Koeiengenen raken voortdurend weg

We weten allemaal dat het niet goed gaat met de verscheidenheid aan soorten in de natuur.

Talloze dieren en planten worden met uitsterven bedreigd en soms zijn de dierentuinen de laatste plek waar soorten overleven. Merkwaardig genoeg is het bijna meest voorkomende dier in Nederland, de koe, een beetje net zo'n bedreigde diersoort als bijvoorbeeld de neushoorn. Runderen zijn al heel lang in gebruik als huisdier, wegens hun spierkracht, de melk, het vlees en het leer, terwijl ook de uitwerpselen nog bruikbaar zijn als mest. De laatste vijftig jaar is het fokken van steeds meer melk producerende koeien een hele industrie geworden. Verreweg de meeste runderen in Nederland worden tegenwoordig via kunstmatige inseminatie verwekt. Als vader dient een klein groepje van een paar honderd geselecteerde fokstieren. De beste van hun nakomelingen worden weer opnieuw fokstier.

De genetische diversiteit die op die manier overblijft komt overeen met die van een kudde van pakweg 500-2.000 dieren. Omdat de Nederlandse koeien inmiddels weer de beste van de wereld zijn, is dat ook de kudde waar zo ongeveer de hele wereldbevolking aan melkvee van afstamt: er wordt veel geld verdiend aan de export van diepgevroren sperma. In zulke kleine kuddes dieren raak je voortdurend genen kwijt, vooral als je sterk selecteert op melkgift en andere kenmerken. Dat komt aardig overeen met wat er bij neushoorns aan de hand is, maar bij koeien dreigt uiteraard niet het gevaar dat de tweeduizend dieren die de basis van de populatie vormen worden uitgeroeid. In tegendeel: fokstieren krijgen een prima de luxe hotelbehandeling. Ik kom weleens in een KI station, maar ik krijg de stieren nooit te zien: alleen de opgezette koppen van oude kampioenen grijnzen mij toe, bijgezet in het mausoleum aan de muur.

Vroeger waren er in de wereld ontzettend veel verschillende soorten runderen. Met al die KI gaat die variëteit zo langzamerhand vrijwel helemaal weg. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat erg is, maar bij planten zijn we bezorgd over het behoud van genetische variëteit. Zo af en toe willen we betere tomaten en is het heel nuttig genen in te kruisen die afkomstig zijn van wilde soorten. In de huidige runderfokkerij gaan we er eigenlijk van uit dat er niet veel nuttigs zit in genen buiten de huidige set. Wie zou voorstellen om zeboes te kruisen met Fries zwart-bont zou op een medelijdende blik kunnen rekenen. Op Europees niveau is er veel geld beschikbaar om de genetische variëteit bij planten voor de toekomst te bewaren door zaad te conserveren. Voor zeldzame dieren is er eveneens veel belangstelling. Maar wie let op de gewone koe?