Yitzhak Rabin 1922-1995 Oorlogsheld koos voor vrede

TEL AVIV, 6 NOV. Kort na het zingen van het 'vredeslied' is de soldaat Yitzhak Rabin (73), negende premier van Israel, zaterdagavond in het hart van Tel Aviv vermoord. Twee kogels uit het pistool van Yigal Amir, student rechten aan de religieuze Bar-Ilan-universiteit, maakten een einde aan het leven van Israels oorlogsheld die op zeventigjarige leeftijd voor vrede met de Palestijnen koos.

Meer dan honderdduizend Israeliërs stroomden zaterdagavond op het grote Plein Der Koningen van Israel voor het stadhuis van Tel Aviv samen om hun steun en ook liefde voor de vredespolitiek van de regering-Rabin te betuigen. Het was één van Rabins mooiste momenten in zijn lange loopbaan als soldaat van Israel en staatsman voor de veiligheid en vrede van zijn land. Een verlegen glimlach van geluk vloog over zijn gelaat toen de menigte juichte toen hij op het grote bordes voor het stadhuis van Tel Aviv het woord nam. “Rabin, Rabin, Rabin” galmde door de ruimte voor het stadhuis, dat als een groot klankbord diende. Op dat moment, vlak bij zijn volk, ontving Rabin met ontroering de erkenning voor zijn vredespolitiek, die zo vaak door de nationalistische oppositie als “verraad van het land en volk van Israel” werd verguisd.

Voor zijn geest moet op dat moment ook de grote fotomontage zijn gegaan die hem tijdens een anti-regeringsdemonstratie van Likud in Jeruzalem uitbeeldde als Gestapo-officier. Vaak heeft hij het daarover gehad. Het deed hem pijn door zijn tegenstanders op één lijn te worden gesteld met de verdelgers van het joodse volk in de Tweede wereldoorlog. Zaterdagavond was het intense gejuich van de massa, die met leuzen als “een sterk volk maakt vrede” voor hem stond, de morele compensatie voor de karaktermoord die door de oppositie en, feller nog, dag in dag uit, door kringen van de kolonisten in de bezette gebieden op hem werd gepleegd.

“Ik ben ontroerd”, waren zijn eerste woorden zaterdagavond. Als een profeet van zijn eigen dood op deze mooie en gelukkige avond in Tel Aviv, de grootste joodse stad ter wereld, veroordeelde hij het geweld in de Israelische samenleving. “Geweld ondermijnt de basis van de Israelische democratie. Geweld moet worden veroordeeld, worden uitgestoten en geïsoleerd. Dat is niet de weg van de staat Israel”, zei hij.

Als rationeel mens wist Rabin dat zijn leven in gevaar kon zijn, maar als Israeli onder Israeliërs, als jood onder joden, wilde deze in Jeruzalem geboren sabre niet geloven dat een joodse moordenaar om de hoek zou staan. Een kogelvrij vest weigerde hij te dragen. “ Wat, ineens een kogelvrij vest? Zijn we soms in Afrika?”, antwoordde Rabins echtgenote Lea uit zijn naam zaterdagavond een Israelische journaliste die zich zorgen maakte over de veiligheid van haar man.

In zijn laatste rede sprak Rabin zijn geloof uit in het diepe en oprechte verlangen van het Israelische volk naar echte vrede: “Ik wil zonder omhaal zeggen dat we onder de Palestijnen een vredespartner hebben gevonden - de PLO was een vijand en heeft de terreur gestopt.”

Rabins besluit om tegen zijn diepste emotie in de vroeger door hem als aartsterrorist verguisde Yasser Arafat voor het oog van de wereld in Washington de vredeshand te reiken, stempelt hem tot één van Israels grootste leiders. Op dat moment - het proces is in gang gezet - erkende hij het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk en daardoor ook de deling van Erets-Israel in een joodse en Palestijnse staat, hoewel hij het nooit zo heeft willen formuleren.

Kort voor een bezoek aan Nederland, in 1993, vroeg ik Rabin of het voor de vooruitgang van het vredesproces in het Midden-Oosten niet wenselijk zou zijn dat Israel rechtstreeks vredesoverleg met de PLO zou voeren. Voordat hij zijn antwoord formuleerde keek hij me misschien wel een minuut lang doordringend aan. Ik kon niet weten dat Rabin me bestudeerde om na te gaan of ik wellicht iets wist van het geheime vredesoverleg met de PLO, dat toen al in Oslo aan de gang was. Rabin had toen, begin 1993, zijn historische beslissing om de PLO als vredespartner te erkennen, al genomen en vreesde kennelijk dat mijn vraag op een informatielek zou kunnen wijzen dat dit initiatief in gevaar zou kunnen brengen.

