Van Traa krijgt geheime stukken niet

DEN HAAG, 6 NOV. De ministers Dijkstal (binnenlandse zaken) en Sorgdrager (justitie) willen het geheime deel van het rapport-Wierenga over de IRT-affaire niet vrijgeven voor de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden.

Dat heeft een woordvoerder van minister Dijkstal vanochtend gezegd. De commissie eiste afgelopen zaterdag in een brief aan de politieministers dat zij de stukken voor vanmiddag vijf uur zouden afstaan. Als commissievoorzitter Van Traa het rapport alsnog wil hebben, zal hij Sorgdrager en Dijkstal via de Tweede Kamer om uitleg moeten vragen.

De bewindslieden willen afspraken nakomen die zijn gemaakt met personen die worden geciteerd in het geheime deel. Van Traa mag die citaten niet gebruiken als de betrokkenen prijs stellen op de geheimhouding van hun verklaringen, aldus Sorgdrager en Dijkstal. “Belofte maakt schuld”, schreven de ministers afgelopen vrijdag al in een brief aan de enquêtecommissie.

Van Traa is al twee weken in de slag met de ministers. Het laatste gesprek over de kwestie, vrijdag, liep op niets uit. Van Traa heeft inzage gekregen in de betreffende stukken, maar de ministers willen ze niet aan de enquêtecommissie afstaan.

De manier waarop het kabinet en de Tweede Kamer reageren op de uitkomsten van de IRT-enquête is een testcase voor de geloofwaardigheid van de politiek. Dat zei PvdA-fractievoorzitter J. Wallage zaterdag tijdens een conferentie van zijn partij in Amsterdam.

Er moet volgens Wallage echt sprake zijn van een “zuiveringsproces”. Hij constateerde dat er bij de parlementaire enquête over de opsporingsmethoden “veel vuile was” is komen buiten te hangen; het is de dure plicht van de Kamer om daar straks ook iets mee te doen. De consequenties die de Kamer hecht aan alles wat boven water is gekomen, moeten de burgers het gevoel geven dat er ook echt iets gaat veranderen, dat er echt sprake is van een zuiveringsproces.

In de ogen van de burgers, aldus Wallage, “is het recht pas weer hersteld als we tot echt harde conclusies komen. Die taak rust zwaar op ons.” Wallage zei hier vooral ook zo zwaar aan te tillen, omdat het rechtstreeks samenhangt met het vertrouwen dat de burgers nog hebben in de politiek. “Het beeld dat uitgerekend diegenen die de misdaad moeten bestrijden het zelf niet zo nauw nemen met de regels is buitengewoon bedreigend voor de burgers en tast hun vertrouwen in de overheid fundamenteel aan.”