Panorama Mesdag in Den Haag met hulp van vele deskundigen behoed voor fatale scheurpartij; Kilometers nylon voor laatste fase restauratie

Panorama Mesdag. Dag. 10-17u, zo en feestdagan 12-17u

DEN HAAG, 6 NOV. De restauratie van het Panorama Mesdag in Den Haag, dat dreigde te scheuren door de slechte staat waarin het verkeerde, is de laatste fase ingegaan. Begonnen is met het moeilijkste deel van het karwei, het bedoeken van de achterkant van het enorme, cirkelvormige schilderij uit 1881, een gezicht op het vissersdorp Scheveningen, de zee en de duinen. De bovenste drie meter, waarin de zwakste plekken zaten, zijn inmiddels rondom van een nieuw steundoek voorzien. Daarmee is het risico verdwenen dat het hele doek aan flarden naar beneden komt, zoals in 1972 gebeurde met een panorama in België.

“Er is wel over gediscussieerd of we het alleen bij het bovenste deel moesten laten, ook gezien de huidige ethiek in de restauratiewereld om zo min mogelijk in te grijpen in het oorspronkelijke werk,” zegt directeur drs. H.V.G. van der Donk van Panorama Mesdag. “Het gevaar bestaat echter dat ergens anders weer zwakke plekken ontstaan en je over een aantal jaren opnieuw aan de gang moet. Daarom hebben we besloten meteen het geheel goed aan te pakken.”

Aan het omvangrijke restauratie- en conserveringsproject, dat ook een face-lift van het gebouw aan de Zeestraat omvat, wordt al gewerkt sinds 1986. Het hele project zal zeven miljoen gulden kosten. Vijf jaar geleden is begonnen aan de voorbereiding van de bedoeking van het 1680 m2 metende schilderij. Een doublering van deze omvang was nog niet eerder uitgevoerd.

In de nauwe gang achter het tweehonderd meter lange panorama staan hoge stellages tot aan de top van het veertien meter hoge doek. Dat is het werkterrein van de restaurateurs. Voor de bedoeking is acht kilometer nylon, verdeeld over stroken van 15 meter lengte, in een speciale lijmcabine met een lijmlaag bespoten. De stroken zijn op ingenieuze wijze bevestigd aan een nieuw aluminium ophangmechanisme, net onder de houten balken waaraan het 4000 kilo wegende doek vroeger gewoon met spijkers was vastgetimmerd. Door het gewicht waren boven in het doek scheuren ontstaan. Ook elders zitten nog honderden kleine en grotere gaten en dunne plekken.

Het bedoeken is een uiterst nauwkeurig werk waarvoor de restaurateurs eerst hebben geoefend op een schaalmodel op ware grootte, ontwikkeld door de Technische Universiteit Delft. Meter voor meter wordt het nieuwe doek op het oude geplakt. Daarvoor gebruiken de restaurateurs een speciaal ontworpen vacuümraam met folie, dat met magneten aan het doek wordt bevestigd. Onder de folie wordt de lucht weggezogen, waarna de plek wordt bewerkt met een verwarmingselement. Door de warmte wordt de lijm week en hechten het oude en nieuwe doek aan elkaar.

Het museum is tijdens de werkzaamheden steeds opengebleven. Het panorama Mesdag is een van de laatste nog bestaande panoramaschilderijen uit het eind van de vorige eeuw, toen ze furore maakten, omdat ze door de ruimtelijke werking de illusie van de werkelijkheid opriepen. Het is een produkt van de Haagse School, geschilderd door Hendrik Willem Mesdag, bijgestaan door zijn echtgenote Sientje en de schilders Théophile de Bock, G.H. Breitner, B.J. Blommers en de Belgische architectuurschilder A. Nijberck.

Aan het restauratieproject is uitgebreid onderzoek door deskundigen in binnen- en buitenland en een symposium vooraf gegaan. Van der Donk: “We hebben ook contact gehad met drie locaties waar ook panorama's zijn. In Atlanta in Virginia hebben ze het doek eerst in stukken gesneden en toen behandeld. Dat procédé wilden wij niet overnemen. Verder zijn we naar Breslau in Polen geweest en naar Szeged in Hongarije, waar men midden in de poesta een groot monument heeft neergezet met een panorama dat voor twee derden verloren was gegaan, maar weer is gereconstrueerd. We hebben van die contacten geleerd, maar onze problemen lagen toch anders.”

Aan het onderzoek is onder andere meegewerkt door TNO, het Hechtingsinstituut van de TU in Delft en het Centraal Laboratorium voor onderzoek van voorwerpen van kunst en wetenschap in Amsterdam. Akzo/Nobel in Wuppertal heeft het nylon voor de bedoeking ontworpen. Van der Donk: “Normaal wordt linnen gebruikt om te doubleren, maar gekozen is voor nylon. Nieuw linnen reageert sterker op wisselingen van het klimaat dan een doek van honderd jaar oud. Dat raakt in de loop der jaren een deel van zijn flexibiliteit kwijt. Als je die twee op elkaar plakt, kan dat aan de voorkant leiden tot craquelures in de verf en verfverlies. Daarom is gezocht naar een stof die zich gedraagt als het oude linnen. Akzo/Nobel heeft een nylon uitgetest dat in dezelfde mate meerekt en krimpt als het oude doek en een grote treksterkte heeft.”

Het project wordt betaald met overheidssubsidie en door bijdragen van onder andere de Mondriaan Stichting, de Bank van Nederlandse Gemeenten, fondsen en particulieren. Inmiddels hebben de entreehal en de expositiezalen een opknapbeurt gehad en is ook een auditorium in de ruimte achter het panorama gebouwd. Er is een klimaatregeling aangebracht en de dakconstructie is verstevigd. De glazen koepel is voorzien van transparante gordijnen die voorkomen dat de zon, zoals vroeger, vrij spel heeft op het doek. Het zand op de grond dat vies en stoffig was geworden is ingeruild voor nieuw, schoon zand. Van der Donk verwacht dat het bedoeken nog ongeveer een half jaar in beslag zal nemen. Daarna krijgt het schilderij zelf nog een beurt. “Dan worden de scheuren en gaatjes gedicht en gegrondeerd. Dat is het laatste bedrijf. Ik verwacht dat we over een jaar klaar zijn”.