Rijnwoude: een tweede Wassenaar?

Vrolijk lacht Paul Witteman ons toe op het reclame-affiche van de VARA. Maar vorige week keek de ervaren tv-journalist even anders tijdens de uitzending van NOVA. Witteman leidde een kort debat met burgemeester Boelen van Rijnwoude, de nieuwe naam voor drie dorpen tussen Leiden en Alphen aan den Rijn. Saai en vlak ligt in die gemeente de Hazerswoudsche Droogmakerij, een landschappelijk oninteressant grasgebied uit de achttiende eeuw waar nu koeien gastvrijheid ondervinden dankzij EG-subsidies. “Bent u niet liever burgemeester over vrije burgers dan over gesubsidieerde koeien”, vroeg ik in het tv-debat. “U hebt plaats voor een tweede Wassenaar.” Dat was niet een brug, maar een kanaaltunnel te ver voor de burgemeester èn voor gespreksleider Witteman. Pijnlijk getroffen reageerde hun body language op deze schaamteloze suggestie.

Zo komen drie gevoelige en onder taboes bedolven onderwerpen samen: de toekomst van de landbouw, de bedreiging van het Groene Hart en de woningbouw. En toch is het niet onzinnig om nog eens stil te staan bij de kans die burgemeester Boelen laat liggen. Want wat is het alternatief? Dat de gemeente Den Haag - nu al ongeveer failliet - sociale woningbouw gaat plegen in de Noordzee. Er is al veel publiciteit voor een plan om ten koste van zeventien miljard gulden een deel van de Noordzee te dempen, hoofdzakelijk ten behoeve van woningbouw. Volgens de berekeningen van de indieners gaat dat 370 gulden kosten per vierkante meter Noordzee, dat is zestig maal zo duur als een vierkante meter grasland in de Hazerswoudsche Droogmakerij. Net op het moment dat Nederland na twaalf jaar bevriezen en bezuinigen er eindelijk in is geslaagd om de stijging van de staatsschuld te stoppen, komt een plan om een polder aan te leggen in de Noordzee. Dan moet wel iedere vierkante meter van het Groene Hart heilige grond zijn, wil een land dat nog niet eens voldoet aan de staatsschuld-norm van het Verdrag van Maastricht nu zo'n extravagant plan zelfs maar een blik waardig gunnen. En trouwens, hoe stond het ook al weer met de Markerwaard? De dijk ligt er al, de inpoldering kost maar een fractie van het Noordzee-plan, de grondprijs wordt minder dan 10 gulden per vierkante meter, en het uitzicht vanaf de boulevard in Scheveningen hoeft er niet onder te lijden.

Wie overdag door Rijnwoude rijdt ziet vooral een enorme meubelboulevard, direct aan de zuidoever van de Oude Rijn. 's Avonds hangt een neon nep-maan in het zwerk: het gigantische logo van de Heineken-brouwerij. Het is knap willekeurig om dat alles toe te laten in het Groene Hart en nu opeens een definitieve streep te trekken. VNG-directeur Klaas de Vries zei daarover onlangs: “Zo hebben wij de mensen samengeperst in hoge flats, waar ze kunnen genieten van een zeldzaam uitzicht over koeien die te veel melk produceren. Die reusachtige grasvelden noemen we 'de Groene Long' of zelfs 'Natuurgebied', maar we willen niet eerlijk nadenken over een symbiose van mens en natuur waarbij Randstad bewoners de kans krijgen op een hogere kwaliteit van het bestaan.”

