Nederlandse waar

Ben van der Velden heeft groot gelijk, als hij stelt dat het aan de consument is om te bepalen of hij Nederlandse groenten, vruchten of vlees koopt of dat hij kiest voor import (NRC Handelsblad, 26 oktober). Voor producenten en produktschappen ligt hier geen taak.

Maar een grootwinkelbedrijf als Albert Heijn, dat zich opwerpt als spreekbuis voor de consument, zint mij evenmin. Ik kan mij niet voorstellen dat de klanten een voorkeur hebben voor de onrijpe geïmporteerde vruchten van deze supermarkt. Voordat ze rijp zijn staat de schimmel erop en nooit komen ze goed op smaak, ook al heben ze nog zo 'business class' gereisd. Te vroege pluk en te diepe koeling vanwege het lange transport zijn de oorzaak. Nu kunnen niet alle vruchten in Nederland geteeld worden. Maar er gaat (mij) niets boven onze eigen aardbeien en kersen van de volle grond. Het internationale aanbod van onze grootste kruidenier laat zich verklaren door de lagere inkoopprijs elders en de mogelijkheid grote partijen op contract te laten telen. Dat geldt ook voor het greenfieldvlees. Het is buitengewoon knap hoe Albert Heijn die overstap publicitair heeft uitgebuit en het beeld van een weids, groen land - eigenlijk natuur - op het vlees overbrengt. Het komt niet meer bij ons op, dat de ossen misschien wel net als de Nederlandse stieren gewoon op stal worden afgemest. Maar wat zijn al die controles op een verantwoorde opfok eigenlijk waard als ze door de belanghebbende worden gedaan?