Overheid neemt opvoeding over

“Nou ja, je kan moeilijk tégen een jeugdbeleid zijn”, zei het PvdA-raadslid Henderson gereserveerd. “Maar als we alles op de prenatale kleuterbegeleiding richten, wat gebeurt er dan met de groep die al in problemen is?”

De presentatie van het 'stedelijk integraal jeugdbeleid' deze week in de Rotterdamse gemeenteraad stuitte niet direct op groot enthousiasme. De Rotterdamse jeugd geeft ook alle aanleiding tot somberen. Nergens heeft een jongere volgens de statistieken een grotere kans te ontsporen dan in Rotterdam. Van de 185.000 jongeren behoren er 30.000 tot de 'risicogroep'. Een op de vijf jongeren kampt met psycho-sociale problemen. Driekwart van de jongeren heeft ouders met minder dan drie jaar voortgezet onderwijs. De helft leert op de kleuterschool voor het eerst Nederlands.

De politie constateert in sommige wijken 'gang-vorming', waarbij men probeert de Amerikaanse voorbeelden na te volgen. Onlangs arresteerde de Rotterdamse politie een groep van 140 overwegend Antilliaanse jongeren die het zuiden van Rotterdam terroriseerden met straatroof, mishandelingen, drugshandel en groepsverkrachtingen. Hun leider was een met goudkettingen behangen twintigjarige, andere arrestanten waren niet ouder dan twaalf jaar. Bij de verhoren gaven ze geen krimp, celstraf verhoogde slechts het prestige. Kan de gemeente dit soort problemen nog oplossen door kinderopvang te verbeteren en cursussen sociale vaardigheden te geven?

Niettemin markeren de 'integrale' plannen een waterscheiding. Ten eerste neemt de gemeente afstand van het 'doelgroepenbeleid', waarbij de jongeren in probleemgroepen worden ondergebracht en de instellingen daar vervolgens hun eigen projectjes op loslaten. Dat heeft tot versnippering geleid, constateert men nu. Ten tweede is het beleid preventief: het richt zich vooral op jongeren die nog niet zijn ontspoord. Tenslotte gaat de overheid, die op andere terreinen terugtreedt, in het jeugdbeleid voluit in de aanval.

Zo is er het concept van de 'Brede School'. Scholen moeten een pedagogisch beleid formuleren “waarin de verantwoordelijkheid voor de totale ontwikkeling van het kind is vormgegeven”, zo schrijft de gemeente. De scholen moeten zich bemoeien met opvoeding en vrije tijd, problemen vroegtijdig signaleren en leerlingen vertrouwd maken met de arbeidsmarkt. Ook krijgt de school de taak 'pro-sociaal gedrag' te bevorderen door cursussen Skills for Life.

Beginnende delinquentjes krijgen een 'ouder-vervangende volwassene' toegewezen. Deze mentors kunnen politieagenten, voetbaltrainers, docenten of oudere werklozen zijn. En omdat steeds meer ouders tekortschieten, wil men al in de prenatale fase opvoedingscursussen aanbieden, tegelijk met de zwangerschapsgymnastiek. Ook ligt er een voorstel om de jeugd permanent te monitoren: zo'n 32.000 Rotterdamse jongeren moeten eens in de vier jaar worden ondervraagd om beter zicht te krijgen op de jeugdproblematiek.

Hulpverleners die in de jaren zeventig leerden dat interventie slechts zinvol was als een cliënt gemotiveerd was om zijn eigen 'hulpvraag' te formuleren, zijn nu rijp voor een nieuw paternalisme. Wethouder Den Oudendammer constateerde deze week bijna verbaasd dat het “tien jaar geleden niet in hem was opgekomen om de overheid een centrale rol in de opvoeding te geven”. Maar de tijd van afwachten is voorbij, voegde hij daaraan toe. De vraag is dan of de 11 miljoen gulden die Rotterdam beschikbaar stelt voor het integrale jeugdbeleid niet wat al te bescheiden is.