel èn het inschakelen van veel tijdelijke krachten. “Wil je überhaupt nog vliegtuigen uit de fabriek krijgen, dan zit de hoeveelheid produktiepersoneel nu echt op een absoluut minimum”, zegt OR-lid d'Achard van Enschut.

Ook VHP-bestuurder Huis in 't Veld maakt zich zorgen over de oplopende werkdruk. “Dat is het algemene probleem bij deze reorganisatie. Aan de ene kant komt er veel werk binnen, waardoor er mensen ingehuurd moeten worden, aan de andere kant wordt er bezuinigd op personeel.” Fokker realiseert zich volgens hem onvoldoende dat de besparingen door het inhuren van tijdelijke krachten deels teniet worden gedaan door oplopende kosten elders. Zo maken flexibele krachten meer fouten en hebben ze meer begeleiding nodig, waardoor het vaste personeel niet aan het eigen werk toekomt. Bovendien raken de werknemers volgens hem gedemotiveerd door het feit dat collega's vervangen worden door tijdelijke krachten.

Niet alleen aan de produktiekant is de afgelopen jaren fors gesneden, ook de ontwikkelings- en onderzoeksafdelingen hebben een flinke veer moeten laten. OR-lid Oomen vindt dat geen geruststellende ontwikkeling. “Ik heb het gevoel dat Fokker moet oppassen dat er in de technische sfeer niet té veel mensen weg moeten. Persoonlijk vind ik het jammer dat er in de club engineers zo wordt gesneden. Die technische kennis vormt de kracht van Fokker.”

Rob Wilgenkamp is een van de technici die het slachtoffer zijn geworden van de laatste reorganisatiegolf. Negentien jaar werkte hij bij Fokker als specialist oppervlaktetechnieken. Sinds vorig jaar staat Wilgenkamp op straat. Fokker was zijn eerste werkgever. “Ik was aangenomen voordat ik de uitslag van school binnen had”. Een baan bij Fokker was een 'jongensdroom', zegt de nu 45-jarige Wilgenkamp. “Enerzijds omdat ik er met vliegtuigen kon werken en anderzijds omdat ik bij Fokker interessant onderzoek kon doen.”

In de ogen van Wilgenkamp zijn reorganisaties en Fokker nauw met elkaar verbonden. In 1982 maakte hij de eerste grote sanering mee, waarbij 1.400 van de destijds 9.600 werknemers op straat kwamen. In 1987 volgde de tweede inkrimping. Wilgenkamp werd zijdelings geraakt: 'zijn' onderzoeksafdeling werd gereorganiseerd, wat er onder andere toe leidde dat er een nieuwe groepsleider van buiten Fokker kwam. Het contact tussen beiden verliep “als gevolg van cultuurverschillen” in het begin stroef en Wilgenkamp werd mede daardoor na enige tijd overgeplaatst.

Op zijn nieuwe afdeling had hij het aanvankelijk wel naar zijn zin. Ook daar sloeg enkele jaren geleden echter de bezuinigingsdrift toe en Wilgenkamp werd ontslagen. “Ik had pech. Zowel mijn baas als mijn groepsleider zaten in dezelfde leeftijdsklasse als ik. Omdat zij hoger in functie waren, mochten zij blijven”.

De ex-werknemer is sinds zijn ontslag nog regelmatig op het terrrein van Fokker geweest - voor de halfjaarlijkse controle bij de bedrijfstandarts. Zo'n bezoekje roept steeds wisselende emoties op. “Het gaat de ene keer beter dan de andere keer.” Wilgenkamp wil Fokker echter niet de schuld geven van zijn werkloosheid. “Ik koester geen wraakachtige gevoelens. Ik zat toevallig op de verkeerde plek met de verkeerde leeftijd.” In zijn laatste jaar bij Fokker werkte hij al continu met de dreiging van ontslag. Een slopende situatie, zo vertelt hij. “Je bent het middelpunt op de afdeling, iedereen is er mee bezig. Als je dan het bericht van ontslag echt te horen krijgt, is dat gewoon even een opluchting.”

