Een blonde vrouw is nog geen blondje

Er zit er een in de openbare bibliotheek in Amsterdam. Een korenblonde, boek op schoot. Ik voel me als een kleuter die aan Niki Lauda vraagt 'waar zijn jouw oren?' Maar ik moet het weten. “Ben jij dom?”

Het is de schuld van de bibliotheek. Die maakt sinds een paar weken reclame onder het motto 'ontdom jezelf'. Buiten hing de poster met een jonge negerin erop en over haar portret de woorden: 'Ik was een dom blondje'. Die had zichzelf dus heel grondig ontdomd. Ik stap op de korenblonde toe.

Ze moet lachen als ik het vraag. Zo hardnekkig, dat ze niet meer kan praten. Ik zoek maar een ander en vind een goudblonde naast een stapel stencils over het internationaal recht. Nu kies ik een wat omzichtiger benadering. “Voel je je aangesproken door die poster buiten?” Nou nee, zegt ze. Ze aarzelt even. Maar, nee: “Ik heb mijzelf nooit echt blond gevonden.”

Natuurlijk zijn er blondines die zich aangesproken voelen door de poster. Dat zal niemand verbazen. Je aangesproken voelen is dagelijkse kost. De Nederlander is vatbaarder voor beledigingen dan voor de griep. Er is altijd wel een openbare uitlating die als kwetsend kan worden ervaren - is het niet voor jezelf, dan toch voor een minderheid of een volksdeel. Drie blondines hebben een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie tegen de poster. Overmorgen komt de zaak voor en de bibliotheek voert aan dat de poster vooral om te lachen was en dat zij als oase van weldenkendheid toch boven iedere verdenking verheven is.

Ik zou het graag geloven. Maar de blondjes hebben wel degelijk reden tot bezorgdheid, vind ik. De poster van de bibliotheek is maar een van de recente schermutselingen in de guerrilla tegen hun soort. Ondergronds wordt hard gewerkt aan de grote verdommenis der blondjes. Laatst zag ik, zonder het direct te beseffen, een koerierster brutaal aan het werk. Ze stond gewoon midden op het plein en riep naar haar vriend: “Wat zegt een dom blondje als ze een bananeschil op straat ziet liggen? 'O jee, daar gaan we weer!' ”

Later drong pas tot mij door dat ik al veel meer van dit soort grappen had gehoord. “Een dom blondje loopt over straat. Ze huppelt en zingt: 'Ik ben een blondje, ik ben een blondje. B-L-O-N-...' Ze fronst even, en gaat dan verder: 'Ik ben een blondje, ik ben een blondje.' ”

Het domme blondje, legt sociaal psycholoog W. Koomen van de Universiteit van Amsterdam welwillend uit, is een substereotype van het algemene vooroordeel dat mooie mensen ook innerlijk (sociaal, intellectueel) een streepje voor hebben op hun lelijkere medemensen. Het substereotype zegt dan dat bepaalde vrouwen daar juist weer buiten vallen. De blondjes. Daar komt iets meer voor kijken dan blond haar alleen, zegt Koomen. “Blonde vrouwen worden in het algemeen niet dom gevonden, ze worden pas blondjes als ze hun kapsel opsteken en pruillippen hebben.”

Waar het stereotype vandaan komt, kan Koomen niet zeggen. Erg oud is het waarschijnlijk niet. In het Woordenboek der Nederlandse Taal kan de combinatie 'dom' en 'blondje' niet worden gevonden, noch bij de B, noch bij de D, delen die zo rond 1912 zijn verschenen. De bron zou wel eens in Hollywood kunnen liggen, waar filmsterren als Jean Harlow en vooral Marilyn Monroe heel blond en erg onnozel waren.

Belangrijker nu is waar de bron van de haatdragende grapjes ligt. Meestal worden ze niet zo openlijk verteld, maar worden ze anoniem verspreid als sarin in een Japanse metrolijn. Wie voedt al die adressen op Internet, dat zich opnieuw bewijst als distributiecentrum van vooroordelen?

(http://www.stack.urc.tue.nl / ã jasperz/humor/blonds.htm - 418 grappen) “Een blondje en een brunette vallen van een toren. Wie is het eerst beneden? De brunette, het blondje moest halverwege de weg vragen.” En wie heeft die kleine dossiermap in dat vriendelijke familiehotel gelegd? Acht A4-tjes zaten erin met domme-blondjesgrappen. “Waarom heeft een blondje één hersencel meer dan een koe? Omdat ze anders de hele keuken onderschijt.”

Toen ik die laatste grap voorlegde aan een blonde vriendin (die ik zorgvuldig op intelligentie had uitgezocht) reageerde ze als door een adder gebeten. “Dat was vroeger een gewone vrouwengrap.” Ik begreep haar niet. “Dat is een oude grap”, zei ze. “Alleen werd-ie vroeger exclusief verteld door mannen en met 'vrouw' in plaats van 'blondje' in de hoofdrol.”

Dat was het dus! De operatie Domme Blondjes is een complot van donkerharige vrouwen. De koerierster was een brunette, dus dat klopte al. Het gaat hier om een welbewuste poging van de ene groep vrouwen om maatschappelijk hogerop te komen, ten koste van de andere groep.

Het is de kift.

Nationale blondine Leontine Ruiters, weervrouw van Veronica, laat bij monde van haar blonde manager, Sylvia Marchand weten dat zij zelden iets merkt, en zich in elk geval nooit iets aantrekt van smalende opmerkingen. “Ik ben wel blond, maar het is geverfd”, is haar standaardrepliek. En tegenover deze krant wil zij daaraan nog wel toevoegen dat het vaak een voordeel is blond te zijn. “Ze verwachten tenminste niks van je.”

Ik vind haar erg dapper, maar vrees dat ze het zal moeten afleggen tegen de overmacht. Zojuist ontvingen wij namelijk het bericht dat in Duitsland een cd op de markt is gebracht waarop grappen over domme blondjes op muziek zijn gezet. “Hoe sterven blonde hersencellen? Alleen.”