Wethouders hebben hoogste woord op congres van PvdA

DEN HAAG, 6 NOV. PvdA-minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) kijkt eens om zich heen. Honderden partijgenoten zijn op weg naar hun jas, of verdringen zich bij de bar. “Tja, het leeft weer, geloof ik,” zegt hij dan. De vraag was wat zijn mening is over de 'congresconferentie' die de grootste regeringspartij afgelopen zaterdag organiseerde in het Amsterdamse congrescentrum de Rai.

'Informatie, discussie en debat', daar zou het om gaan volgens de advertenties die vorige week een oproep deden aan PvdA-leden en geïnteresseerden om naar Amsterdam te komen (“Komt allen!”). Dus zijn er zaterdag twaalf 'deelsessies' met zo'n zestig kopstukken en specialisten, een openings- en een slotdebat en toespraken van premier en partijleider Kok, Tweede Kamer-fractievoorzitter Wallage en partijvoorzitter Rottenberg. Onderwerp van gesprek zijn de drie in september gepubliceerde discussienota's over de stad, de verzorgingsstaat en de 'terugkeer van de solidariteit'. Dit alles ter voorbereiding van het echte congres in Zwolle in februari volgend jaar.

Morgen presenteren Rottenberg en zijn collega Vreeman de 'concept-resolutie' die mede op basis van de conferentie van gisteren is opgesteld. Dit weekeinde concludeerde de partijvoorzitter alvast dat “de kramp eruit is”. De publikatie van de rapporten veroorzaakte eerder ruzie in de partijtop, met name tussen Wallage en Rottenberg, omdat de fractievoorzitter de interne kritiek vlak voor de Algemene Beschouwingen eind september niet goed kon gebruiken. Zaterdag prezen echter zowel Kok als Wallage de partijorganisatie voor het initiatief.

Tegen het ANP zei Rottenberg gisteren dat hij de verbondenheid van zijn achterban met het kabinet ziet toenemen. Huiver bestaat er volgens hem nog over onderwerpen als privatisering en lastenverlichting, maar de PvdA-ministers lijken er redelijk in te slagen de positieve kanten daarvan over het voetlicht te brengen. Rottenberg stelde dat het doel van de conferentie was de thema's te bepalen waarop de PvdA zich de komende tijd binnen en buiten het kabinet wil profileren. Naar zijn oordeel gaat het vooral om vier punten: versterking van de nationale democratie, de strijd tegen de armoede, de zorg om de financiële toestand van het onderwijs en de zorg om de volkshuisvesting.

De PvdA had voor de conferentie ook vertegenwoordigers van lokale afdelingen, raadsfracties en wethouders uitgenodigd. Tijdens de 'deelsessies' is vooral goed te merken dat de PvdA nog altijd de partij is van de wethouders. Overal hebben deze bestuurders het hoogste woord. Zo krijgt 's ochtends het Kamerlid Duijvestein, die tijdens een discussie over het huurbeleid weer eens uithaalt naar de woningbouwcorporaties met hun “moddervette bankrekeningen”, tegengas van wethouders uit Deventer, Amsterdam, Den Haag, Meppel en Almelo. Zij moeten immers zaken doen met corporatie-directeuren en hebben behoefte aan een minder confronterende stijl van benaderen. Ook bij de sessies gewijd aan armoede of flexibel werken, laten wethouders van zich horen als mensen uit de praktijk: daardoor krijgt de dag sterk het karakter van een Nationale Wethoudersconferentie.

Maar onduidelijk blijft hoe de genodigden precies invloed kunnen uitoefenen, zoals beloofd was in de advertentie. Tijdens een deelsessie zaterdagmiddag over 'het primaat van de politiek' staat de afgevaardigde van de afdeling Soest woedend achter de interruptie microfoon. “Invloed gaat van onderop, Felix!” roept ze in het licht van de schijnwerper van een televisiecamera. De afdeling Soest is “nog lang niet klaar met de meningsvorming”. De rest van haar betoog gaat verloren omdat de voorzitter van deze sessie haar microfoon uitschakelt. In de pauze staat de afgevaardigde uit Soest nog naar lucht te happen. Het Friese Statenlid Mirjam de Meijer probeert haar tevergeefs te kalmeren. “We mochten invloed uitoefenen, maar we krijgen de kans niet,” roept de vrouw uit Soest. “Rustig nou,” zegt De Meijer, “Dit is precies de toon waardoor ik nooit actief wilde zijn in de partij.”