Over de koeien leert een nieuwe studie van het Landbouw Economisch Instituut dat die in totaal vijf miljard toevoegen aan de Nederlandse economie, maar dat daarvoor 7,2 miljard gulden subsidie nodig is. Verfijningen op de berekening van het subsidiebedrag zijn mogelijk, zowel naar beneden als naar boven, maar in ieder geval is de veeteelt geen lucratieve zaak. Een veeboer in het Groene Hart maakt lange uren voor een marginaal bedrijf en moet vooral hopen op de komst van een projectontwikkelaar die zijn grond opkoopt. Dat projectontwikkelaars en speculanten zoveel belangrijker zijn dan vroeger komt door een fout in de onteigeningswet. Artikel 77 van die wet stipuleert dat een gemeente alleen voor woningbouw mag onteigenen wanneer de noodzaak daartoe evident is, en de wetgever vindt de noodzaak afwezig wanneer de huidige eigenaar bereid en in staat is de bouw zelf te realiseren. Dat betekent dat een boer zijn grond kan verliezen aan de gemeente, omdat agrariërs gemakshalve worden verondersteld niet bekwaam te zijn tot woningbouw, maar dat een projectontwikkelaar zich niet meer hoeft te laten onteigenen. Die dwaze wetsregel geeft de speculanten een veel te gemakkelijke entree bij de boeren. Zij kunnen de agrariërs bangmaken dat binnenkort de gemeente hun land gaat onteigenen. De boer kiest dan eieren voor zijn geld, is in één klap multi-miljonair, en de projectontwikkelaar weet zich beschermd omdat de gemeente volgens de onteigeningswet de noodzaak niet meer kan aantonen.

Gemeenten staan dus machteloos en ook het slepende debat in de Kamercommissie over de Wet Voorkeursrecht Gemeenten biedt nog geen soulaas. Maar de politiek opereert uitermate voorzichtig, alleen al omdat zowel het kabinet-Cals/Vondeling in 1966 als het kabinet-Den Uyl in 1977 vielen over de grondpolitiek. En toch had Vondeling groot gelijk. Zijn initiatief-voorstel uit 1969 gaf gemeenten het recht tot onteigening tegen de utilitaire gebruikswaarde, dat wil zeggen de waarde van het land bij de huidige, agrarische bestemming. Dan kunnen gemeenten de lelijke stukken van het Groene Hart opkopen voor vier tot tien gulden per vierkante meter. Dat maakt daarop te bouwen huizen gemiddeld 20.000 gulden goedkoper dan woningbouw op gronden van speculanten.

Noemt u dat een socialistisch voorstel? Het zij zo, maar weet dan wel dat in het verre Hongkong, in alle vrije-markt-propaganda aangeprezen als het gebied met de grootst mogelijke economische vrijheid, tòch de overheid eigenaar is van alle niet-bebouwde grond. Van tijd tot tijd verkoopt de regering van Hongkong een klein gedeelte bij opbod aan bouwheren, en de gerealiseerde winst vloeit in zijn geheel in de kas van de overheid. Gemeenschappelijk bezit van alle nog niet bebouwde grond is een belangrijke maar weinig bekende verklaring voor het feit dat Hongkong lage belastingen kan combineren met de totale afwezigheid van een staatsschuld.

Door een paar minder fraaie delen van het Groene Hart te bestemmen voor een tweede en derde Wassenaar, en die tegen utilitaire gebruikswaarde te verwerven, ontvangt de gemeenschap genoeg geld om de rest van het Groene Hart eveneens snel te onteigenen en definitief te bestempelen als natuurgebied. De nieuwe formule van 'agrarisch natuurbeheer' - waarbij landbouw en veeteelt blijven maar de boeren een subsidie ontvangen om het landschap respectvol te beheren - is dan heel geschikt voor grote delen van het Groene Hart.

En dan het laatste taboe: sociale woningbouw of een tweede Wassenaar? Op dit moment hebben Den Haag en Rotterdam echt voldoende kleine, goedkope huizen terwijl de prijzen van vrije-sector woningen kunstmatig hoog zijn door het verkeerde ruimtelijke-ordeningsbeleid. Meer woningbouw in de vrije sector leidt tot lagere prijzen en dat is goed voor de consumptieve bestedingen van de bewoners en bevordert bovendien de doorstroming die om andere redenen zo gewenst is. Trouwens, hebt u ooit iemand gesproken die in Wassenaar woonde en er niet tevreden over was? Waarom dan niet een mooi tweede dorp met veel villa's aan de N209?