'Suriname gezien als testcase voor tropisch regenwoud'

AMSTERDAM, 7 NOV. Suriname kan een toeristische bestemming worden voor onder anderen zwarte Amerikanen op zoek naar hun 'living roots'. Inkomsten uit zulke bronnen kunnen helpen voorkomen dat het land zijn regenwoud uitlevert aan internationale bosbouwbedrijven.

Dat zegt Russell A. Mittermeier, voorzitter van de milieuorganisatie Conservation International, die zich inspant voor behoud van het tropische regenwoud. De bioloog Mittermeier werd zaterdag op paleis Soestdijk door prins Bernhard onderscheiden met een Gouden Ark, voor zijn verdiensten op het gebied van natuurbehoud.

De Amerikaanse particuliere milieuorganisatie heeft Suriname tot 'speerpunt' gemaakt, nadat bekend werd dat het land besprekingen was begonnen met drie Aziatiche bosbouw-multinationals voor de ontginning van ruim een derde van het regenwoud. “Suriname is een test case voor de landen die nog over regenwoud beschikken”, zegt Mittermeier.

Op zulke gebieden, zegt hij, wordt steeds meer geaasd door dubieuze bedrijven uit zich snel ontwikkelende landen als Maleisië en Indonesië. “Wij willen nu een streep in het zand trekken.” De huidige plannen van de bosbedrijven zullen Suriname volgens de milieuorganisatie alleen maar ecologische, sociale en financiële schade opleveren. Mittermeier hoopt dat een weigering van Suriname om het bos te verkopen een voorbeeld zal zijn voor de gehele regio, te beginnen met het buurland Guyana.

Suriname is bij uitstek geschikt voor eco-toerisme, medisch-wetenschappelijk onderzoek en ecologisch verantwoorde bosbouw, meent Mittermeier, die in 1977 promoveerde op biologisch onderzoek in Suriname en het land daarna regelmatig bleef bezoeken. “Zwarte Amerikanen kunnen er hun levende roots bekijken. Het is het enige land waar nog een traditionele Afrikaanse cultuur bestaat onder de nazaten van weggelopen slaven. Bovendien hadden ze succes - ze wisten hun vrijheid te verkrijgen van een vreemde mogendheid.” “Veel zwarte Amerikanen gaan nu naar Ghana - terwijl dat veel minder interessant is.” Mittermeier heeft via kennissen inmiddels een pril contact gelegd met de zwarte sportheld Michael Jordan, om hem te interesseren in Suriname.

De milieucampagne boekte publicitair een opmerkelijk succes: Amerikaanse kranten pikten het onderwerp breed op, het ministerie van buitenlandse zaken te Washington gaf subsidie voor veldonderzoek. “Al Gore kan je inmiddels alles vertellen over Suriname”, aldus Mittermeier. Vijftien Surinaamse parlementariërs lieten zich deze zomer op uitnodiging van Conservation International rondleiden op Costa Rica, om zich te oriënteren op de mogelijkheden van eco-toerisme, voor Costa Rica een inkomstenbron van jaarlijks zes miljoen dollar.

Onder druk van de milieucampagne heeft de meest kansrijke bosbouwonderneming, het Maleisische Berjaya, haar concessie-aanvraag inmiddels enkele kilometers aangepast om de woongebieden van de bosnegers langs de Tapanahony- en de Marowijne-rivier te ontzien. Berjaya-topman Vincent Tan dook vorige maand persoonlijk in Washington op, voor een bezoek aan het hoofdkantoor van Conservation International. “Hij verzekerde ons van zijn goede bedoelingen”, zegt de voorzitter minzaam. Mittermeier vindt de huidige aanpassing van de concessie-aanvraag louter cosmetica. Hij wijst erop dat Berjaya na berichten over omkoping activiteiten op de Solomons-eilanden moest staken. Het daar gebruikte materieel is naar Suriname overgebracht. Hij hoopt dat Suriname de bedrijven alsnog het land uitstuurt. “Het parlement moet zich binnen een paar weken uitspreken, zegt men in Paramaribo. Maar dat hoor ik nu al anderhalf jaar. Ik denk niet dat ze het nog aandurven.”