Kleinbedrijf schept ruimte voor ATV

DEN HAAG, 6 NOV. MKB-Nederland, de organisatie van werkgevers in het midden- en kleinbedrijf, zet de deur naar verdere arbeidstijdverkorting open. Tot nu toe was de organisatie tegen collectieve arbeidsduurverkorting via de CAO.

MKB-Nederland laat deze afwijzende houding nu los, op voorwaarde dat de invulling van kortere arbeidsduur per individuele onderneming kan worden geregeld. Dit heeft de voorzitter van MKB-Nederland, J. Kamminga, vanmiddag gezegd tijdens het jaarcongres van zijn organisatie.

Eerder liet de werkgeversvereniging VNO-NCW, die de gemiddeld wat grotere bedrijven vertegenwoordigt, haar verzet tegen ATV varen. MKB-Nederland sluit zich hier nu bij aan. In plaats van voor te schrijven dat de arbeidstijdverkorting per week moet worden gerealiseerd pleit Kamminga voor flexibele invulling. De CAO, aldus de MKB-voorzitter, zou kunnen volstaan met een bepaling over de omvang van de ATV, terwijl aan de bedrijven zelf wordt overgelaten hoe die vormkrijgt.

In samenspraak met branche-organisaties en vakbonden wil Kamminga “verdergaande mogelijkheden onderzoeken”. Hij noemt daarbij de mogelijkheden voor differentiatie van werktijden met afschaffing van allerlei toeslagen voor avond- en zaterdagwerk. Dat punt ligt nogal gevoelig bij de vakbonden. Ook wil Kamminga gaan werken met gemiddelde arbeidstijden per week, zodat bij drukte meer uren worden gemaakt dan op rustige momenten.

Verder bepleit Kamminga ruimere mogelijkheden voor het afsluiten van flexibele arbeidscontracten, en mogelijkheden om flexibeler werken gepaard te laten gaan met flexibeler beloningsvormen. “Zo zou ik mij kunnen indenken”, aldus Kamminga, “dat bij indiensttreding afspraken worden gemaakt over vorm en omvang van de beloning bovenop de minimumbeloning in de CAO”.

Ook wil Kamminga het jaarlijks automatisme van de periodieke loonsverhoging ter discussie stellen. In plaats darvan zou het bedrag elk jaar opnieuw moeten worden vastgesteld. Bovendien zou de beloning volgens Kamminga “veel sterker afhankelijk kunnen worden gemaakt van de omzetstijging of de winst”. CAO's moeten volgens de voorzitter van MKB-Nederland “niet meer zijn dan een raamwerk, met volop ruimte voor maatwerk in de individuele bedrijven”. Ook het algemeen verbindend verklaren van CAO's moet volgens Kamminga “selectiever” gebeuren.

Van de overheid vraagt Kamminga dat regels en wetten “niet of in mindere mate van toepassing zijn op kleine en middelgrote bedrijven”. Deregulering hoeft volgens hem van het MKB geen “jungle” te maken. In dit kader pleit Kamminga voor “een prominentere positie van de vakbeweging op bedrijfsniveau”.