SCP: regering vergroot kloof tussen inkomens

DEN HAAG, 7 NOV. Het kabinetsbeleid leidt tot vergroting van de inkomensverschillen tussen bevolkingsgroepen die kunnen oplopen tot ruim 5 procent. Dit blijkt uit een studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar de inkomensgevolgen van het regeerakkoord 1994-1998.

Volgens het Planbureau kan “niet zonder meer” gesteld worden dat het regeerakkoord voldoet aan een belangrijke voorwaarde die eraan werd gesteld: de koopkrachtverliezen moeten beperkt zijn en redelijk evenwichtig gespreid over de bevolking. Met name de eenoudergezinnen, studenten en gepensioneerden gaan erop achteruit. Het betreft hier bevolkingsgroepen die geen sterke sociaal-economische positie hebben.

Werknemers ondervinden per saldo een gering voordeel van het regeerakkoord (+1 procent). Pensioenontvangers gaan er het meest op achteruit (-4 procent), gevolgd door uitkeringsontvangers (-2,5 procent). Het pakket maatregelen van 48 miljard gulden, dat de inkomens- en welvaartspositie van huishoudens direct raakt, leidt per saldo tot een daling van het vrij besteedbaar inkomen (koopkracht) van huishoudens van gemiddeld 0,4 procent. De inkomensgevolgen worden negatiever naarmate het inkomen lager is. Terwijl de hoogste inkomensgroepen er een half procent op vooruitgaan, gaan de laagste inkomensgroepen er gemiddeld 3,5 procent op achteruit. Het in verhouding negatieve resultaat voor de lagere inkomensgroepen wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de beperking van de koppeling van de sociale uitkeringen aan de gemiddelde stijging van de contractlonen in het bedrijfsleven. Het kabinet gaat er in het regeerakkoord van uit dat de uitkeringen de lonen gemiddeld genomen maar voor de helft zullen volgen. Voor 1996 heeft het kabinet inmiddels op grond van de Wet Koppeling met Afwijkingsmogelijkheid (WKA) besloten de uitkeringen wél volledig te koppelen. Wanneer dit ook in de jaren 1997 en 1998 gebeurt, zullen de inkomensverschillen tussen verschillende inkomensgroepen minder groot zijn dan het SCP nu voorziet.

De lagere inkomensgroepen profiteren wel van allerlei inkomenssubsidies. Zo heeft het kabinet het beleid geïntensiveerd op het gebied van de thuiszorg, de sociale woningbouw en de individuele huursubsidie. De negatieve inkomensgevolgen voor ontvangers van pensioenen worden veroorzaakt door het feit dat pensioenontvangers niet alle voordelen van de voorziene herfinanciering van de arbeidsongeschikt- heids-verzekering ondervinden (zij betalen niet de AAW-premie die komt te vervallen), maar wel alle nadelen (verhoging van de belasting). Minister Melkert (sociale zaken) zei vanmorgen in een reactie dat er bij de berekeningen door het SCP “voorbij is gegaan aan de randvoorwaarden van het regeerakkoord, dat eventueel koopkrachtverlies in deze kabinetsperiode beperkt blijft en evenwichtig over de verschillend inkomensgroepen wordt gespreid.” Melkert wees er op dat “over de koppeling volgens het regeerakkoord van jaar tot jaar moet worden beslist.”