Topfuncties in de aanbieding: wie-gaat-waar-naar-toe

Buiten de regering lijkt het CDA zijn mensen beter benoemd te krijgen dan toen christen-democraten zelf nog over de macht gingen. Lubbers zit (bijna) bij de NAVO en de post van Van den Broek bij de Europese Commissie werd eerder dit jaar dankzij 'paarse seelenmassage' flink opgewaardeerd. Dan is er natuurlijk nog Kamervoorzitter Deetman die door de goedertierenheid van de PvdA, na de verkiezingen op zijn stoel mocht blijven zitten, hoewel het CDA er als één na grootste partij geen recht meer op had. Nu de nationale vacature-bank weer aardig vol begint te stromen, zit er voor het CDA voorlopig niet veel in. Een tussenstand uit het Haagse gezelschapsspel 'wie-gaat-waar-naar-toe' en 'wie-wordt-door-wie-opgevolgd?'

Alle ogen gaan allereerst uit naar de Sociaal-economische raad. Voorzitter Theo Quené heeft aangekondigd dit belangrijkste adviesorgaan van de regering op 1 april van het volgend jaar te verlaten. Wie kan deze PvdA'er opvolgen? De naam van Bram Peper, de huidige burgemeester van Rotterdam, circuleert hardnekkig in het circuit. Rotterdam zou hiermee op een elegante wijze van een probleem zijn afgeholpen, want de verhoudingen tussen de burgemeester en een flink deel van de gemeenteraad bevinden zich al enige tijd op een dieptepunt. Peper kent de SER goed. Begin jaren zeventig was hij een bekend criticaster van het instituut, wat zijn benoeming tot kroonlid begin jaren tachtig overigens niet in de weg stond.

Maar wil hij ook, en ook niet onbelangrijk, willen de centrale organisaties van werkgevers en werknemers Peper wel. Zijn kritiek van destijds is nog niet vergeten. Bovendien vergt het voorzitterschap van de SER tact en het verwijt aan Peper is dat dit hem nu juist op cruciale momenten ontbreekt. Een wat meer afstandelijke en beschouwende functie zou dan ook beter voor Peper zijn. Het voorzitterschap van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bij voorbeeld. Een positie die nu en tot 1998 wordt bekleed door de CDA'er Donner. Het was Quené die indertijd de overstap van de WRR naar de SER maakte. Als Donner hetzelfde zou doen, komt de WRR voor Peper vrij. Maar kan 'paars' een zo belangrijke functie als het voorzitterschap van de SER nu ook al weer in handen van het CDA geven?

Tenzij er iets anders voor wordt ingeleverd. In juni 1997 komt de Raad van State 'vrij', zoals dat heet. Dan gaat de uit het CDA afkomstige vice-president, Willem Scholten met pensioen. De PvdA aast op het onderkoningschap van Nederland en heeft er ook al een kandidaat voor: Eerste Kamervoorzitter Herman Tjeenk Willink. Vertrekt hij inderdaad naar dit eerbiedwaardige college dan komt zijn stoel in de Senaat vrij. Een stoel die Tjeenk Willink mocht bezetten bij de gratie van de VVD, sinds juni van dit jaar de grootste fractie in de Eerste Kamer. De VVD heeft al laten weten het voorzitterschap op te eisen als Tjeenk Willink zou vertrekken. Een potentiële opvolger hebben de liberalen trouwens ook al: Hans Wiegel.

Zo moet het dus ongeveer lopen volgens Haagse 'kringen', 'bronnen' en 'ingewijden'. Opdat het formele adviseurstrio van de koningin (bestaande uit de voorzitters van Tweede en Eerste Kamer en de vice-president van de Raad van State) er bij de volgende kabinetsformatie als volgt uitziet: De CDA'er Deetman, de PvdA'er Tjeenk Willink en de VVD'er Wiegel. Nationaler kan het haast niet.