Boerenproblemen

Kort na 1945 hield minister Mansholt, destijds minister van landbouw een lezing in Wageningen, waarin hij de onderzoekers aanspoorde de voedselproduktie van de diverse gewassen en dieren door onderzoek te verhogen. Zijn argument sprak aan: er is niet voldoende voedsel te koop of verkrijgbaar in de wereld.

Dergelijk onderzoek is met steun van de overheid met veel succes gedaan; niet alleen in Nederland, maar in de gehele Westerse wereld, hoewel Nederland in dit opzicht een vooraanstaande plaats in nam. Alleen in de veredelings- en rassenonderzoeksector steeg bijvoorbeeld de graanproduktie volgens exacte berekeningen met een half procent per jaar. De verbeteringen waren uiteraard niet alleen te danken aan het onderzoek. Via voorlichting zijn de boeren zeer progressief te werk gegaan. Betere rassenkeuze, bemesting, bewerkingstechnieken enzovoorts werden snel toegepast. Dit ging gepaard met bedrijfsvergroting en bedrijfsspecialisatie. Wie zoals ik de situatie en armoede van de kleine boerenbedrijven in de dertiger jaren heeft meegemaakt, weet heel goed hoe groot de veranderingen zijn. De gehele maatschappij heeft van deze veranderingen geprofiteerd. Geen vooruitgang zonder nadelen is een algemene stelling. Lucht, water en bodemvervuiling en overproduktie zijn bekend. Deze nadelen zijn niet alleen een gevolg van landbouwmaatregelen, maar meer nog van andere oorzaken. De nadelen verminderen is niet eenvoudig, ook niet in de landbouw. Biologische landbouw is beperkt tot zeer goede gronden en zeker niet mogelijk op de meeste zandgronden. Dierlijke mest zal meer verspreid toegepast kunnen worden, naast geïntegreerde landbouwmaatregelen; vooral minder bestrijdingsmiddelen onder andere door nog meer resistentieveredeling. Produktenspecialisatie heeft waarschijnlijk beperkingen bij de afzet onder andere door concurrentie. Overproduktie zal wel verminderen in de toekomst door vele oorzaken. Hogere prijzen zouden het mogelijk maken meer milieumaatregelen te nemen. Het bovenstaande pleit mijns inziens in hoge mate voor meer begrip en steun voor de boerenproblemen (en voor het onderzoek) van de regering en van maatschappelijke groeperingen.