Emmy Verhey

Emmy Verhey: Tsjaikofski en Dvorák: Verdi Records 7243 5658642 0

Het Amsterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Arpád Joó begeleidt Emmy Verhey op haar onlangs bij Verdi Records verschenen vertolking van het Vioolconcert op. 53 van Dvorak. Het gaat hier om een opname uit 1983, lang voor het orkest opging in het Nederlands Philharmonisch. De eveneens door Joó gedirigeerde uitvoering van Tsjaikofski's Vioolconcert op. 35 met het Budapest Symphony Orchestra stamt al uit 1987. Tussen 1983 en 1987 moet het leven van Emmy Verhey een gelukkige wending hebben genomen. Want terwijl haar 'Earl Spencer' Stradivarius uit 1723 in Dvoráks Vioolconcert een beetje dof, gespannen en ingehouden klinkt, straalt het instrument in de opname van Tsjaikofski's Vioolconcert.

De sterkste troef van Verheys vioolspel is haar natuurlijke muzikaliteit, die doet denken aan de goudeerlijke manier waarop haar idool en leraar David Oistrach de muziek benaderde: spontaan, recht door zee, zonder fratsen en vol liefderijke overgave. Van Oistrach ook zijn de rustige tempi (zoals in het derde deel van Dvorak) afkomstig, maar Verheys spel heeft niet die robuuste en sonore vanzelfsprekendheid.

Het lijkt alsof Verheys viooltechniek afhankelijk is van de stemming waarin ze verkeert. In Tsjaikofski klinkt haar spel trefzeker en briljant, in Dvorák daarentegen verloopt alles stroef en aarzelend. Zo klinkt het virtuoze derde deel van dit concert als een moeizame etude, terwijl haar toonvorming in het langzame middendeel te eenzijdig is om te kunnen boeien.

In Tsjaikofski daarentegen overtuigt Verhey door haar directe en kernachtige benadering. De hoekdelen klinken geïnspireerd en briljant, maar in het Andante zou met wat meer violistisch raffinement op het gebied van streek, vibrato en klankkleur haar spel nog verrijken. Toch speelt Verhey Tsjaikofski met zoveel inzet en vuur, dat dergelijke bezwaren niet meer zijn dan opmerkingen in de kantlijn van een geslaagde uitvoering.