Topman OM: politie Haarlem zat fout

DEN HAAG, 7 NOV. Ook in een gemoedelijke atmosfeer kan de topman van het openbaar ministerie, A. Docters van Leeuwen, zijn ondergeschikten plotseling heftig toespreken. Maandag vertelde Docters de enquêtecommissie hoe hij begin dit jaar in Noordwijk na afloop van een conferentie “een glaasje whisky” dronk met de Haarlemse hoofdofficier van justitie L. de Beaufort. De Beaufort “maakte zich vrolijk” over publikaties waarin de Criminele-Inlichtingendienst (CID) van de politie in Haarlem, na alle problemen met het IRT Noord-Holland/Utrecht, in verband werd gebracht met een reusachtige sigarettensmokkel.

“Toen heb ik gezegd, Lodewijk, je hoofd ligt op het blok!” vertelde Docters gisteren. “Zou je denken?” reageerde De Beaufort. “Je moet nu toch even wakker worden”, zei Docters. “Wat er verder ook blijkt, nieuwe feiten zullen de Kamer prikkelen, dan komt er een zéér heftige reactie.”

Het was achteraf het begin van de ontmaskering van het 'koningskoppel' Langendoen en Van Vondel. Want kort na het incident in Noordwijk besloot De Beaufort samen met zijn politiechef Straver tot een onderzoek door de rijksrecherche naar de CID van de politie Kennemerland. En dankzij dat onderzoek kon Van Traa de afgelopen weken het ene na het andere schokkende feit in zijn verhoren aansnijden: de 65 drugscontainers die de politie de laatste jaren ongemoeid de douane liet passeren, de privé-banden tussen het Haarlemse koningskoppel en een informant annex limonadefabrikant die te maken had met drugsimporten, en het feit dat de Haarlemse politie haar opsporingswerk mede financierde met criminele gelden.

Het argument dat de Haarlemse CID'ers de laatste jaren voortdurend gebruikten om niet op vragen van onderzoekers in te gaan - bescherming van de informant - maakte Docters met de grond gelijk: “Ik hoor te vaak dat de veiligheid van de informant in gevaar is. Dan zeg ik: dat is gijzeling, als je daarvoor valt heb je de verkeerde informant.” Docters wilde niet zeggen of er, na het vertrek van Van Randwijck, nog meer mensen hun functie zullen verliezen als gevolg van de gebleken misstanden. Maar als dat gebeurt, liet hij doorschemeren, vallen de eerste klappen in Haarlem, want de rijksrecherche onderzoekt vooral hoe daar “de verantwoordelijkheidsuitoefening door het openbaar ministerie en de politie” gestalte is gegeven.

Uit het tweeëneenhalf uur durende verhoor van Docters van Leeuwen, op wie de commissie nauwelijks vat kreeg, bleek dat hij al als directeur van de BVD te maken kreeg met de dubieuze praktijken bij de Haarlemse CID. In maart 1994, de IRT-affaire was in volle omvang uitgebroken, meldden zich op zijn privé-adres drie Amsterdamse functionarissen: politiechef Nordholt, hoofdofficier van justitie Vrakking en commissaris Van Riessen. Ze hadden de beschikking over een floppydisk van twee Haarlemse CID'ers die in onmin leefden met de korpsleiding. Uit de floppy, die de Haarlemmers aan de Amsterdamse korpsleiding hadden verstrekt, bleek dat Langendoen, op dat moment wegens zijn rol in de IRT-affaire de belangrijkste vijand van het hoofdstedelijke drietal, bepaalde gegevens “apart” had gezet en “niet overgedragen aan Amsterdam”, zei Docters gisteren. Hij willigde het verzoek van het drietal in om de floppy door de BVD te laten bekijken omdat er mogelijk sprake was van “een inbreuk in de democratische rechtsorde”. Het bleek na onderzoek niet het geval.

Van Traa was verbaasd over de bemoeienis van Docters als BVD-chef. Vooral omdat hij dit jaar, inmiddels topman van het OM, in een persbericht bekendmaakte dat hij een gerechtelijk vooronderzoek dat het Haarlemse parket was begonnen tegen de twee die de floppydisk lekten, persoonlijk had opgeschort. Van Traa vond het een “curieuze” samenloop van omstandigheden. Docters kon zich het persbericht niet herinneren. Wel gaf hij de Haarlemse politietop een knauw: “Die twee CID'ers kregen geen gehoor bij de korpsleiding.”

Docters van Leeuwen schuwde de kritiek op zijn 'eigen' openbaar ministerie niet. Er is geen cultuur van informatie-uitwisseling tussen zaakofficieren van justitie en hun hoofdofficeren of PG's. “Als PG weet ik nu minder dan als hoofd van de BVD”, zei Docters. In de zogenoemde pro-actieve fase van de opsporing, waarin de CID opereert zonder dat een gerechtelijk vooronderzoek is geopend, heeft volgens Docters “het OM onvoldoende gezag over de politie”. “Men heeft zich lange tijd niet verdiept in de vraag: hoe komt de politie aan die informatie?”

De opvattingen in het OM over opsporingsmethoden zijn “zeer verschillend”, bevestigde hij. De tweedeling tussen 'rekkelijken' en 'preciezen' vulde hij aan met een derde groep: de 'autonomen'. Deze stroming, die verdedigt dat sommige onderdelen van de opsporing hoe dan ook buiten het blikveld van de rechter moeten blijven, doet hem gruwen. “Degenen die zeggen: alleen de missie telt, de rest is instrumenteel. Iedereen is een beetje rekkelijk of precies, dat is geen probleem. Maar sommige zijn autonoom.” Volgens Docters is het onvermijdelijk dat er ook in de toekomst wordt gewerkt met “geheime” informanten. Wel moeten de bijzondere opsporingsmethoden van de CID's volgens hem beperkt worden door de zes 'kernteams' die de strijd tegen de zware misdaad in portefeuille hebben. Een “nationale prioriteitsstelling” voor de bestrijding van de zware misdaad is volgens hem noodzaak. Nu is “onduidelijk” op grond waarvan onderzoeken worden begonnen. “Ik weet niet of de drie zwaarste bendes op dit moment worden aangepakt.”

De procureur-generaal moest de laatste weken als gevolg van de parlementaire enquête sussend optreden bij diverse beroepsgroepen - advocaten, notarissen, journalisten - die in de verhoren van de commissie-Van Traa in een ongunstig daglicht waren gesteld. Docters ging er op eigen wijze mee om. Zo liet hij de hoofdredactie van De Telegraaf weten dat twee van diens verslaggevers “naar mijn gevoel brandschoon” zijn, nadat een Haarlemse officier van justitie bij Van Traa het tegendeel had beweerd. “Er zijn geen strafbare feiten of verstoring van een onderzoek gebleken”, zei hij. “Wel waren er aanwijzingen die in die richting wezen: intensieve, intense contacten met een crimineel. Ik heb collegiaal tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf gezegd: ik zou dit intens blijven volgen.”

De 'super-PG' koos geregeld voor dit type milde bedreigingen. Van Traa vroeg hem of hij er zeker van is dat de politie niet langer aanschaffingen met crimineel geld doet. Docters, kortaf: “Dat hóóp ik wel.”

'Ik hoor te vaak dat de veiligheid van de informant in gevaar is. Dan zeg ik: dat is gijzeling, als je daarvoor valt heb je de verkeerde informant'