Akkoord in EU over verlof voor 'jonge' ouders

BRUSSEL, 7 NOV. Werkgevers en werknemers in Europa zijn het gisteren in Brussel eens geworden over een regeling voor ouderschapsverlof. Volgens de overeenkomst krijgt elke vrouw én man het recht om voortaan ten minste drie maanden verlof te nemen voor de opvoeding van kinderen tot acht jaar.

Het is de eerste keer dat de sociale partners in de Europese Unie een dergelijke Europese CAO afsluiten, waartoe vier jaar geleden in het Verdrag van Maastricht de mogelijkheid werd geopend. Overigens zal de overeenkomst pas in werking kunnen treden als de Europese ministers van sociale zaken er hun formele goedkeuring aan hebben gegeven en het voorstel is omgezet in nationale regelgeving in de lidstaten.

Daarbij zal de nodige flexibiliteit worden betracht. Per lidstaat zullen bijvoorbeeld afspraken moeten worden gemaakt over eventueel doorbetaling van loon bij ouderschapsverlof. Wel wordt de lidstaten gevraagd vooral mannen aan te moedigen van de verlofregeling gebruik te maken om bij te dragen aan de opvoeding van de kinderen.

In Nederland is ouderschapsverlof enkele jaren geleden wettelijk geregeld. Zowel mannen als vrouwen hebben het recht om tijdens de eerste vier levensjaren van het kind maximaal zes maanden lang minder te werken. Tijdens die periode kunnen ouders de werkweek inkorten tot ten minste twintig uur per week. De werkgever is gedurende deze tijdelijke arbeidsduurverkorting niet verplicht om het volledige salaris door te betalen. Wel moet hij de werknemer de garantie geven dat na afloop van het ouderschapsverlof de betrekking weer normaal wordt doorgezet. In Nederland wordt nog relatief weinig gebruik gemaakt van deze verlofregeling.

Het akkoord tussen de sociale partners - in casu het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) en de werkgeversorganisatie UNICE - komt er nadat pogingen van de EU-ministers om unanimiteit te bereiken over ouderschapsverlof de afgelopen jaren steeds op niets uitliepen door weerstand van Groot-Brittannië, dat niets wil weten van sociale wetgeving vanuit Brussel. Al in 1983 deed de Europese Commissie een eerste voorstel voor een richtlijn voor ouderschapsverlof.

Toen vorig jaar duidelijk werd dat door toedoen van Groot-Brittannië opnieuw geen overeenstemming kon worden bereikt in de ministerraad, besloten de sociale partners, in overleg met de Europese Commissie, tot het volgen van een procedurele omweg. In het Sociaal Protocol dat eind 1991 aan het Verdrag van Maastricht werd toegevoegd en dat niet door de Britse regering werd ondertekend, is de mogelijkheid gecreëerd voor werkgevers en werknemers om zelf onderhandelingen te voeren over maatregelen, zoals het ouderschapsverlof, om betaald werk en gezinsleven beter op elkaar af te stemmen. Het resultaat van die onderhandelingen zal dan worden voorgelegd aan de Europese ministers van sociale zaken, behalve de Britse minister.