WILLY DEVILLE OVER Voodoo

Willy DeVille: Loup Garou (Warner/East West 0630-12456)

“In een vorig leven heb ik ook al eens in New Orleans gewoond. Voodoo maakt er deel uit van het dagelijks leven: zwarte magie, die door de slaven uit Afrika werd meegenomen. Omdat het hen werd verboden om hun eigen goden te aanbidden, gaven ze geheime Afrikaanse namen aan de katholieke heiligen. Het centrum van de voodoo-krachten in New Orleans bevindt zich op het oude slavenkerkhof. In een dronken bui ben ik daar eens achterover in een graf gevallen. Om me heen kon ik de geesten van al die arme sloebers met elkaar horen fluisteren. Nee, voodoo is meer dan een bijgeloof dat in stand wordt gehouden om de toeristenindustrie te spekken.” De van oorsprong Newyorkse zanger Willy DeVille (42) woont en werkt sinds enkele jaren in New Orleans, waar hij plaatopnamen maakte met plaatselijke coryfeeën als Dr. John en Allen Toussaint. Sinds de hit Spanish stroll (1977) van zijn toenmalige groep Mink DeVille staat hij bekend om zijn stijlvolle en doorleefde rhythm & blues, waarin de New Orleans-traditie steeds prominenter doorschemert. Het titelnummer van zijn nieuwe cd Loup Garou herinnert aan de begindagen van Dr. John The Nighttripper, die Nederland al in 1970 liet kennismaken met een voodoo-spektakel tijdens het popfestival in het Kralingse Bos.

“Aan het eind van de achttiende eeuw woonde er in New Orleans een Kongolese prins die zich Dr. John noemde. Hij was een boogie doctor, een souteneur en een sterrenwichelaar. Er werd gefluisterd dat hij een loup garou was; een weerwolf die om middernacht de buurt kwam terroriseren. Hij raakte verwikkeld in een machtsstrijd met de voodoo-koningin Marie Lavaux, die bekend stond om haar hekserij en haar geneeskrachtige tovermiddelen. Op een kwade dag werd Dr. John gruwelijk vermoord, maar zijn legende leeft voort. De pianist Mac Rebennack was er zo van onder de indruk, dat hij de artiestennaam Dr. John aannam.

“Dr. John is de ambassadeur van het oorspronkelijke New Orleans-gevoel waarin jazz, voodoo en rhythm & blues hand in hand gaan. Het voodoo-ritme van de Afrikaanse slaven ligt ten grondslag aan alle popmuziek, van rock'n'roll tot rap. Stap een willekeurige disco binnen en je ziet dat het publiek zich in een trance aan het werken is. Die seksuele razernij is al zo oud als de wereld: pure voodoo, als je het mij vraagt. In ieder geval zit er veel meer toverkracht in mijn muziek, dan in de potjes en flesjes die in de hocus pocus-winkeltjes van New Orleans aan de toeristen worden verkocht.”