Jirí Kylián temt Bach elektronisch in Sarabande

Sarabande, morgen, Ned.3, 20.00u.

Het Nederlands Dans Theater bestaat 35 jaar, en Jirí Kylián is er twintig jaar artistiek leider. Het jubileumjaar wordt toepasselijk afgesloten met een reeks van zes balletten van Kylián die de NPS dit jaar opneemt met het Nederlands Dans Theater. Vijf daarvan vertegenwoordigen een belangrijke fase in zijn ontwikkeling als choreograaf. No More Play, Falling Angels, Sweet Dreams en Petite Mort, de vier werken die volgend jaar te zien zullen zijn (het vijfde is Sechs Tänze uit 1986), worden evenals Sarabande dat morgen wordt uitgezonden tot Kyliáns 'Zwart en wit'-reeks gerekend. Die benaming is vooral te danken aan de vaak donkere kostuums en abstracte decors, maar zegt ook veel over de inhoud van de balletten. Met de zwart en wit-reeks, die vanaf eind jaren '80 ontstond, werden de choreografieën van Kylián ingetogener, strakker en strenger dan voorheen. Ze gingen meer en meer over de dans zelf, en zouden bijna abstract te noemen zijn als Kylián niet ook hier de hem typerende humor en relativering in verwerkte. Zo staan de zes mannelijke dansers in Sarabande het ene moment nog reuze oer te schreeuwen, om het volgende moment tuttig een vinger tegen de lippen te leggen en met kleine verlegen pasjes achterwaarts te trippelen.

Sarabande is extra bijzonder, omdat het een van de zeldzame balletten is waarin Kylián zich aan muziek van Bach waagde. Hij bewondert de componist zo zeer, verklaarde hij in een interview met deze krant, dat hij er nauwelijks een gedanst antwoord op durft te geven. Maar in Sarabande heeft hij het toch geprobeerd. Wel liet Kylián delen uit Bachs Partita nr. 2 elektronisch bewerken en aanvullen met de versterkte geluiden van de zes mannelijke dansers. Met dat geluidsgeweld wordt Bach in een keurslijf gedwongen en getemd.

De sarabande is oorspronkelijk een 16e-eeuwse en vurige dans uit Spanje, die een eeuw later tot een keurige hofdans werd gekuist. Over passie en beheersing gaat ook Kyliáns Sarabande, waarin Bach evenzeer dreigt los te breken als de zes mannelijke dansers. Zij liggen aanvankelijk nog braaf onder crinolines, maar worden gulziger in hun exercities naarmate ze meer kleding uittrekken. Alleen op de momenten dat Bach authentiek klinkt, lijken ze even tot rust te komen. Zoals zo vaak bij Kylián komt de uitbarsting bij beetjes, maar nooit helemaal. En het is juist die beheersing, die je naar adem doet happen.