Van de Putte blijft in Berio-project als enige consequent zichzelf

Concert: Ingrid Kappelle (sopraan) en Sepp Grotenhuis (piano). Werken van Berio, Van de Putte, Sauer en anderen. Gehoord: 3/11, Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herhaling: 30/11 Muziekcentrum Enschede. Opnames: VPRO voor Radio 4.

Bij het composer-in-residenceproject rond Luciano Berio onder de titel Berio Festival ConSequenza worden in opdracht van de Rotterdamse Kunststichting de sequenza's van Berio door twaalf Nederlandse componisten van een complement voorzien. Als opening zong Ingrid Kappelle Jan van de Putte's I am her mouth en vertolkte de pianist Sepp Grotenhuis The world as seen from the moon, part 2 van Arthur Sauer.

Van de Putte stond het beeld van een waanzinnige sopraan voor de geest. Want de zin I am her mouth (een Engelse vertaling van Dostojevski's herinneringen aan het ondergrondse) klinkt overspannen hakkelend, het zingen lukt alsmaar niet. Wat we horen zijn alle vormen van kortsluiting. Het is, kortom, één psycho-pathologisch verslag.

Typerend is dat een opdracht voor een solo van maximaal tien minuten uitgroeide tot 75 minuten. We kregen dan ook niet meer dan een fragment voorgezet. Die lengte is onvermijdelijk, obsessieve herhalingen vormen de grondslag voor Van de Putte's muzikale rituelen: hij pakt je bij de lurven en laat je niet meer los. Dat Ingrid Kappelle het type van een waanzinnige sopraan is, zou ik niet durven beweren. Maar lef heeft ze, anders begin je niet met een kwetsbare belcanto-étude als Manzoni's Estremitá.

Een bekende uitdrukking luidt: als je haar maar goed zit. Voor Van de Putte en Dostojevski geldt: als de bijl maar goed in je schedel steekt. Ook Wilhelm Killmayers Klavierstücke barsten open in een drama, maar ditmaal minder overtuigend. Van de Putte lijkt uitsluitend en alleen op Van de Putte, Killmayer herinnert echter vooral aan anderen zoals Sjostakowitsj en Schumann, en hoe geconcentreerd en nauwgezet Sepp Grotenhuis ook musiceerde, onwillekeurig sla je dan aan het vergelijken.

Grotenhuis' precisie (delicaat pedaal!) was meer besteed aan Berio's Sequenza IV, al is dat niet de sterkste Berio: aanvankelijk wat droog en kaal, geleidelijk aan weliswaar zwieriger, maar dan toch als het ware van een haarstukje voorzien, kunstmatig dus. Eén wilde bos haren vormde tenslotte de muziek van Arthur Sauer, slechts vergelijkbaar met Bartóks woeste hit Allegro barbaro.