Ornette Coleman onverstoorbaar tussen de buikdansers; Een veteraan op de saxofoon

Concert: Ornette Coleman en Prime Time. Gehoord: Nighttown, Rotterdam (6/11). Herhaling: Stadsschouwburg Antwerpen (7/11).

De term multimedia-event, waarmee Teacher's Jazz het enige en langverwachte Nederlandse concert van Ornette Coleman's Prime Time aankondigt, doet haast ouderwets aan. Multimedia, dat is soms equivalent aan een combinatie van allerlei soorten beeld en geluid, die voornamelijk de zintuigen uitput. De show van Coleman lijdt evenwel nauwelijks aan dit bezwaar. Zonder moeite kon je de drukke en onsamenhangende videobeelden negeren. Het breakdancen, buikdansen en de pogingen tot ballet op het podium stoorden evenmin. Ze stoorden Coleman zelf kennelijk ook niet - hij keurde ze althans geen blik waardig. Het concert was bovendien tamelijk strak geregisseerd. Hoogstens rijst bij Coleman's keuze voor deze extra's de vraag naar het waarom: is zijn muziek sec niet aantrekkelijk genoeg? Of is er sprake van een overkoepelend, dwingend concept?

Coleman zelf zou over dit overkoepelende concept graag en urenlang kunnen uitweiden. Als geen ander heeft deze componist en (van oorsprong) altsaxofonist nagedacht over de betekenis van zijn werk. Hij heeft er ook een woord voor: 'harmolodics' - een samentrekking van 'harmony' en 'melodics' (of 'harmonics' en 'melody'). Als om het publiek van het belang van dit concept te doordringen werden aan het eind van de avond de dansers bedankt voor hun 'harmolodische' inspanningen. Wie het naadje van de kous wil weten over harmolodisch dansen zal moeten wachten op het boek over dit onderwerp, waaraan de meester al enige tijd schrijft.

Colemans muziek, waar het in hoofdzaak om gaat, is niet echt veranderd, zoals al op de onlangs uitgebrachte cd Tone Dialing valt te beluisteren. Prime Time, de elektrische band waarmee hij sinds 1979 optreedt, is nog altijd voorzien van dubbele gitaren en dubbele bassen, Colemans zoon Denardo op drums en sinds kort ook van een tabla-speler. Aangevuld met drummachines en keyboards produceert dit ensemble een behoorlijk massief geluid. Vrij, in de zin van: ter plekke bedacht, lijkt de muziek van de groep trouwens niet te zijn. Coleman heeft de taakverdeling minitieus uitgewerkt, waardoor zijn concert weinig afwijkt van de cd-uitvoering. Na een tiental relatief korte stukken - zonder pauze - is de zaak bekeken. Dat moet bij optredens in het verleden wel eens anders zijn gegaan.

De hiphopbeats, die Coleman in tenminste drie stukken stopte, waaronder het laatste, getiteld Search for life, slaagden er niet in om een lekkere 'groove' te vormen. Dat was af te lezen aan de geconcentreerde maar matig enthousiaste zaal, die weigerde tenminste met het hoofd te knikken, zoals bij goede hiphop gebruikelijk is. Coleman streeft ook iets anders na. Het ritme alleen kan hem niet boeien. Hij koppelt drumpatronen aan stugge baslijnen en gitaarrifjes, die er liefst in een andere maatsoort door- en overheen laveren. De keyboardspeler en de tablaspeler voegen er nog wat ruimtelijke accenten aan toe en er ontstaat een soort delirium-jazz, waarin onverwacht thema's opkomen en weer wegsterven. Dat kunnen calypso-thema's zijn, zoals in het stuk Guadelupe, of overstuurde 'bopthema's', waarin flarden van standards doorklinken.

Coleman - Ornette onder ingewijden - heeft behalve een tenor- en altsaxofoon ook een trompet en een viool bij zich, maar die laatste neemt hij hooguit een minuut of twee ter hand. Wat hij dan laat horen mag ook geen naam hebben. Bij trage begeleidingen blaast hij op zijn alt snelle fragmenten en omgekeerd. Indringende tonen stuurt hij het luchtruim in, om ze tenslotte abrupt in te slikken.

Vijfenzestig is hij nu, en dat laat sporen na in zijn spel. Lange, hysterische frases, waarmee hij in de jaren vijftig en zestig de muziekwereld in wervelde, zoals te horen op zijn beste platen Something Else!!!! en Free Jazz, zijn er niet meer bij. Zijn live-geluid is en scherp en schel geworden - misschien het gevolg van een dun saxofoonriet dat lichter en dus gemakkelijker aanblaast.

Toch is een concert van Coleman, voor wie hem nog nooit live heeft zien optreden, een belevenis. Hij is een van de weinigen die met de grootste overtuiging een welgeplaatste dissonant kunnen spelen. Dat hij daarbij als een zoutpilaar op het podium staat, met een ietwat gefronsde, vermoeide gelaatsuitdrukking - die welbeschouwd terecht is - neem je uiteindelijk voor lief. Een stijlopvatting als de zijne, ontwikkeld in een veertigjarig muzikantenbestaan, dwingt hoedanook respect af.