'School is nog iets belangrijker'

Toen ik vier was, zat ik op kleutergym. De vrouw die dat gaf, zei dat ik naar een goede club moest gaan. Ze vond dat ik het goed deed. Ik train vijf keer per week, zestien uur per week. Volgend jaar ga ik naar de A-lijn. De A-lijn zijn dezelfde oefeningen, maar er komen moeilijkere stukjes bij. Vorig jaar was het bij de vloer: arabier, dubbel flik. Nu wordt het: arabier, dubbel flik, streksalto. Bij de balk moet ik nu twee keer achter elkaar achteruit springen. Dat is moeilijk.

Soms ben ik na een training wel moe. Maar bij een training denk je: wat heb ik nou getraind? Vijf minuten of zo, de tijd gaat heel snel voorbij. Soms heb ik geen zin maar als ik er dan ben, vind ik het heel leuk. De besten van Nederland gaan drie keer per week naar school, maar dat mag ik niet. Ik zou dat wel willen. Ik vind school iets belangrijker, maar turnen is ook belangrijk.

Bij een wedstrijd zijn er vier onderdelen: balk, vloer, brug en sprong. En je hebt één rustronde. Brug is het leukste, dat kan ik het beste. De eerste keer dat ik een salto deed, vond ik het heel eng. Maar als je het gedaan hebt, vind je het heel leuk en wil je het heel vaak doen. Je wordt niet duizelig als je naar een richtingspunt kijkt. Als je draait moet je even omkijken, maar dan zo snel mogelijk weer naar dat punt kijken. Net als danseressen die veel pirouettes doen.

Ik wil doorgaan met turnen. Als ik pijn in mijn rug krijg, mag ik niet meer van de dokter. Maar ik heb nog nooit pijn in mijn rug gehad. Publiek, daar word ik een beetje zenuwachtig van. Maar een wedstrijd turnen is leuk. Ik had 9.15 voor balk. Het was de eerste keer dat ik niet zenuwachtig was voor balk. Ik dacht: het is een Nederlands kampioenschap. Nu moet ik wat laten zien, want het is heel belangrijk.