'Verkrachter opsporen met analyse van zijn gedrag'

ROTTERDAM, 7 NOV. Veel meer verkrachtingszaken kunnen worden opgelost wanneer de politie vaker gebruik maakt van gedragskundige analyses van de daders. Plegers van seksuele misdrijven laten een 'handtekening' achter waaraan hun misdrijven zijn te herkennen.

Dit schrijven Robert Hazelwood en Carlo Schippers in het jongste nummer van Modus, het tijdschrift voor recherche en forensische wetenschappen. Hazelwood werkte als speciaal agent bij de FBI-academie. Schippers is gedragskundig recherche-adviseur bij de CRI.

Volgens de auteurs blijft de 'handtekening' van de daders tijdens hun 'carrière' redelijk stabiel. Het gaat om bepaalde handelingen die niet noodzakelijk zijn voor het laten slagen van het misdrijf, maar de verkrachting voor de pleger plezierig maken. Deze handelingen zijn volgens Hazelwood en Schippers onderdeel van het ritueel en daarom is de kans groot dat een dader bij een volgend vergrijp hetzelfde gedrag zal vertonen.

De politie moet daarom aan slachtoffers zoveel mogelijk details vragen over hun belagers. Aan de hand van die gegevens kan een profiel van de dader worden opgesteld, dat de politie helpt bij verder onderzoek. Volgens de auteurs is de gedragskundige analyse geen vervanging van, maar een aanvulling op het reguliere recherche-onderzoek.

Volgens de auteurs wordt van de aangegeven verkrachtingen met een onbekende dader in Nederland tachtig procent niet opgelost.