Ensembles verbouwen Beethoven-symfonie

Dag van de Ensembles. Gehoord: Vredenburg Utrecht 5/11.

In vijfentwintig jaar tijd hebben de kleine muziekgezelschappen door hun kwaliteit en kwantiteit een centrale plaats weten in te nemen in het vaderlandse muziekleven. Om deze positie te onderstrepen is het huidige seizoen door de kleine muziekgezelschappen zelf uitgeroepen tot het Jaar van de Ensembles.

Onderdeel van de overvolle agenda van het Jaar van de Ensembles (471 concerten in 49 steden) vormen twee Dagen van het Ensemble in het Utrechtse Vredenburg, waarvan de eerste zondag plaatsvond. Tijdens een marathon-evenement van bijna twaalf uur werd aan cultuur-staatssecretaris Aad Nuis een verzamel-cd van Nederlandse ensembles uitgereikt. Tevens werden twee forums gehouden en boden dertien (meerjarig gesubsidieerde) gezelschappen zicht op het bonte palet van de ensemblecultuur in ons land, met als uitersten de luidruchtige, tegendraadse swing van Willem Breuker, en de ijle klanken van Slagwerkgroep Den Haag in composities van Ron Ford en John Cage.

Het enige dat de gezelschappen met elkaar gemeen hebben is het feit dat ze een ensemble vormen en dat ze alle hartstochtelijk musiceren, iets dat volgens Reinbert de Leeuw bij de symfonieorkesten steeds minder het geval is. De woordvoerders van het Jaar van de Ensembles lijken ten aan zien van de orkesten een grenscorrectie na te streven. De dominante rol van het symfonieorkest staat niet in verhouding met zijn plaats in de muziekgeschiedenis. Het repertoire van het symfonieorkest beslaat vooral de negentiende eeuw; dat van de ensembles is van alle eeuwen.

Merkwaardigerwijs vormde juist de rode draad van deze eerste Dag van de Ensembles de Zevende symfonie van Beethoven, de componist waarmee zo ongeveer de symfonische muziekcultuur begint. Thema's uit deze symfonie werden ter bewerking gegeven voor de specifieke bezetting van één van de deelnemende ensembles, hetgeen resulteerde in nietszeggende 'chorostraties' (Jos van Veldhoven voor het Koor van de Nederlandse Bachvereniging, Jetse Bremer voor het Nederlands Kamerkoor), plichtmatige variatiereeksen (Theo Verbey voor Nieuw Sinfonietta Amsterdam), interessant plak- en knipwerk (Richard Rijnvos voor het Schönberg Ensemble), stokkende motieven in tintelende kleuren (Joël Bons voor het Nieuw Ensemble) of een onorthodoxe kruisbestuiving tussen mallets en scratcher (Arthur Sauer voor Slagwerkgroep Den Haag).

Ik ben in dit geval echter geneigd om Theo Verbey gelijk te geven die in het programmaboekje schreef, dat het 'demonteren van bestaande muziek iets vernielzuchtigs en armoedigs' heeft. Het was misschien toepasselijker geweest om de Jaar van de Ensembles-tune van Joël Bons te laten bewerken.