Rabins erfenis

ZELDEN ZAL HET HEENGAAN van een staatsman zoveel oprechte en nauwelijks beheerste betuigingen van rouw bij zijn ambtgenoten in binnen- en buitenland hebben opgeroepen als de gewelddadige dood van Yitzhak Rabin. Dat heeft te maken met de bruutheid waarmee en het emotionele decor waarvoor de aanslag werd gepleegd, de schok dat de dader uit de joodse gemeenschap zelf komt, de spanning die de moord in het vredesoverleg oproept, maar bovenal met de warme persoonlijke betrekkingen die het slachtoffer onderhield met politieke leiders die voor Israel op een of ander moment van zijn geschiedenis grote betekenis hebben gehad. De koele, afstandelijke Rabin wiens politieke charisma wortelde in zijn hero- ïsch militair verleden, won de gesprekspartners met zijn directheid en nuchterheid. Zelfs met de verguisde Arafat wist Rabin een persoonlijke verstandhouding op te bouwen van wederzijds vertrouwen. Een zeldzaam goed in diplomatieke verhoudingen.

De daad heeft in Israel tot grote ontreddering geleid. Terrorisme is er een bekend verschijnsel, maar niet van jood tegen jood. Wel behoort het politieke extremisme, ook in zijn gewelddadige vorm, tot Israels ontstaansgeschiedenis. De afschuwelijke en persoonlijk beledigende aantijgingen waaraan Israels premier de laatste tijd werd blootgesteld, hadden steeds minder te maken met een zakelijk meningsverschil over de aanvaardbaarheid van Israelische concessies ten nutte van het vredesoverleg. Zij ontaardden de afgelopen weken in een karaktermoord waarvan de daadwerkelijke climax jongstleden zaterdag eigenlijk niet meer verrassend was. De beschuldiging van verraad aan Rabins adres en de naargeestige verwijzing naar de SS hadden een waarschuwing moeten zijn.

WIE ZOEKT NAAR AARD en oorzaak van de in de loop der jaren gegroeide tweedeling in het Israelische volk, een tweedeling die bezig was tot verscheurdheid te leiden, ziet een opvallende verschuiving in de rangorde van vraagstukken. Was Israels vitale probleem lange tijd zijn veiligheid temidden van een oppermachtig schijnende Arabische wereld, geleidelijk aan trad de ideologie op de voorgrond. Tijdens de zogenoemde regeringen van nationale eenheid gedurende de jaren tachtig kreeg de Likud-claim op het grondgebied der vaderen, Erets Israel, in de vorm van de vestiging van joodse nederzettingen vaste voet op de overwegend door Palestijnen bevolkte en in 1967 veroverde westoever van de Jordaan. Sinds de verkiezingsoverwinning van de Arbeidspartij in de zomer van 1992 heeft het duo Rabin-Peres daarentegen de aloude gedachte van grond voor vrede weer nieuw leven kunnen inblazen.

De uitslag van Desert Storm was een bewijs van de gewijzigde machtsverhoudingen in het Midden-Oosten, een onderstreping bovendien van een geloofwaardige kans op een ook Israel omvattende regionale vrede. Wie nog wenste te twijfelen, plaatste zich min of meer buiten de internationale consensus. Maar Israels jarenlange politiek van onderwerping, annexatie en kolonisering had de vredeskansen bij voorbaat zwaar belast met voldongen feiten. Nu de strategische veiligheid van het land verzekerd was, dienden volgens vele Israeliërs tegemoetkomingen aan de PLO van Arafat vooral te worden beoordeeld aan de hand van criteria, ontleend aan een ideologische uitleg van Israels oudste geschiedenis.

DIT IS DE VOEDINGSBODEM geworden van het extremisme dat Rabin heeft geveld. De in gang gezette terugtrekking van de Israelische strijdkrachten van de westelijke Jordaanoever, gekoppeld aan de geleidelijke verwerkelijking van een Palestijnse politieke entiteit onder leiding van de PLO, heeft tal van Israeliërs het gevoel gegeven dat de grond, soms letterlijk, onder hun voeten wegzakte. Het ondanks alle concessies voortdurende terrorisme van Palestijnse groeperingen als Hamas tegen Israelische burgers en objecten heeft hen verder gesterkt in de overtuiging dat echte vrede met de historische vijand onmogelijk was en dat de offers die de regering van hen vroeg de persoonlijke veiligheid niet vergrootten. Anders dan de Israelische leiders vermocht dit in omvang snel toenemende segment van Israels bevolking geen zicht te krijgen op het land van melk en honing dat in het verschiet zou liggen.

HET IS TE VROEG voor een voorspelling over de massapsychologische en politieke gevolgen van Rabins gewelddadige dood. Zal de moord de dissidenten tot inkeer bewegen? Zal de noodzaak de eenheid te herstellen het winnen van angst, onzekerheid en verwarring? Zal Israel het vredesproces kunnen voortzetten nu het anker is weggeslagen dat in Rabins persoonlijkheid en in zijn persoonlijke geschiedenis lag opgesloten?

Het massale rouwbeklag, dit weekeinde in geheel Israel betoond, mag misschien als een teken ten goede worden uitgelegd. De massale opkomst van staats- en regeringsleiders bij de begrafenis vanmiddag, en, niet het minst, de aanwezigheid van koning Hussein en president Mubarak, vermag wellicht de Israeliërs ervan te overtuigen dat internationaal en historisch het vredesproces als onomkeerbaar wordt beschouwd. Maar of de verscheurdheid van de Israelische samenleving tijdig kan worden overwonnen, is vooral een zaak van de Israeliërs zelf. Zij zullen de ideologische en emotionele obstakels moeten wegnemen die de uitvoering van Rabins beleid in de weg stonden. Obstakels die verhinderen dat een samenleving in vrede met het Palestijnse buurvolk eens werkelijkheid zal worden.

Rabins erfenis verdient het te worden geëerbiedigd. Maar de verdienste ervan zal zeker in Israel zelf alsnog met terugwerkende kracht moeten worden erkend.