Verslaafd aan leven, doden en sigaretten in een machinefabriek

Voorstelling: Moord eens een volksken uit! een stuk of zes, zeven. Door Noord Nederlands Toneel. Regie: Sam Bogaerts; vormgeving: Mieke Smalle, Mark Geurden, Daniëlle Diemel; spel: Twiggy Bossuyt, Patrick Deleu, Christo van Klaveren, e.a. Gezien: 3/11 Machinefabriek Groningen. Aldaar: 8 t/m 11/11; 15 t/m 20/1 De Brakke Grond Amsterdam

Sam Bogaerts is dit seizoen de derde regisseur die met studenten theatervormgeving een voorstelling maakt bij het Noord Nederlands Toneel. Moord eens een volksken uit! een stuk of zes, zeven noemde hij zijn produktie, verwijzend naar een liedje van Kamagurka. Met dat liedje, waarin volkerenmoord quasi-luchthartig bezongen wordt, heeft de voorstelling echter weinig uit te staan. Alleen aan het begin van de avond komt het aan de orde, maar ook dan slechts zijdelings.

Moord eens een volksken uit! bestaat uit vijf delen, gebaseerd op vijf teksten waarvan de herkomst niet altijd duidelijk is. In het eerste geval wordt de bron expliciet vermeld: de monoloog van Fabiënne Meershoek is een reeks fragmenten uit de brieven van Etty Hillesum. Zittend op een boomstam citeert ze lange passages waarin Hillesum af en toe laat doorschemeren dat ze lijdt onder de oorlog en de 'menselijke wreedheden', maar overheersend is toch haar optimisme, haar geloof in een rechtvaardige en betere wereld: “Dit leven is zoiets moois en zoiets groots”.

Etty Hillesum was, zo zou je kunnen zeggen, verslaafd aan het leven. Ook in de verhalen die na deze monoloog van Meershoek volgen gaat het om, vier totaal verschillende, verslavingen. Zo is er sprake van een verslaving aan moorden en aan het gevoel van macht dat dat bij de moordenaar teweeg brengt, een verslaving aan muziek, aan sigaretten en aan verleiden en verleid worden. In het laatst genoemde geval gaat het om nagespeelde scènes uit Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos.

Waarom Bogaerts juist deze teksten en juist deze onderwerpen heeft gekozen en wat al deze verhalen bindt, wordt in zijn ruim drie en een half uur durende voorstelling niet echt duidelijk. Is dat inderdaad een verslaving, een hartstochtelijke passie, zoals ik hierboven suggereerde, of is het iets anders dat ik over het hoofd zie?

Feit is dat Bogaerts weinig heeft gedaan om de scènes tot een geheel te smeden. Op een groot rond grasveld in de Groningse Machinefabriek, met de toeschouwers aan tafeltjes eromheen, worden de teksten als op zichzelf staande verhalen gepresenteerd, de ene keer door een Hollander, dan weer door een Vlaming. De ene scène is kort, de andere duurt (te) lang. Het spel, over het algemeen serieus van toon, is wisselend van kwaliteit.

Naast spel is er ook muziek - een mooi nummer voor saxofoon van John Coltrane - en een bijdrage van de studenten theatervormgeving in de vorm van videobeelden van pratende monden. De muziek en de videobeelden (die alleen in de pauze terzijde van de speelvloer zijn te zien) hebben echter geen functie in het geheel, ze hangen er zo'n beetje bij - zoals alles er eigenlijk een beetje bijhangt. Misschien had Sam Bogaerts het idee een machine te willen maken, maar helaas is hij niet verder gekomen dan het verzamelen van een hoop losse onderdelen.