Voor de veldheer Rabin, die als opperbevelhebber het Israelische leger in juni 1967 in zes dagen naar een indrukwekkende zege op Egypte, Syrië en Jordanië, voerde, was de diplomatieke opening naar de PLO ook de erkenning van Israels onmacht om de in 1987 uitgebroken Palestijnse volksopstand met militaire middelen op te lossen. Bij het uitbreken van de intifadah in december 1987 was Rabin, toen minister van defensie in de regering van nationale eenheid onder premier Yitzhak Shamir, in de VS.

De ernst van de situatie ontging hem, want hij keerde niet onmiddellijk naar Israel terug. En toen hij weer op zijn post in Tel Aviv was, dacht hij “met het breken van de botten van de Palestijnen” hun volksopstand te kunnen onderdrukken. “Met de PLO wordt uitsluitend op het slagveld gepraat” was een van zijn befaamde uitspraken.

Maar aan het hoofd van de door hem in 1992 gevormde Arbeidspartij-regering, na de val van het Sovjet-imperium en de Golfoorlog, slikte hij die uitspraak in. Daarmee getuigde Rabin ervan dat hij een pragmatische inslag had en dat hij openstond voor nieuwe ideeën, zelfs als die kwamen uit de rijke geest van Shimon Peres, zijn aartsrivaal, die toen als minister van buitenlands zaken de weg voor Rabin, hemzelf èn Arafat plaveide naar de Nobelprijs voor de vrede. Het geloof in de vrede entte zich in Rabins ziel en hij heeft daarvoor zaterdagavond de hoogste prijs betaald, de prijs die eerder ook van de Egyptische president Anwar Sadat voor diens vrede met Israel werd bedongen.

De snelle politieke carrière van Rabin, na 27 jaar leger en na een geslaagd ambassadeurschap in de VS, was het indirecte gevolg van zijn afwezigheid in Israel tijdens de Grote Verzoendagoorlog in 1973. Hem kon die traumatische gebeurtenis niet door de regerende socialisten worden aangerekend en daardoor werd hij in 1974 de natuurlijke opvolger van de in ongenade gevallen Golda Meir.

Als premier schonk Rabin met zijn uitgesproken strategische oriëntatie op de VS de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger het vertrouwen om de troepenscheidingsovereenkomsten met Egypte in de Sinaï-woestijn te bemiddelen. Daardoor werd de basis gelegd voor de Israelisch-Egyptische vrede, die door de Likud-leider Menahem Begin in 1978 in Camp David met een vredesakkoord werd bekroond. Als premier gaf Rabin in 1976 de order tot de bevrijding van Israelische gijzelaars in Entebbe. Maar voor de Gush Emoniem, het nationalistische verbond der getrouwen dat een illegalenederzettingencampagne in Samaria op de Westelijke Jordaanoever lanceerde, ging hij door de knieën. Dat is een van de butsen in zijn leiderschap.

Tot 1992 is Rabins politieke carrière doorkruid met bittere persoonlijke rivaliteit met Shimon Peres. Ze wisselden elkaar als partijleider en premier af, voor en na het bewind van Likud, dat bij de algemene verkiezingen van 1992 de macht verloor. In dat jaar leidde Rabin de Arbeidspartij met een duidelijke vredesboodschap naar een kleine verkiezingszege.

Rabin, die voor de stichting van de staat Israel in de Palmach (een linkse para-militaire beweging) zijn militaire loopbaan begon en bij vrijwel alle belangrijke veldslagen tot na 1967 was betrokken, inclusief de opening van de weg van Tel Aviv naar Jeruzalem in 1948 en de verdrijving van Palestijnen uit Ramle en Lod in dat jaar, ontwikkelde zich op hogere leeftijd tot een voorvechter van de vrede. Hij kon zelfs erkennen dat de Palestijnen onrecht was gedaan. Evenals David Ben Gurion vóór hem kwam hij tot de conclusie dat het joodse en democratische karakter van de staat Israel alleen maar kon worden bewaard door afscheiding van de Palestijnen in een vredesproces dat zich van Jordanië ook tot Syrië en Libanon zou moeten uitstrekken. Over een vredeskans met Syrië sprak hij zaterdagavond in Tel Aviv ook, voordat de kogels zijn weg naar nòg een vrede, na Jordanië, met een Arabisch buurland afsneden.