ISANG YUN 1917-1995; Verlangend componist

Toen zijn moeder in verwachting was van Isang Yun, de Duits-Koreaanse componist die vrijdag in Berlijn op 78-jarige leeftijd overleed, droomde ze over een draak die hoog boven de heilige berg Jiri tussen de wolken zweefde. De draak klapte zijn vleugels uit, maar kon niet hoger komen, hij was verwond. Die droom verwees naar Yun's onvermijdelijke noodlot. Aan Louise Rinser legde de componist uit, hoe hij in zijn voor Siegfried Palm geschreven Celloconcert (1976), een van zijn fraaiste werken, dit lot als het ware had uitgecomponeerd in de mislukte octaafsprong tegen het slot. Die drukt een verlangen uit naar vrijheid, naar het oneindige en omvatbare hoge, dat onbereikbaar moet blijven, met het absolute als een utopie.

Yun was politiek geëngageerd. Een herinnering die als kind in zijn ziel was 'gekrast' bleef hem bij: Japanse politie die oude Koreaanse namen op grafstenen verwijderde teneinde de Koreaanse identiteit definitief te vernietigen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog keerde Yun vanuit Japan, waar hij de westerse muziek bestudeerde, terug en daar raakte de pacifist in 1943 voor de eerste keer in de gevangenis, en het zou niet de laatste keer zijn. De muziek bleef zijn steun, evenals de cello, die hij overal naar toe meesleepte.

In Europa had hij geluk, de vermenging van serialiteit en Aziatische, gloedvolle mystiek lag goed in de markt. Toen hij in 1967 door de Zuidkoreaanse spionagedienst uit West-Berlijn werd ontvoerd om in Seoul te worden terechtgesteld, liep ik mee in een protestoptocht. Als fluitist had ik een enorme bewondering voor de bijzondere compositiestijl van Yun, die erin was geslaagd een volmaakte synthese tussen oost en west te bewerkstelligen. In de gevangenis, waar hij werd gefolterd - later zou hij zeggen 'dat hebben ze van de Japanners geleerd' - schreef Yun een luchtige opera van een uur: De weduwe van de vlinder naar een 16e-eeuws Chinees verhaal, niet te verwarren met Een droom van de vlinder naar een 14e-eeuwse tekst (slechts 8 minuten tijdsduur).

Waar Yun zijn achterliggende ideeën zoveel mogelijk abstract liet (dialectiek van vertwijfeling en hoop slechts gevangen in een licht-donker spel) overtuigde hij mij meer dan in zijn meer uitgesproken panflettistische en nogal pathetische muziek zoals de Derde symfonie uit 1985, hier uitgevoerd door het Nederlands Ballet Orkest. Expressieve lyriek is altijd een belangrijk element geweest, maar van een eenvoudige klankschoonheid is nooit sprake, daarvoor is zijn muziek te gelaagd en te verfijnd uitgewerkt.

Volgens Lao Tse volgt de mens de aarde, de aarde de hemel en de hemel de Tao en Tao weer terug naar de natuur, waarmee de cirkel is gesloten. Ook Yun's oeuvre is nu rond. Nederland speelde daarbij een belangrijke rol. In Bilthoven bij Gaudeamus werden in 1959 zijn Fünf Stücke für Klavier in première gebracht, pas daarna in Darmstadt zijn muziek voor zeven instrumenten onder leiding van Francis Travis. Travis dirigeerde in 1965 ook het grootse oratorium Om mani padme hum en daarmee was Yun's naam in die roerige jaren '60 voorgoed gevestigd, al zal de geschiedenis uitwijzen wat overblijft. Voor mij staat vast dat juist de kamermuziek een goede kans maakt, met name de prachtige fluitmuziek en natuurlijk dat Celloconcert.