Daiwa mikt op fusie, Sumitomo Bank kandidaat

ROTTERDAM, 6 NOV. Daiwa Bank, de op negen na grootste Japanse bank, die vorige week uit de VS werd verbannen, onderzoekt de mogelijkheden van een fusie. Sumitomo Bank is volgens Japanse kranten de favoriete fusiepartner.

Ook de grote effectenmakelaar Nomura zou overwegen zich bij de nieuwe combinatie aan te sluiten. Daardoor zou de grootste financiële instelling met bank- en effectenzaken ter wereld ontstaan.

Daiwa en Sumitomo erkennen dat een fusie tot de mogelijkheden behoort, maar zij ontkenden vrijdag hierover gedetailleerde gesprekken te voeren. Daiwa wordt bij de ontmanteling van haar Amerikaanse activiteiten terzijde gestaan door zowel Sumitomo als Nomura. Een eventuele fusie zou pas in de loop van volgend jaar concrete vormen aannemen, zo berichtten Japanse kranten dit weekeinde.

Over het lot van Daiwa als zelfstandige bank bestaat groeiende onzekerheid nadat zij vorige week door de toezichthouders op het Amerikaanse bankwezen uit de Verenigde Staten werd verbannen. Deze straf volgde op de openbaarmaking van het verlies van 1,1 miljard dollar (1,8 miljard gulden) door roekeloze speculaties en pogingen dit te verhullen.

De handelaar die de verliezen veroorzaakte en jarenlang kon verbergen werkte tevens een tijd als hoofd van de afdeling die de transacties van handelaren moet administreren. Deze combinatie van verantwoordelijkheden druist volledig in tegen de standaardregel dat er een strikte scheiding moet zijn tussen de handelaren en de administratie. Eerder dit jaar ging de Britse elitebank Barings op de fles door vergelijkbare vermenging van verantwoordelijkheden. De Amerikaanse autoriteiten zijn tevens een strafrechterlijk onderzoek naar de bank gestart. Dat kan leiden tot een boete van maximaal 1 miljard dollar.

Daiwa kondigde vorige week aan dat naast de verplichte liquidatie van het Amerikaanse bankbedrijf ook een reductie van de Aziatische en Europese activiteiten op stapel staat. In het kader van deze reorganisatie zou een kwart van het aantal banen kunnen verdwijnen.

De snelle aftakeling van Daiwa is de zoveelste slag voor de Japanse bankensector die al maanden wordt geplaagd door groeiende problemen. Het bankwezen wordt steeds nadrukkelijker geconfronteerd met de last van slechte leningen uit de jaren tachtig, toen de vastgoedprijzen en de aandelenkoersen allen nog maar omhoog leken te gaan. De overmoedigheid van de banken vertaalt zich nu in een stuwmeer van 'rotte' leningen waarop geen rente of aflossing meer wordt betaald. Volgens officiële schattingen hebben de banken voor ongeveer 500 miljard dollar (800 miljard gulden) slechte leningen.

In verband met de hogere risico's op leningen aan Japanse banken eisen andere banken een extra opslag wanneer zij geld lenen aan Japanners. Om de continuïteit van de Japanse banken zoveel mogelijk zeker te stellen heeft de Amerikaanse toezichthouder, de Federal Reserve Board, inmiddels een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Japanse centrale bank. Wanneer de nood aan de man komt, zullen de Amerikanen tijdelijk middelen ter beschikking stellen.

De mogelijke fusiepartners Daiwa en Nomura hebben overigens dezelfde zakelijke oorsprong: de in 1918 opgerichte Osaka Nomura Bank. Het effectenbedrijf van deze bank werd in 1925 verzelfstandigd en voortgezet onder de naam Nomura. De oude moedermaatschappij van de bank wijzigde in 1948 haar naam in Daiwa Bank.