Het meisje met de onbereikbare vader

Op het eerste gezicht lijkt het niet meer dan een nietig, nutteloos drama in een milieu van outcasts. Hoertje laat man in val lopen. Man wordt beroofd door vrienden van hoertje. Slot liedje: hoertje gepakt, vrienden gepakt.

Maar dan staat ze opeens midden in de rechtszaal, het hoertje, en moet je toch weer ademloos luisteren naar haar levensverhaal. Monica Verberg is pas negentien jaar, en ze komt uit een Noordlimburgs stadje waar een rustige, veilige jeugd nog altijd iets heel normaals is voor meisjes van haar leeftijd. Maar in het leven van Monica is vanaf het begin alles misgegaan wat mis kòn gaan. Verwaarlozing door de stiefouders, seksueel misbruik door de stiefvader, mishandeling ook - haar borst draagt nog de littekens van kokend water - en een regelmatig verblijf in kindertehuizen vanaf haar derde jaar.

Monica werd al jong arbeidsongeschikt verklaard. Om haar uitkering aan te vullen, raakte ze verzeild in de Haagse straatprostitutie. In juli van dit jaar werd ze voor het eerst gearresteerd. Haar buurman was door drie Antillianen beroofd van geld en sieraden, Monica werd verdacht van betrokkenheid. Ze bekende snel.

“Ik hoorde 's ochtends dat mijn vrienden van plan waren Denissen te beroven”, vertelt Monica de Haagse rechtbank. “René vroeg me alleen maar om op de deur te kloppen. Ze wilden hem zijn geld afpakken. Ik zei: als er maar geen geweld wordt gebruikt. Maar René zei: ik heb aan mijn handen genoeg.”

“Dan kan er ook het nodige misgaan”, zegt de voorzittende rechter, mevrouw mr. I. de Vries.

“Daar stond ik niet bij stil.”

“U heeft wel driemaal aan zijn deur geklopt. Waarom zo vaak?”

“Ik wilde er zo snel mogelijk vanaf.”

“De derde keer deed hij de deur open?”

“Ja. Ik zat in de prostitutie, Denissen had me gevraagd of hij het 's middags voor vijftig gulden nog een keer met mij mocht doen.”

Monica trok zich schielijk terug toen haar vrienden gemaskerd het huis binnendrongen en Denissen met veel vertoon van geweld beroofden.

“Ik deed de radio hard aan”, vertelt Monica, “ik wilde niks horen.”

Toen de beroving achter de rug was, vertrokken haar vrienden naar Scheveningen. Ze lieten Monica achter met een furieuze buurman die spoedig zijn gram kwam halen: hij stak haar enkele malen met een mes. “Als hij dieper had gestoken”, zegt Monica, “had ik wel op drie verschillende manieren kunnen sterven.”

De rechter vraagt haar waarom zij, met haar blanco strafblad, in hemelsnaam zo'n beroving opeens heeft mogelijk gemaakt.

“Ik zat die dag zonder geld”, zegt Monica, “en ik vermoedde dat ik zwanger was. Ik wilde graag een kindje en ik dacht dat het slecht voor het kindje zou zijn als ik honger leed.”

Ze begint zacht te huilen. “Ik hoorde eergisteren voor het eerst dat mijn vader al heel lang dood is.”

De griffier geeft haar een glaasje water. De rechter zegt: “Ik kan me voorstellen dat u dat niet in de kouwe kleren gaat zitten.”

Wat is het geval?

Monica's stiefmoeder is tegenover de reclassering opeens mededeelzamer geworden dan ze ooit tegenover haar dochter is geweest. Ze vertelde dat de biologische vader van Monica al overleden is toen ze nog een kleuter was. Monica hoorde dit slechte nieuws pas van haar advocaat toen hij haar het reclasseringsrapport voorlas. Reclassering en advocaat wisten niet dat Monica dit nooit geweten heeft - dàt had moeder Verberg er niet bij verteld.

Het was voor Monica een grote schok. Haar vader moet in haar barre leventje een soort baken zijn geweest, voorlopig onbereikbaar, maar toch ergens aanwezig voor het geval de nood al te hoog zou worden. Nu is hij er niet meer, sterker nog: hij is er eigenlijk nooit geweest. Alle gedachten die zij ooit aan hem gewijd heeft, blijken achteraf tevergeefs geweest.

“Tegenwoordig heeft u een vriend die u uit de prostitutie heeft gehaald?” vraagt de rechter.

“Zegt u maar rustig: uit handen van haar pooier”, zegt de advocaat, mr. A. Visser.

Uit de rapportage komt Monica tevoorschijn als een zachtmoedig, onzeker meisje dat moeilijk kan doorzien wat de mensen met haar voor hebben. Ze heeft grote behoefte aan erkenning en juist dat maakt haar zo kwetsbaar. “De kans op herhaling is aanwezig vanwege uw kwetsbaarheid”, zegt de rechter.

“Ja”, snikt Monica, en de griffier snelt alweer toe met een zakdoekje.

“Ze heeft het niet makkelijk gehad in haar jeugd”, erkent de officier van justitie, mevrouw mr. J. Ekelmans, “maar ze heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een ernstig strafbaar feit. Ze had kunnen aanvoelen dat het uit de hand zou lopen.” Ze eist een celstraf van achttien maanden waarvan zes voorwaardelijk.

De advocaat beklemtoont dat Monica niet bij de gewelddadigheden aanwezig is geweest. Ze bleef op haar kamer en kreeg later van haar vrienden slechts vijftig gulden en een jurkje als beloning. Hoe de beroving precies zou verlopen, kon ze niet weten. Haar vrienden hadden er tijdens de voorbereiding alleen in het Papiamento over gesproken.

“Haar naïviteit heeft haar hiertoe gebracht”, zegt Visser. “De aandacht die zij zoekt en die kan bijdragen tot zelfrespect, heeft zij tot nu toe van mensen gekregen die niet het beste met haar voor hebben. Prostitutieklanten en criminelen.”

Hij vraagt om een vrijheidsstraf die gelijk is aan het voorarrest, temeer omdat de twee minderjarige mededaders alweer voorlopig vrijgelaten zijn. (De oudste dader moet binnenkort voorkomen.)

“Ik zou graag een werkstraf doen”, zegt Monica in haar laatste woord. “Ik vind het in het huis van bewaring zo eng. Eén meisje heeft er zelfmoord gepleegd, een ander meisje heeft haar cel in de fik gestoken.”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden - om te zetten in 56 uur dienstverlening - en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.) De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.