Recherchebureaus

Regelmatig wordt door onder andere belangenorganisaties, uitgevers van almanakken, media en bedrijven aan het ministerie van justitie gevraagd lijsten van vergunninghouders te verstrekken, bijvoorbeeld van particuliere recherchebureaus.

Wettelijke regelingen met betrekking tot privacybescherming kunnen daaraan echter in de weg staan. Om die reden wordt particuliere recherchebureaus altijd gevraagd of zij er bezwaar tegen hebben dat hun gegevens aan derden worden verstrekt. Als dat het geval is blijft vermelding van hun bedijf op de 'openbare' lijst achterwege. Van de 220 vergunninghoudende particuliere recherchebureaus komen negentien bureaus niet op de openbare lijst voor. Een eventueel verzoek van een derde om verstrekking van persoonsgegevens betreffende een dergelijk bureau moet dan steeds in het concrete geval worden getoetst. De vermelding in NRC Handelsblad van 2 november dat Raab bv bij het ministerie van justitie heeft bedongen dat zij niet op de openbare lijst van particuliere recherchebureaus wordt vermeld, is feitelijk dus niet onjuist en laat zich eenvoudig met het vorenstaande verklaren. Mede gelet op de context van de desbetreffende passage wordt echter de suggestie gewekt dat hier sprake is van een soort complot tussen recherchebureau en vergunningverlener: Quod non.