De opeenvolgende reorganisaties en de onzekerheid rond de toekomst van Fokker leiden tot een leegloop aan specialisten, stellen alle gesprekspartners. Een deel wordt getroffen door ontslag, anderen kiezen eieren voor hun geld en gaan zelf op zoek naar een andere baan. Een slechte ontwikkeling, vindt VHP-bestuurder Huis in 't Veld, omdat het juist de jonge, hoogopgeleide werknemers zijn die vertrek overwegen. Een jonge ingenieur van de vestiging Schiphol-Oost, die anoniem wenst te blijven, denkt ook wel eens aan een andere baan, bekent hij. “Dit is een mooi bedrijf, maar er moet wel wat gebeuren. Als de beloning onaanvaardbaar laag wordt, daalt de motivatie om te blijven.”

De kennis van Fokker vormt letterlijk en figuurlijk het kapitaal van het bedrijf. Het vertrek van de oude garde dreigt die basis te ondergraven. Zo zijn de meeste werknemers die betrokken waren bij de ontwikkeling van de F-27 en de F-28 verdwenen. Nu lijkt hetzelfde te gebeuren met de medewerkers van de F-50 en F-100. “Die mensen hadden een heleboel kennis. Maar door de reorganisaties en ontslagen is er nauwelijks sprake van kennisoverdracht. Als Fokker straks binnen Dasa een leidende rol in de vliegtuigbouw wil vervullen, gaat dat verlies hen opbreken. Ik hoor nu van mijn oude cluppie bij Fokker dat die jongens opnieuw het wiel aan het uitvinden zijn.”

De echte 'vliegtuiggekken' zijn allang verdwenen, is de indruk van OR-lid d'Achard van Enschut. Zelf is hij gebleven. “Ik zie nog lichtpuntjes, ik denk dat die kapitaalinjectie er wel komt. Maar”, zegt hij eerlijk, “als ik me bij Fokker alleen maar bezighield met chemische oppervlaktebehandeling, dan was ik ook allang op zoek gegaan naar iets anders. Het is het OR-werk, die blik in de keuken, die me hier houdt. Ik heb een taak en die moet ik afmaken.”

Hoewel de motivatie als gevolg van het voortdurende tumult naar een dieptepunt is gedaald, blijven de meeste werknemers trots op 'hun' Fokker. “Je blijft je beste beentje voor zetten. Dat geldt ook voor veel collega's. Ondanks de onzekerheid blijft het daarom toch een prettige sfeer om in te werken”, zegt bedrijfskundige Oomen. Daarbij is het produkt volgens hem van groot belang. “Een vliegtuig blijft toch een klein wonder. Het geeft een heel mooi gevoel, zo van 'wij maken een produkt van wereldklasse'. En gelukkig zijn er genoeg Fokker-gekken zoals ik, die denken dat het over twee jaar wel weer goed komt met Fokker.” “Dat Fokker-gevoel, dat machtige gevoel, dat hou je, ook al sta je aan het randje van de afgrond”, aldus een produktiemedewerker. d'Achard van Enschut drukt het kort en krachtig uit: “Je blijft trots op Fokker. Stom maar waar.”

Voor projectmanager Schuringa zit het er bijna op. Medio volgend jaar gaat hij met de VUT. “Ik ben te duur om nog te ontslaan”, zegt hij cynisch. Anders dan Oomen ontmoet hij nauwelijks meer gemotiveerde mensen. “De sfeer is slecht. Iedereen zit te wachten op soelaas.” De demotivatie wordt deels opgevangen door de betrokkenheid die het personeel bij het produkt voelt, gelooft ook Schuringa. “Het produkt vergoedt veel. Misschien maakt Fokker daar ook wel een beetje misbruik van. Men durft impopulaire maatregelen te blijven nemen.”

Een grimmiger en dreigender jaar dan 1995 heeft Schuringa nog niet meegemaakt in zijn lange carrière bij Fokker. “Ik kan wel optimistisch doen, maar waar is dat op gebaseerd?” Als Fokker dicht moet, zou dat zijn gezondheid schaden, denkt Schuringa. Ook wanneer hij al in de VUT is. “Mijn leven is van jongsafaan bepaald door vliegtuigen. Toen ik als klein jongetje in de oorlog de vliegtuigen van de Duitsers en de geallieerden over zag komen, wist ik zeker dat ik de luchtvaart in wilde. Het zou voor mij daarom een existentiële schok zijn als onze nationale vliegtuigindustrie wegvalt.”