Rabin is laatste in lange reeks van politieke moorden

Bij moordaanslagen is de afgelopen halve eeuw een groot aantal staatshoofden en regeringsleiders om het leven gekomen. In het lijstje hieronder zijn niet de leiders opgenomen die in het kader van een staatsgreep zijn omgekomen.

30 januari 1948: de Indiase nationalistische leider MAHATMA GANDHI wordt door een radicale hindoe doodgeschoten; 20 juli 1951: de Jordaanse koning ABDULLAH wordt gedood door een jonge moslim;

16 oktober 1951: de Pakistaanse premier LIAQAT ALI KHAN wordt op een massabijeenkomst vermoord;

25 september 1959: premier SOLOMON BANDARANAIKE van Ceylon, het latere Sri Lanka, wordt in Colombo vermoord;

22 november 1963: de Amerikaanse president JOHN F. KENNEDY wordt in Dallas, Texas vermoord door Lee Harvey Oswald; de precieze toedracht en de ware reden voor de moord is nog steeds onopgehelderd;

15 januari 1965: de Burundese premier PIERRE NGENDADUMWE wordt vermoord;

6 september 1966: de Zuidafrikaanse premier HENDRIK VERWOERD wordt in het parlement door een klerk doodgestoken;

4 april 1968: de Amerikaanse zwarte dominee MARTIN LUTHER KING wordt doodgeschoten door de blanke huurmoordenaar James Earl Ray;

15 oktober 1969: de Somalische president ABDIRASHJID ALI SHERMARKE wordt in Mogadiscio vermoord;

28 november 1971: de Libanese premier WASFI TAL wordt in Cairo vermoord;

20 november 1973: de Spaanse premier LUIS CARRERO BLANCO wordt in Madrid met een bom vermoord;

25 maart 1975: de Saoedische koning FEISAL wordt tijdens een audiëntie door een familielid vermoord;

15 augustus 1975: de premier van Bangladesh MUJIBUR RAHMAN wordt in Dhaka vermoord;

26 oktober 1979: de Zuidkoreaanse president PARK CHUNG HEE wordt in Seoul doodgeschoten;

6 oktober 1981: de Egyptische president ANWAR SADAT wordt doodgeschoten door enkele militairen, die deel uit maakten van de moslim-fundamentalistische Jihad-beweging.

30 mei 1981: president ZIA-UR RAHMAN van Bangladesh wordt in Dhaka vermoord;

30 augustus 1981: bij een aanslag in Teheran komt zowel de president van Iran, ALI RADJAI, als premier DJAVAD BAHONAR om het leven;

15 september 1982: de Libanese president BASHIR GEMAYEL wordt in Beiroet vermoord;

31 oktober 1984: de Indiase premier INDIRA GANDHI wordt door een van haar sikh-lijfwachten doodgeschoten; de aanslag is een vergelding voor het harde optreden van de regering tegen acties van de sikhs.

28 februari 1986: de Zweedse premier OLOF PALME wordt na een bezoek aan de bioscoop in Stockholm doodgeschoten; de dader ontkomt, de moord is nog onopgelost;

1 juni 1987: de Libanese premier RACHID KARAME wordt in zijn helikopter opgeblazen;

22 november 1989: de Libanese president RENE MOAWAD wordt in Beiroet vermoord;

21 mei 1991: de Indiase oud-premier RAJIV GANDHI wordt in een zelfmoordactie vermoord door een Tamil Tijger;

1 mei 1993: de president van Sri Lanka RANASINGHE PREMADASA vindt de dood bij een bomaanslag van een zelfmoordenaar; de separatistische Tamil Tijgers worden voor de moord verantwoordelijk gehouden;

4 november 1995: de Israelische premier YITZHAK RABIN wordt doodgeschoten door de joodse extremist Yigal Amir.