GILLES DELEUZE 1925-1995; Filosofisch verzet

'Nooit mei '68 geloochend' - zo beëindigde het Franse Magazine littéraire ooit een levensbericht van Gilles Deleuze, die zaterdag op 70-jarige leeftijd zelfmoord heeft gepleegd door zich uit het raam van zijn Parijse flat te gooien. Deleuze was de filosoof van het verzet en het non-conformisme van de generatie van de revolte van 1968. Hij bleef die roerige jaren trouw, hoezeer de wereld om hem heen ook veranderde.

Maar een agitator was hij niet, al lagen zijn sympathieën zeer links. Het communisme was hem nog veel te conformistisch. Meer voelde hij zich thuis bij een libertair anarchisme, dat alle aspecten van het leven - niet in de laatste plaats de seksuele - bevrijden zou. Het was het verzet van een filosofieprofessor, dat werd uitgedragen in boeken en collegezalen en waarachter geen felbewogen leven schuilging.

Deleuze werd in 1925 in Parijs geboren, studeerde er filosofie en doceerde aan verschillende Franse universiteiten, totdat hij in 1969 naar die van Vincennes kwam. Die was in de jaren zestig brandhaard van alles wat nieuw en experimenteel was. Deleuze vond er zijn ideale milieu. Studenten luisterden in overvolle zalen naar de zachte stem waarmee hij de toestand in de wereld doornam. Misschien was wat hij zei niet altijd even duidelijk, maar diepe indruk maakte het wel. Het afgelopen seizoen mocht Deleuze zijn causeriën voor de Frans-Duitse cultuur-tvzender Arte op zondagavond nog eens overdoen.

Toch is hij nooit zo wereldberoemd geworden als zijn goede vriend Michel Foucault, die hem diep beïnvloedde. Hun intellectuele achting was wederzijds. “Ooit zal de wereld deleuziaans zijn,” schreef Foucault in een befaamd geworden artikel. Maar de wereld heeft Deleuze niet massaal willen lezen. Hij schreef er te ingewikkeld en te filosofisch voor. De meeste van zijn boeken zijn zelfs voor vakfilosofen slechts met grote inspanning te volgen.

Alleen L'Anti-Oedipe uit 1972 werd een groot succes. Deleuze schreef het samen met de psychiater Félix Guattari, een van de coryfeeën van de Franse anti-psychiatrie. Het boek werd de bijbel van de generatie-68. Het keerde zich tegen elke vorm van dwang en dressuur, in een stijl die daarop vast een voorschot nam. 'Un livre fou', noemde René Girard het in een kritische recensie. Dat wilde het ook zijn; schizofreen zijn we eigenlijk allemaal, aldus Deleuze en Guattari.

Zij bleven een schrijversduo vormen tot aan de dood van Guattari in 1992. Gaandeweg keerde Deleuze weer terug tot de filosofische klassieken. In 1988 schreef hij een studie over Leibniz, zoals hij ooit geschreven had over Spinoza, Kant, Bergson en vooral over Nietzsche, die hij al in het begin van de jaren zestig in Frankrijk op de filosofische agenda had gezet. Conformistisch is zijn werk nooit geworden, maar de durf en het schandaal ervan werden alleen door filosofen nog opgemerkt.