Poetsen voor de keizer

Dolf Verroen: Wachten op de keizer. Uitg. Leopold, 135 blz. Prijs ƒ 27,50

Plaatjes in een kinderboek zijn heel gewoon, daar kijkt niemand van op. Minder gewoon zijn foto's. Bepaald ongebruikelijk zijn historische foto's en afbeeldingen: een lege straat, onverhard nog, met veel hekjes en groen en achter de heg een groepje meisjes met hoedjes en apart iemand die wel een juf moet zijn, foto's van keizer Wilhelm met handtekening en jaartal (Doorn, 1923), een foto waaronder staat 'het Nederlandse personeel, met links mevrouw Hirsch', een keuken met pannen die ontroerend licht gebutst zijn maar toch heel glanzend gepoetst - in zo'n boek ga je eerst eens bladeren om jezelf helemaal in de stemming te brengen. Dolf Verroen heeft in Wachten op de keizer geprobeerd om een tijd terug te halen, de vroege jaren twintig, toen de Duitse keizer na zijn troonsafstand op Huis Doorn woonde. Quasi was hij een gewoon burger, je kon hem op straat tegenkomen, maar intussen was hij toch wel keizerlijk bijzonder en ook enigszins tragisch, want terug naar Duitsland kon hij niet en zijn bewegingsvrijheid was beperkt. Hij oefent in dit boek een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op het jongetje Willem, een pienter knaapje dat na de lagere school dolgraag door zou willen leren maar dat niet kan, omdat zijn moeder weduwe is en zij hem nodig heeft om geld te verdienen. Hij moet dus een baantje zoeken. Zijn moeder denkt aan bakkersknecht of slagersjongen. Willem denkt aan heel andere dingen, aan een huis vol boeken, aan rijkdom en geleerdheid. Maar hij heeft geen keus.

Willem heeft een talent: hij kan zo prachtig koper poetsen. En daarmee lukt het hem om een baantje te krijgen in de keuken van Huis Doorn waar hij de pannen mag poetsen. Later poetst hij af en toe een keizerlijke zilveren lepel en uiteindeljk poetst hij zich de werkkamer van de keizer in die hem uit dankbaarheid een foto met handtekening geeft.

Dankzij de carrière van Willem kan Verroen van alles vertellen over de hofhouding van de keizer, over het werk wat in zo'n huis gedaan werd, over sociale omstandigheden, rangen en standen, over de intrede van het stromend water en over hoe een jongeman na ijverig zuchten en ziek worden een meisje verovert. Verroen heeft zijn verhaal helemaal op bronnen gebaseerd, het personeel van de hofhouding heeft hun werkelijke namen behouden, Huis Doorn lijkt hij als zijn broekzak te kennen, zelfs de hond van de keizer speelt een natuurgetrouwe rol tot en met de foto van haar grafsteen toe. Die historische kant van het boek is interessant.

Helaas is Verroen er niet zo goed in geslaagd om van het boek meer dan een rondleiding door een tijd en een huis te maken. De lezer zit de hele tijd naast Willem, maar die wordt geen erg duidelijk of sprekend karakter. Behalve dat hij de keizer wil zien en nog wat wil leren, komen we er niet achter wat er zich in zijn hoofd afspeelt. Het waarom van zijn keizerlijke fascinatie blijft ook wat raadselachtig. Hij verdiept zich bijvoorbeeld geen moment in de voorgeschiedenis, zodat de lezer wel van alles over het huishouden van de keizer te weten komt, maar vrijwel niets over de hoofdpersoon, anders dan dat 'ze' hem in 1918 'de schuld van de oorlog' gaven. Hoe de keizerlijke familie in elkaar zit blijft vaag. Het zou allemaal wat meer reliëf hebben gekregen als er een wat bredere geschiedenis bij was gehaald.

Een ernstiger bezwaar is Verroens vaak onbeholpen manier van schrijven. We moeten geloven dat een volwassen man 'ademloos' zit toe te kijken als hij ziet hoe een jongen een stukje zilver poetst, men zegt van alles 'plechtig', 'stuurs', 'bewonderend' en 'verschrikt'. Veel wordt omslachtig opgeschreven en de meeste gesproken taal is buitengewoon houterig: “O Willem,” zei meneer von Ilsemann toen hij kwam kijken. “Nu zie ik pas hoe mooi het schip is. Wat heb je dat geweldig gedaan.” Ja meneer von Ilsemann zal wel eerst zijn komen kijken en niet vanuit de kelder zijn complimenten geschreeuwd hebben - complimenten die alweer het poetswerk van de jongen betreffen. Natuurlijk kan iemand heel goed kunnen poetsen. Maar het is toch een beetje een miezerig talent als je er heel Huis Doorn versteld mee moet laten staan. Nu ja. Als toegelicht fotoalbum heeft dit boek veel aardigs.