Bijverdienste in Brits parlement wordt openbaar

LONDEN, 7 NOV. Het Britse parlement heeft gisteren met een meerderheid van 322 tegen 271 stemmen besloten dat Britse parlementsleden inkomsten die zij ontvangen uit nevenactiviteiten openbaar moeten maken.

De maatregel is bedoeld om de belangenverstrengeling van parlementsleden aan banden te leggen. De stemming betekent een nederlaag voor de Britse premier, Major, die de invloed van lobby-groepen op parlementsleden wel wil terugdringen, maar tegenstander is van het openbaar maken van de bedragen die aan neveninkomsten worden verdiend.

Het Britse parlement stemde ook voor andere maatregelen die de belangenverstrengeling van kamerleden moeten tegengaan, zoals de instelling van een commissaris die toezicht houdt op de bijverdiensten en het verbod om in de kamer een zaak te bepleiten als daar door derden voor wordt betaald.

Major gaf dit voorjaar zelf aan een onafhankelijke commissie onder leiding van rechter Lord Nolan de opdracht om richtlijnen te bedenken voor het gedrag van parlementsleden, nadat bekend was geworden dat twee Conservatieve parlementsleden zich hadden laten betalen voor het stellen van vragen in de kamer.

Major accepteerde de aanbevelingen van de commissie, maar verzette zich tegen het voorstel om de inkomsten uit nevenactiviteiten openbaar te maken. Later stelde een speciale parlementaire commissie, die de voorstellen van de commissie-Nolanverder moest uitwerken, voor om parlementsleden te verbieden in de kamer te spreken over zaken waar zij door neven-activiteiten bij zijn betrokken. Volgens Major zou die maatregel voldoende zijn om belangenverstrengeling tegen te gaan.

Maar de Labour-partij wilde dat parlementsleden ook werden gedwongen de hoogte van hun neveninkomsten bekend te maken. Gisteren bleek dat opvallend veel Conservatieven daar ook voorstander van waren: ten minste twintig van hen stemden gisteren voor de motie van Labour. Ook onthield een groot aantal Conservatieven zich van stemming, waardoor Major de steun van ten minste 53 parlementsleden moest ontberen.

De Conservatieven die vóór stemden menen dat de openbaarheid van inkomsten hen zal bevrijden van het corruptie-imago dat zij met zich meedragen sinds de schandalen met belangenverstrengeling van Conservatieve parlementsleden bekend werden.

Het Conservatieve parlementslid David Wilshire zei gisteren dat hij er genoeg van had een oplichter te worden genoemd en zei niet vóór Labour of tegen zijn eigen regering te stemmen, maar “tegen corruptie”.

Conservatieve parlementsleden hebben vooral adviseurschappen in het bedrijfsleven als nevenactiviteit. Gevreesd wordt dat met de nieuwe strenge maatregelen het beroep van parlementariër voor veel Conservatieven niet meer voldoende aantrekkelijk zal zijn.

Het Conservatieve parlementslid en vroegere premier Edward Heath zei dat het publiek recht heeft te weten wat voor publieke activiteiten parlementsleden ondernemen en welke beloning zij daarvoor krijgen, maar niet welke privé-belangen zij hebben. Major had eerder al verklaard dat de verdiensten van parlementariërs uit activiteiten die zijn goedgekeurd door het parlement uitsluitend een zaak vormen tussen hen en de belastingdienst. Major, gisteren bij de begrafenis van de vermoorde Israelische premier, Yitzhak Rabin, was niet aanwezig bij de stemming.

De schaduwleider van het parlement, Ann Taylor, noemde gisteren “een zeer goede avond voor de reputatie van het parlement en een zeer slechte avond voor de reputatie van John Major”. (Reuter)