Niemand weet raad met de 'narcocratie' Suriname

DEN HAAG, 7 NOV. “Aan het wiegje van het IRT-rechercheteam”, zo schetste de Amsterdamse hoofdofficier van justitie J. Vrakking laatst, stond “een boze fee”. Aan de wieg van degenen die de afgelopen jaren werkten aan de ontmanteling van het Surinaamse cocaïnekartel moeten er minstens twee hebben gestaan.

Uit de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie bleek de afgelopen dagen dat bij het opzetten van het meest ambitieuze Nederlandse drugsonderzoek ooit - de installatie van het zogeheten Copa-team (Colombia-Paramaribo) in 1992 - geen enkele verantwoordelijke functionaris zich heeft afgevraagd hoe dit werk strafrechtelijk kan worden afgerond. De vraag hoe hoofdverdachte Desi Bouterse, de voormalige legerleider en mogelijk toekomstig president van de bevriende mogendheid Suriname, zou kunnen worden berecht “is aldoor vooruit geschoven”, zei de secretaris-generaal van het ministerie van justitie , J. Suyver gisteren. Hij gaf toe dat de 'waakhondgroep' van hoge ambtenaren die op het werk van het Copa-team toezag - en waarvan hij de voorzitter was - al in 1993 “een zachte dood is gestorven”.

Door het Copa-team en de behandelend officier van justitie in Den Haag, C. van der Voort, zijn de verklaringen tandenknarsend aangehoord. Van der Voort liet vorige week bij Van Traa zijn frustraties de vrije loop. Gadegeslagen door zijn rechercheurs, een collega en een glunderende rechter-commissaris G. Haverkate, sprak hij in de Eerste Kamer over “een krankzinnig avontuur”. Van der Voort zei niet de hoop en ook niet de verwachting te hebben dat hij ooit nog in de gelegenheid zal worden gesteld zijn werk echt af te maken.

Die conclusie, suste Suyver, “is nog niet geheel gerechtvaardigd”. Hij gaf wel toe dat “het de allerhoogste tijd is” om een definitief besluit te nemen. OM-topman Docters van Leeuwen deelde die mening. In mei volgend jaar kiest Suriname een nieuwe president en de kans dat het land zijn eigen staatshoofd uitlevert, is niet al te groot. Suyver verzekerde dat ook Buitenlandse Zaken vindt “dat het recht zijn loop moet hebben. Er is nooit gezegd dit is een impossible mission”.

Het was een zuinige toezegging waar de politie in ieder geval enige hoop uit put. Afgelopen donderdag heeft Van der Voort zijn laatste 'voortgangsrapportage' persoonlijk ingeleverd bij minister Sorgdrager. Het team zelf is al maanden geleden ontbonden in afwachting van een nadere beslissing. Juridisch wordt een vervolging van Bouterse en de zijnen door politie en justitie in ieder geval niet kansloos geacht. Er is genoeg bewijs, verzekert een Copa-rechercheur. “Er zijn in dit land wel verdachten op grond van minder bewijsmateriaal veertien jaar het hok ingegaan”.

Het was toenmalig minister van justitie Hirsch Ballin die in 1992 persoonlijk veel waarde toekende aan het onschadelijk maken van de toevoer van cocaïne, die steeds rijkelijker via Colombia en Paramaribo naar Nederland kwam. Een delegatie bestaande uit Hirsch Ballin, de Haagse procureur-generaal A. Heyder, de directeur van de CRI J. Wilzing en Suyver maakte in april 1992 in Washington DC afspraken met de Amerikaanse minister van justitie en de DEA over samenwerking bij het drugsonderzoek. Justitie stelde 4,5 miljoen gulden beschikbaar voor eigenlijk het eerste eigen politieteam.

Maar de invloedrijke steunpilaren van het Copa-team verdwenen al snel. Heyder werd ziek en ging vervroegd met pensioen, Hirsch Ballin trad af en Wilzing verkaste naar Zwolle. Ook Suyver bemoeide zich niet meer met het drugsonderzoek omdat hij zelf vond dat hij aan een “onduideljke groep” leiding gaf. “Ik dacht het gaat toch nog een tijd duren”.

Het is overigens niet de eerste keer dat het juridisch aanpakken van Bouterse dreigt spaak te lopen omdat de Nederlandse regering zich er geen raad mee weet. In 1984 staakte de CRI een actie met de Nederlandse burgerinfiltrant Dick Stotijn toen bleek dat Bouterse en zijn rechterhand Boerenveen een drugslijn runden. “Het was een gigantische operatie met allerlei politieke repercussies. Daarom is besloten die zaak te staken. De zaak lag politiek te gevoelig”, verklaarde toenmalig CRI-hoofd verdovende middelen J. Oosterbroek in het vorig jaar verschenen boek De Danser.

In 1986 kreeg de CRI spijt van haar beslissing. Ze stelde een geheim rapport op, gedateerd 29 januari 1986, waarin geconcludeerd werd dat nieuwe omvangrijke drugstransporten uit Suriname op handen waren en dat het “uiteraard de moeite waard zou zijn om een onderzoek naar deze feiten op te starten”. De CRI vroeg het ministerie van justitie om actie. Er gebeurde niets omdat, zo verklaarde Hirsch Ballin vorig jaar in de Tweede Kamer, het rapport om onverklaarbare redenen nooit op het departement was aangekomen.

Inmiddels is de omvang van de drugshandel uit Suriname alleen maar toegenomen. Bij de politie noemt men Suriname een 'narcocratie'. De verwevenheid van politiek, zakenleven en leger bij de handel in drugs is enorm, zo blijkt uit een beschrijving van de Criminele inlichtingendienst van het Copa-team in vertrouwelijke dossiers. Er is bijvoorbeeld sprake van visverwerkingsbedrijven die worden ingezet voor de smokkel van cocaïne. De gebruikte vissersboten leggen op de Surinamerivier aan “bij de aanlegsteiger behorende bij het woonerf van de voormalige legerleider van Suriname D.D. Bouterse”.

Ook is er sprake van een inspecteur van politie uit Suriname: D. Hij heeft een “koelvrieshuis in Suriname alwaar cocaïne geprepareerd zou worden in bevroren vis, bestemd voor Nederland. D. heeft zakelijke belangen met L. en Bouterse”, aldus het dossier. Voor het witwassen van drugsgelden is het Copa-team gestuit op een eindeloze reeks hindoestanen die via goudwinkeltjes en juwelierszaken de drugshandelaren assisteren.

Er mag dan inmiddels genoeg bewijs zijn verzameld tegen zakenlieden en de complete voormalige Surinaamse legertop, tegen wie allemaal nog steeds gerechtelijk vooronderzoeken lopen, het grootste probleem acht Justitie toch de vraag hoe men de verdachten ooit in handen kan krijgen. Weliswaar is sinds twee maanden weer een rechtshulpverdrag van kracht, men heeft niet de illusie dat Suriname ook daadwerkelijk invloedrijke onderdanen zal uitleveren. De eerste reacties uit Suriname gisteravond lijken die mening te bevestigen.